StijlpastoorCool

Louis Armstrong, die was pas cool, zegt liefhebber Arno Kantelberg

Tot ongenoegen van Esquire-hoofdredacteur Arno Kantelberg wordt zijn held Louis Armstrong vaak weggezet als de uncoole tegenhanger van Miles Davis.

Louis Armstrong.Beeld Bettmann Archive

In mijn boekenkast staat een aantal boeken over het ongrijpbare fenomeen ‘cool’. Op het omslag van twee daarvan staat een foto van Miles Davis. Op zich begrijpelijk, Davis solliciteerde er tenslotte zelf naar door zijn album uit 1957 de titel Birth of the Cool te geven. Maar ik weet eigenlijk niet wie ik minder cool vind: de vrij onuitstaanbare Davis of de volgers die hem als het nec plus ultra zien en ondertussen – want daar zit de pijn – Louis Armstrong als antithese gebruiken, hem wegzettend als de André Rieu van de jazz.

Louis Armstrong is mijn held sinds ik een door mijn vader nagelaten singletje op de oude platenspeler legde: Blueberry Hill. Hoe oud zal ik zijn geweest: 5, 6? En toen zag ik hem op een Kerstavond – toastje erbij, eiersalade – op tv in Hello Dolly, een film als een bruidstaart. Waar ik meteen leerde dat je zijn voornaam als Loe-wis uitspreekt, niet als Loe-wie. Ella (Fitzgerald) zingt hem ook zo toe in hun duetten – met zijn Hot Five- en Oscar Peterson-werk het beste uit zijn oeuvre. Als trompettist én (scat)zanger is er geen betere.

Armstrong was een ‘minstrel’ met ‘plantation politeness’ mopperde tandartszoon Miles Dewey Davis III, die inderdaad niet in de goot van New Orleans was opgegroeid zoals Armstrong, zoon van een tienerprostituee (hij trouwde zelf op zijn 18de met Daisy, ook prostituee). Het was de straf voor Armstrongs fundamentele optimisme, in de ogen van alle Davis-adepten een uncoole eigenschap. 

Hij had natuurlijk niet het slanke postuur van Miles Davis, al helemaal niet dat van Chet Baker. Rotund is de term die de Engelsen gebruiken voor Armstrongs fysiek. En lang was hij ook al niet, dus zorgde hij voor jasjes met een langer voorpand, zodat het aan de onderzijde allemaal netjes gelijk liep. Hij droeg niet de ostentatieve jasjes met brede revers van bandleiders als Count Basie; Armstrong hield het redelijk strak. Hij veranderde ook niet constant van stijl, zoals Miles Davis, die schakelde van jazzy modernist en preppy Ivy League tot boho-hippie en pooierswagger. 

De eeuwige witte zakdoek bij Louis Armstrong.Beeld Mirrorpix via Getty Images

Armstrong bleef stijlvast: kleine vlinderdasjes, witte pochets en – Michael Jackson avant la lettre! – witte sokken in zwarte lakschoenen. En er was altijd die vertrouwde witte zakdoek om het voorhoofd mee te deppen. Hij bezat zo’n tweehonderd katoenen exemplaren die allemaal meegingen op tournee.

Na zijn overlijden lag Armstrong opgebaard in een marineblauw pak, een roze overhemd en een zilverroze das. What a way to go. Zijn vrouw Lucille stopte in het voorbijgaan nog snel een witte zakdoek in zijn hand.

Het duizendste Volkskrant Magazine is verschenen. Scroll, swipe en klik door die 1000 magazines en zie hoe vaak er een VVD’er op de cover stond. Hoe vaak een hond. Op welke covers we kozen voor naakt, welke fotograaf hofleverancier was en hoeveel Anton Corbijn er afleverde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden