CultuurL'Orfeo

Lonneke Gordijn van Studio Drift betreedt de operawereld met een nieuwe installatie

Lonneke Gordijn.Beeld Pauline Niks

Ontwerper Lonneke Gordijn viel nog weleens in slaap bij een opera. Toen ze werd gevraagd mee te werken aan L’Orfeo wist ze dus meteen: dit moet relevant worden.

Boven de toneelvloer van het Wilminktheater in Enschede hangt een... ja, wat is het? ‘Wij noemen het ‘het blok’’, zegt Lonneke Gordijn (39), kunstenaar, designer en de helft van het oprichtersduo van Studio Drift. Het is een geweven kunstwerk, een installatie, een soort balk uit duizenden draden. ‘Met de hand gemaakt, er was geen machine om dit mee te maken’, zegt ze, zichtbaar trots. De lengte van de draden bij elkaar? 16 kilometer.

‘Het is fluorocarbon’, zegt Gordijn, ‘een soort visdraad. Dit materiaal hebben we gekozen vanwege de reflecterende kwaliteit. Als je er lampen op zet, kan het allerlei kleuren aannemen. Het heeft precies die onaantastbaarheid waarnaar we op zoek waren.’

De installatie, EGO, is onderdeel van de productie van de opera L’Orfeo (1607) die vanavond bij de Nederlandse Reisopera in Enschede in première gaat. Daarna tourt het meesterwerk van Claudio Monteverdi – een van de vroegste opera’s en de oudste die repertoire heeft gehouden – door heel Nederland. Dit blok, dat aan acht touwen hangt, staat voor Orfeo’s denkwereld. ‘Voor zijn innerlijk’, vult Gordijn aan, ‘zijn beperkingen. Zijn perspectief, waarin hij gevangenzit, als het ware.’

Het verhaal is gebaseerd op de Orpheus-mythe. Heel kort: man (Orfeo) is verliefd op vrouw (Euridice), maar zij sterft op hun huwelijksdag aan een slangenbeet. Orfeo pikt het niet en besluit af te dalen naar de onderwereld om haar terug te halen uit het dodenrijk – met groot drama tot gevolg.

‘Wat me bij het lezen van de tekst opviel, was dat hij zo veel kláágt. Hij heeft het zo zwaar, zo moeilijk, al voor hij Euridice kwijtraakt. Hij leeft niet in het moment. Zijn houding is zijn belemmering.’ Hij is een verwend kind, dus? ‘Ja, heel erg met zichzelf bezig. Pas als het noodlot toeslaat, komt er een kracht in hem los, dan ontstaan er mogelijkheden. Dan zul je zien wat er met het blok gebeurt’, zegt Gordijn.

‘het blok’/de installatie EGOBeeld Pauline Niks

Want zo stil als het nu hangt, blijft het niet. Aan de touwen zitten machines die volgens een algoritme aan het blok trekken. Daardoor kan EGO allerlei vormen aannemen. ‘Het kan zowel heel solide als heel vloeibaar worden.’ Eindeloos is er geëxperimenteerd. ‘De afstand tussen de draden moest precies goed zijn. Vakjes van 2 vierkante centimeter was te veel, dan leek het een doelnet; maakten we ze kleiner, dan werd het te hermetisch. Ze zijn nu precies 1,5 bij 1,5.’

Gordijns Studio Drift, sinds 2007, staat bekend om spectaculaire installaties die ‘de rol bevragen die technologie speelt in onze samenleving’, schreef de Volkskrant eerder. Paardenbloempluisjes omtoveren tot verlichting, een betonblok laten zweven, dat werk. Veertig mensen werken er inmiddels – ingenieurs, softwareontwikkelaars, grafisch ontwerpers. De opera is een nieuwe wereld voor Gordijn.

‘Ik heb een aantal opera’s gezien, maar ben geen kenner. Ik moet bekennen dat ik weleens in slaap val tijdens opera’s. Ik vind het lastig te focussen, er gebeurt zo veel tegelijkertijd. Je probeert de tekst te lezen, naar de zang te luisteren en tot je te laten doordringen wat het allemaal betekent. Ik wil niet dat ik het publiek in een staat van onrust breng. Ik draai graag meditatieve muziek – Max Richter, Philip Glass, Joep Beving. Maar nu staat L’Orfeo natuurlijk bovenaan mijn afspeellijst.’

Doorgaans staat bij opera’s vooral de naam van de regisseur groot op de poster. De namen van de kostuum- en decorontwerpers worden in de recensies vaak niet eens vermeld. Deze keer is het anders. In Enschede trekt een ‘viervrouwschap’ aan de touwtjes. Overigens is dat geen statement, zegt Gordijn, en vooruit, de titelrol wordt ‘gewoon’ gezongen door een man, Samuel Boden. 

Regisseur Monique Wagemakers, choreograaf Nanine Linning, kostuumontwerper Marlou Breuls en Gordijn werken ‘op heel gelijkwaardige basis’ samen, en zijn van begin af aan met elkaar in overleg. ‘Ik had nooit toegezegd als ik een plaatje bij een praatje moest maken. Ik wil iets relevants maken. Ik hou me ook niet alleen bezig met mijn blok.

‘Het is verfrissend dat we over elkaars werkterreinen wat kunnen zeggen. Maar ik heb ook gemerkt wat niet kan, zo wilde ik delen van de tekst aanpassen. Het taalgebruik vond ik ouderwets, met veel alliteratie. Ik moest diep graven om te begrijpen wat ze zeggen. Maar de tekst aanpassen bleek dus echt not done. Dat het libretto ook een kunstwerk is dat we moeten accepteren, begreep ik later pas. ‘O kabbelende beekjes, o hoge bergen’, dat soort zinnen zitten erin. Ik snap het nu: die opera is geschreven in een tijd waarin natuur nog een megagrote kracht in het leven van die mensen was.’

Waar ze zich ook over verwondert, is dat het überhaupt kán, zo’n opera maken, met tientallen mensen uit verschillende disciplines, en hem nog gefinancierd krijgen ook. ‘Eigenlijk zou dit alleen rendabel zijn als iedere bezoeker tien keer zoveel betaalt.’ Haar Studio Drift doet het zonder structurele subsidie. ‘Daar ben ik heel trots op. Wij leven van de verkoop van ons werk en wat we verdienen, steken we in onze nieuwe projecten. We hebben wel subsidie voor specifieke projecten aangevraagd, maar daar zijn we heel slecht in. We vallen vaak tussen wal en schip; we zijn niet echt design, niet echt kunst.’

Beeld Pauline Niks

Maar Studio Drift had in 2018 toch een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam? Dan heb je toch het stempel ‘kunst’ wel binnen? ‘En toch worden we niet zo gezien door de fondsen. Maar ik heb geen zin in die discussie; ik wíl ook graag onafhankelijk zijn. Als je zelf geld verdient, waardeer je het echt als het binnenkomt, en ga je er anders mee om. We werken met investeerders om projecten af te krijgen, die krijgen dan een aandeel als het wordt verkocht. Wij maken geen producten voor winkels, we zitten niet in een kunstmarkt waar je een schilderij makkelijk als kunstobject kunt verkopen, wij maken installaties voor specifieke ruimten. De markt daarvoor hebben wij zelf moeten uitvinden.’

Vóór de première moet Gordijn nog even op en neer naar San Francisco. Nee, niet voor vakantie. ‘Daar heb ik geen tijd voor. We hebben nu momentum, zeker sinds de tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Ik ben nu met vijftien projecten tegelijk bezig. Aan het handwerk kom ik niet meer toe, dat vind ik superjammer. Ik ben echt jaloers op de mensen die in ons atelier aan één project kunnen werken.’

Dat is toch een keuze? ‘Ja, maar we zijn ook heel ambitieus. We zijn sinds 2007 bezig kansen te creëren. Als die er dan zijn, moet je ze pakken. Dat ik hier nu een paar dagen achter elkaar op locatie ben om aan een opera te werken, is voor mij een luxe.’

Eigenlijk vindt ze het ook een beetje zonde, zegt ze. Dat ze iets maakt wat na tien voorstellingen voorbij is. ‘Normaal gesproken werk ik aan iets wat de rest van mijn carrière bij me blijft. Hier zit anderhalf jaar werk in. Maar als de laatste voorstelling erop zit, is het klaar. Ik denk dat ik dan wel een kater heb.’

L’Orfeo is te zien van 25/1 t/m 22/2. Voor speellijst, zie: reisopera.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden