Lorca zonder Spanje, Spanje zonder Lorca

Hagar Peeters ging naar Spanje om gitaar te studeren, en leerde er het werk van Federico García Lorca (1898-1936) kennen....

Mijn schoolvriendin noemde onze lerares Spaans la bruja, de heks, vanwege de gitzwarte lijn van kajal rond haar ogen. Haar ‘r’ wilde maar niet tot rollen komen, dat nam me voor haar in. Van de aanwezige lerarenduo’s op het afsluitende schoolfeest dansten alleen zij en de leraar Spaans de sterren van de hemel. Ze had Spaans gestudeerd in een periode waarin het links was om Spaans te studeren en had haar tentamens voorbereid aan het strand van Scheveningen. De tijd waarin Franco aan de macht was, veertig jaar lang na Lorca’s dood, was voorbij, en je kon weer met goed fatsoen op vakantie naar Spanje. Dankzij la bruja maakte ik kennis met Lorca.

We vertaalden de eerste zin uit de beroemde ‘Slaapwandelromance’ met: ‘Groen, wat heb ik je graag groen’, alsof groen het bijvoeglijk naamwoord was voor de persoon die aangesproken werd, die de aanspreker graag ongerept, pril en onbedorven zag. In Granada vond ik die woorden eens op een muur gekalkt. Het hele oord werd plotsklaps een langgerekte echo van Lorca. De beelden in zijn gedichten blijven sluimerend in je herinnering achter, om door de werkelijkheid te worden gewekt. Beschrijvingen als die van de spar, ‘Boom met duizenden vingertjes die naar duizenden weggetjes wijzen’ vergeet je niet meer, en duizend weggetjes zie ik nu voor me wanneer ik oog in oog met een spar sta. Of met de maan, ‘maantjemaan’, in de kinderlijke, steeds tot de verbeelding sprekende sprookjestaal van Lorca. ‘Konden mijn vingers maar de maan ontbladeren!!’, schreef hij. Na lezing van zulke zinnen is de maan nooit meer dezelfde. Zij heeft nu ‘tanden van ivoor./ Wat komt zij oud en droevig op!’ En: ‘De maan loopt over het water.’ Of: ‘De maan kocht/ Verf van de Dood.’ Natuurlijk! Hoe kan ze anders zo bleek en ijzig schijnen?

Op mijn zeventiende reisde ik naar Salamanca om de Spaanse taal beter te leren spreken en de Spaanse gitaar te leren bespelen.

Het kleine kamertje dat ik daar gedurende een maand bewoonde, keek uit op de klokken van een sierlijk kerkje. Wanneer de klokken beierden, leek het alsof ik een privé-concert bijwoonde, luisterend met mijn ogen dicht, uitgestrekt in de vensterbank in de zon, de Spaanse zon. Het was niet de klok uit Lorca’s gedicht ‘Zelfmoord’ die me aankeek, daar in Salamanca, en toch dacht ik bij het lezen van dat gedicht aan die Salamancaanse klok.

Vanaf het balkon zag je een toren.Hij voelde zich zowel balkon als toren.

Ongetwijfeld zag hij hoe de klok –stokstil onder haar stolp – hem aankeek.

Ik las Lorca voor ik naar Spanje ging en keek met andere ogen naar Spanje. Nu ik zijn poëzie herlees, brengt die mij weer de plaatsen waar ik geweest ben voor de geest. Je weet nooit wat er eerder was: de archetypen uit Lorca’s gedichten die tot leven zijn gekomen, of het leven waaruit hij de essentie terugbracht tot voor iedereen herkenbare symboliek. Lorca kleurde Spanje, Spanje kleurde Lorca. Een Spanje zonder Lorca is ondenkbaar, een Lorca zonder Spanje ook.

Bij het lezen van Lorca moest ik denken aan Nescio, die niet wilde dat zijn werk vertaald zou worden in een andere taal omdat daarin, dacht hij, nooit zou kunnen worden overgebracht wat hij bedoelde. Wat zei een buitenlander die eerste zin uit De uitvreter (over de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van de wereld had gevonden) als hij niet wist hoe de Sarphatistraat eruitzag? Nescio rekende buiten de bereisdheid van de generaties na hem. Generaties als de mijne, die naar Spanje konden gaan om daar met eigen ogen te zien hoe Lorca’s Granada aan de beschrijvingen voldeed.

De gitaarleraar die mij in Salamanca vooruit liet betalen voor zijn lessen kwam al bij de eerste les niet opdagen. Met een Amerikaanse reisde ik naar Santiago de Compostela, waar we een groepje zingende en muziek makende studenten in klassiek troubadourtenue op straat zagen staan, in een kringetje. Die Spaanse muziektraditie stamt al uit de middeleeuwen.

Een van de jongens werd door de anderen uitgemaakt voor homo, met belachelijk hoge stemmen imiteerden ze de zijne. Welkom in Spanje. Het Spanje van het machismo, het Spanje waarin Lorca, de enige echte laatste troubadour, en homoseksueel, een buitenstaander was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden