Drama

Lost in Translation

Halfslaap

In het allereerste beeld van Lost in Translation laat regisseur Sofia Coppola een achterwerk zien. Twee billen, gehuld in een perzikkleurige onderbroek. De billen zijn van Charlotte, een jonge filosofe die in een hotelbed in Tokio haar tijd verdrijft met turen.


Het shot van de billen, een hommage aan het werk van de Amerikaanse fotorealist John Kacere, is typerend voor Coppola's tweede speelfilm. De billen vertellen een verhaal. Er spreekt verveling uit, lethargie, een soort hopeloosheid ook. Ze zijn ontdaan van hun erotische kracht. Charlotte is een vrouw waar de lont uit is.

Lost in Translation zit vol veelzeggende beelden. Het verhaal, over onthechting, wordt in fragmenten aangereikt. De global village is in de ogen van Bob Harris, een oudere acteur die Tokio bezoekt voor een vette schnabbel, een onaangenaam spiegelpaleis. Tussen de talloze neonreclames, met logo's die in elke stad te zien zijn, ontdekt Harris een reclamefoto van zichzelf. Op een reusachtig billboard kijkt hij tevreden naar een glas whisky. Harris schrikt van zijn eigen hoofd in het straatbeeld. Op de een of andere manier hoort hij hier niet.

Sofia Coppola, de dochter van Francis Ford Coppola, weet hoe het voelt om ver van huis te zijn. Als kind reisde zij in het gevolg van haar vader de wereld over. Toen ze vijf was, bracht ze maanden op de Filipijnen door, waar haar vader Apocalypse Now opnam. Ze ging mee naar filmfestivals, en ze kon niet anders dan volgen toen haar ouders voor hun werk heen en weer pendelden tussen Oklahoma, New York en het noorden van Californië. Op 24-jarige leeftijd begon Sofia Coppola een handeltje in T-shirts. Dat deed ze met vrienden in Tokio. In haar wereld is dat normaal.

Lost in Translation is de neerslag van die mondiale blik. De vijftiger Bob Harris brengt in de film enkele dagen door met de introverte Charlotte. Ze ontmoeten elkaar in de nachtbar van het Park Hyatt Hotel, waar zij hun jetlag proberen weg te drinken.

De man en de vrouw vormen een fraai contrast: Harris wordt geacht omdat hij een beroemd acteur is, terwijl Charlotte, als vrouw van een hippe fotograaf, over het hoofd wordt gezien. Harris' carrière is op zijn retour; Charlotte weet nog niet wat zij met haar leven aan moet. Toch zijn Bob en Charlotte geestverwanten. Beiden tasten in Tokio naar houvast. Ze weten dat van elkaar. Als de zangeres in de internationale hotelbar Simon and Garfunkels Scarborough Fair inzet, hoeven ze elkaar alleen maar aan te kijken. Iemand die in Tokio Simon and Garfunkel nadoet? Is dat wel normaal?

In haar eerste film The Virgin Suicides (1999), over de zelfmoord van vijf meisjes, deed Coppola geen enkele poging de wanhoopsdaad van het vijftal te duiden. Ook inspectie van dagboekaantekeningen, kauwgumpapiertjes en briefjes maakte niets duidelijk over de motieven. De meisjes, met wapperende, gouden haren veelal in softfocus gefilmd, pasten niet in hun omgeving, en besloten zichzelf weg te poetsen. Met dat kale gegeven moesten de achterblijvers het doen.

Ook in Lost in Translation, waarvoor Coppola een semi-autobiografisch script schreef, ontbreekt elke vorm van psychologie. De film draait om sfeer. Bob Harris toren in een lift hoog boven de Japanse hotelgasten uit; Charlotte brengt bezoekjes aan een eeuwenoude tempel; in stampvolle karaokebars gaan jongens en meiden loos op muziek van The Sex Pistols en Roxy Music.

Lost in Translation is een zacht ingekleurde satire op het moderne leven. Coppola relativeert het glanzende imago dat filmmakers en jetsetfotografen aankleeft. Haar film maakt de oppervlakkigheid tastbaar, de loze woorden, de opwinding om niets.

Charlotte's echtgenoot, voortdurend onderweg naar fotogenieke locaties, is oprecht gevleid als een ambitieuze actrice ('iedereen denkt altijd dat ik anorexia heb') hem prijst als haar favoriete fotograaf. Even later is, op de achtergrond, een glimp te zien van de persconferentie

de gevierde actrice, gemodelleerd naar Cameron Diaz, in het hotel geeft. Aan de toegestroomde Japanse journalisten vertelt ze dat ze altijd al iets heeft gehad met Oosterse cultuur. Ze doet namelijk tai chi.

De springerige vertelwijze, die de bioscoopbezoeker het gevoel geeft in een soort halfslaap te verkeren, maakt van Lost in Translation een bijzondere kijkervaring. Coppola is het type filmmaker dat een spelletje speelt met het verwachtingspatroon. Zij laat gaten vallen, wekt suggesties die niet worden ingelost, geeft ruim baan aan terzijdes, en laat, in navolging van de Japanse grootmeester Yasujiro Ozu, de stilte spreken.

Wanneer Bob en Charlotte elkaar in nachtelijk Tokio vinden, lijkt een romance tussen de dolende Amerikanen onvermijdelijk. Het tweetal belandt in bed, een beetje dronken, met de kleren aan. Er wordt niet gefriemeld en gevreeën. Harris, die vanuit Los Angeles te horen heeft gekregen dat hij de verjaardag van zijn zoon is vergeten, vertelt Charlotte over zijn kinderen en hoe die hem zicht bieden op zoiets als geluk. Charlotte probeert hem te begrijpen. Ze beseft dat dit geen moment is om de woorden met een ironische lach weg te spoelen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden