Loslaten en naar binnen zuigen

Spinnijdig kan hij worden, als hij weer een recensie leest waarin de naam Bill Evans valt. De Amerikaanse pianist Brad Mehldau heeft er genoeg van steeds in één adem met zijn grote voorganger te worden genoemd....

De jonge Amerikaan Brad Mehldau wordt steeds vaker genoemd als een van de indrukwekkendste nieuwe jazzpianisten van dit moment, en hij is zelf de eerste om na te denken over hoe dat komt. Hij is overtuigd van zijn eigen kwaliteiten, maar weet ook dat zijn romantische, het standaardmateriaal niet schuwende trio als illustratie kan worden gebruikt bij theorieën over postmodernisme, nostalgie en jazzrenaissance. Hij is zich 'hyperbewust van zijn plaats in de geschiedenis', maar ervaart vergelijkingen met groten uit het verleden vaak als een last.

Mehldau trok voor het eerst de aandacht als begeleider van saxofonist Joshua Redman, maar werd uit de groep gezet en verdween enige tijd van het toneel vanwege wat vroeger in de jazzpers discreet werd omschreven als 'persoonlijke problemen', een verslaving dus. Hij kwam terug met drie cd's voor Warner Bros., en omdat hij terecht van mening is dat hij live het best tot zijn recht komt, stond hij erop dat de laatste opnamen zou bevatten uit de New-Yorkse club The Village Vanguard. 'Ze waren wat huiverig, omdat je eigenlijk een gevestigde naam moet zijn vóór je een live-cd kunt opnemen. En de nummers waren zo lang uitgesponnen, wat weer lastig was voor de radio play, al dat gelul waar je helemaal niks mee te maken wilt hebben.'

Vanuit strategisch oogpunt was het misschien beter geweest een andere zaal te zoeken, want concertregistraties uit de Vanguard vormen een van de onvergankelijke hoogtepunten in het oeuvre van de man waarmee Mehldau telkens weer vergeleken wordt: Bill Evans. De vergelijking irriteert hem, hoewel hij er de laatste tijd wat genuanceerder over is gaan denken. 'Op tournee krijg ik altijd persmappen te zien. Vooral in Frankrijk, waar ze graag en veel schrijven. Als ik die artikelen doorkijk, zie ik negentien van de twintig keer ergens ''Bill Evans'' staan, en dan lees ik het al niet meer, dan word ik weer nijdig.

'Ik begrijp aan de andere kant wel waarom ze aan Evans denken. Er is altijd plaats geweest in de jazz voor de gevoelige, blanke jazzpianist met een enigszins klassieke achtergrond. Hij is daarvan het bekendste voorbeeld, nu voldoe ik aan die behoefte. Net als hij speel ik graag standards, en heb ik een trio waarin de instrumenten alle drie even belangrijk zijn en vaak van rol verwisselen. Een andere overeenkomst is het soms introverte karakter van onze stijl: intieme klanken die de luisteraar naar binnen zuigen, de muziek in.

'Maar wat me ergert is dat veel mensen weigeren de verschillen te zien. De klassieke ontleningen bij Evans komen vooral uit het impressionisme, Debussy en Ravel, en bij mij veel meer uit de hoogromantiek, Beethoven en Brahms. Ik ben ook veel minder introvert. Ik heb niet eens zoveel naar hem geluisterd, lang niet zo vaak als naar Wynton Kelly en McCoy Tyner. Er zijn slechtere voorbeelden om mee vergeleken te worden, maar ze lijken soms te denken dat ik een discipel ben die thuis een altaar voor Bill Evans heeft staan.'

Altijd bereid de keerzijde van een mening te zien, geeft Mehldau toe zelf ook altijd vergelijkingen te trekken als hij musici beschrijft. De tekst bij zijn nieuwe cd, 'geschreven als antwoord op de kritiek die iedereen beoordeelt op basis van zijn invloeden' is getiteld Irony?, en heeft de vorm van een socratische dialoog, waarbij de stand van zaken in de jazz van twee kanten bekeken wordt.

Mehldau geeft karikaturale beschrijvingen van een type artiest dat grote waarde hecht aan zijn afstamming, en zichzelf beschouwt als erfgenaam van 'de traditie', een vorm van conservatisme die leidt tot 'banale correctheid' en een 'impotent gebrek aan spontaniteit'.

Daar tegenover zet hij een hooghartige ontdekkingsreiziger in het strikt persoonlijke, die zich afzondert van zijn muzikale voorgangers en omgeving, in een subjectivisme dat verwordt tot 'fanatiek egoïsme, met alle manie van een hermetische monnik'.

Desgevraagd geeft de auteur toe dat in die karikaturen 'iemand als Wynton Marsalis en iemand als Keith Jarrett' herkend kan worden, 'although I respect the hell out of both of them. Hun muziek lijdt er ook niet zozeer onder, het is meer de ideologie die me stoort, dat zwart-wit denken.'

'Dit zijn vreemde tijden', stelt hij in het cd-boekje. 'We leven in het tijdperk van tribute bands, box sets, bad '70s TV canonized, the legacy of disco. (. . .) We graven kitsch op terwijl we een roze bril dragen.' Hoe komt het, vraagt hij zich af, dat er kennelijk zo'n culturele malaise heerst, dat we ontevreden zijn met het hier en nu?

'Vroeger kon je de geschiedenis van de jazz als een lineaire ontwikkeling zien. Toen nog niet alle mogelijkheden verkend waren, was men minder geneigd naar vergelijkingen te grijpen: de reactie op Charlie Parker was verbazing, en niet meteen ''o, dat heeft hij allemaal van Lester Young''. Het is waar dat het ooit mogelijk was critici en luisteraars te schokken met iets nieuws, zoals Coltrane en Ornette Coleman deden. Maar dat ''nieuwe'' moet je direct relativeren. De harmonische doorbraken in de jazz waren in de klassieke muziek bijvoorbeeld al oude koek. Wat Parker en Beethoven groot maakte, is uiteindelijk niet hun nieuwheid, maar hun tijdloosheid, de bevestiging van iets wat zo oud is als de wereld.

'Wat zich nadrukkelijk als nieuw presenteert, is morgen verouderd. Het experiment ten koste van alles heeft een groot deel van het publiek buitengesloten. Niet alleen in de jazz, ook in de gecomponeerde muziek. Iemand als John Cage, ik heb respect voor de filosofie erachter, maar ik hoef het niet meer dan één keer te horen. Ook in de beeldende kunst is het uit de hand gelopen: Let's piss on a canvas and call it art.

'Mensen van mijn generatie zien de geschiedenis niet meer als een reeks objectieve afstammingslijnen. In het postmoderne tijdperk is alle informatie hier en nu beschikbaar en kun je zelf kiezen wat je ervan wilt gebruiken. Het idee dat alles al eens gedaan is, kan je enorm belemmeren, maar ik heb geconcludeerd dat al het muzikale materiaal altijd al bestaan heeft, en dat dat in orde is, dat je daar niet aan moet proberen te ontsnappen. Binnen die vormen kun je altijd nog origineel zijn. De informatie is geïnternaliseerd, je kunt er spontaan mee gaan creëren, en als je creatie waarachtig is en uit je ziel komt, wordt die hele tegenstelling tussen oud en nieuw opgeheven. Je muziek bepaalt je plaats in de geschiedenis, en niet omgekeerd.

'Zelf hou ik nog het meest van muziek die op verschillende niveaus aanspreekt. Ze moet fysiek opwindend zijn, maar ook het intellect is belangrijk. Ik kan er enorm van genieten om een symfonie van Beethoven te analyseren. Maar de kracht van zijn werk is dat het niet nodig is om dat te kunnen. Je kunt je ook laten meeslepen door het verhaal. Want dat is het, al speelt het zich af in een woordloze wereld. Die grote narratieve traditie, daar wil ik bij horen. Een verhaal vertellen dat resoneert in het bewustzijn. Een kleine hoeveelheid motieven uitwerken in een lang proces, dan krijgt het iets organisch, als het leven zelf. Die weloverwogenheid wil ik verzoenen met improvisatie, spontaniteit. Jazzmusici zijn vaak het een of het ander: de vorm dicteert hun improvisatie, of andersom. Ik wil dat ze versmelten.

'Ik ga wel graag uit van vaste structuren, omdat songs nu eenmaal voldoen aan een eeuwige behoefte van de mens, maar het is de bedoeling dat we die met z'n drieën, bassist Larry Grenadier, drummer Jorge Rossy en ik, geleidelijk aan steeds meer loslaten. Ironisch genoeg geeft de structuur me de vrijheid om dat te doen. Pas als ik de zekerheid heb van die simpele maar ijzersterke AABA-vorm, kan ik ervan afstappen, me er steeds verder vanaf wagen, tot er een soort catharsis komt, waarin je het helemaal loslaat. Helemaal onvoorbereid solo improviseren, zoals Jarrett dat doet, dat kan ik niet. Meestal hoor ik wel hoe een muzikant te werk gaat, maar hij is een van de weinigen bij wie ik denk: how the fuck does he do that?'

Die reactie wekte Mehldau zelf ook bij veel Nederlandse collega's, toen hij vorig jaar september in het Amsterdamse Bimhuis optrad.

Wat vooral opzien baarde was de grote onafhankelijkheid en gelijkwaardigheid van zijn linker- en rechterhand, 'tweehandigheid' op een niveau dat in de jazz niet vaak voorkomt. 'Ik heb het geluk dat ik als kind klassiek geschoold ben. Dan sta je open voor alles, en leer je veel sneller. Toen ik dertien was, ging ik jazz spelen en begon ik m'n linkerhand net als zovelen als een soort klauw te gebruiken, die af en toe ondersteunende nootjes prikt. Daarna ging ik weer naar klassiek luisteren, en dat sijpelde door in mijn spel. Toen hoorde ik bandjes van recitals die ik had gegeven toen ik elf was, en ik besefte: ''shit, m'n techniek was toen beter.''

'Ik oefen nu zoveel mogelijk, want vergeleken met iemand als Glenn Gould ben ik nog nergens, wat echte onafhankelijkheid tussen links en rechts betreft. Ik kan m'n handen hun rollen laten omdraaien, maar meestal blijft het daarbij. Soms, zoals een paar keer in het Bimhuis, ontstaat er even zoiets als spontaan contrapunt.'

Hooggestemde ambities en ernstige toewijding aan de kunst - Mehldau komt wel eens wat cerebraal over. Hij kan wel degelijk geestig zijn, maar zelfs de humor is vaak doorspekt met verwijzingen naar zijn favoriete auteurs: Goethe, Heine, Thomas Mann. Heeft die belangstelling voor Duitse literatuur te maken met zijn afkomst? 'Helemaal niet, dat komt uit mezelf. Mehldau is weliswaar een Duitse naam, maar het is niet mijn échte. Ik ben op heel jonge leeftijd geadopteerd, mijn natuurlijke ouders ken ik niet. Ik kreeg onlangs wel documenten te zien waarin stond waar zij vandaan kwamen. Ik blijk een heel klein beetje Iers bloed te hebben, maar voornamelijk Nederlands.

'Ik ben eigenlijk een Fries. Hoe vind je dat? That's really cool.'

Het Brad Mehldau Trio speelt zaterdag en zondag in de Carel Willink Zaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden