Longerich rekent in Hitlerbiografie af met taaie mythes (****)

In zijn nieuwe biografie van Adolf Hitler buigt Peter Longerich zich over de vraag in hoeverre de nazileider verantwoordelijk was voor de uitvoering van zijn beleid.

Beeld The LIFE Picture Collection/Getty Images

Misschien worden op een Beierse hooizolder ooit nog eens dagboeken van Adolf Hitler gevonden. En misschien zijn ze, anders dan in 1983, ditmaal wel authentiek. Dan zal de belichaming van het absolute kwaad misschien wat trekjes openbaren die we nog niet van hem kenden en zal de geschiedenis van diens Derde Rijk mogelijk op punten moeten worden herschreven. Tot die tijd zullen geen nieuwe inzichten worden geopenbaard over de man en zijn leven.

Toch verschijnen nog geregeld nieuwe monografieën en biografieën over Hitler - ook nadat Ian Kershaw de sluitsteen in de historiografie van het Derde Rijk had aangebracht. Volker Ullrich werkt, naar verluidt, nog vlijtig aan het tweede deel van zijn Hitler-biografie. En de Duitse historicus Peter Longerich, die eerder biografieën van Joseph Goebbels en Heinrich Himmler schreef, voegt daar nog een boek aan toe van 1.550 pagina's (waarvan bijna 400 pagina's noten en literatuurverwijzingen). Van dat boek, simpelweg Hitler getiteld, is nu de Nederlandse vertaling verschenen.

Zwakke dictator?

Longerich zoekt een antwoord op een vraag die de afgelopen decennia nog aanleiding heeft gegeven tot enige discussie: was Hitler, zoals de historicus Hans Mommsen meende, een 'zwakke dictator' die zich niet met de details van het beleid bezighield en die zich vooral om het eigen machtsbehoud bekommerde, of was hij metterdaad de vormgever van het Derde Rijk en alles wat dat aan onheil heeft teweeggebracht?

Voor Longerich staat vast dat Hitler verantwoordelijk was voor de lotgevallen van zijn partij en, van 1933 tot 1945, van zijn land en het Europese continent. Waarmee hij, uiteraard, niet betoogt dat hij geen medeplichtigen had. Of dat het Duitse volk inderdaad niets van de gruwelen heeft geweten. Evenmin suggereert hij dat het beleid van Hitler consistent was. Hij wisselde, in de jaren voor de machtsovername, geregeld van strategie. Hij gebruikte de socialistische elementen van zijn program als wisselgeld in zijn onderhandelingen met de 'oude elite'. Hij deed zaken met de door hem verfoeide katholieken zolang hij het machtsmonopolie niet had verworven. En hij maande overijverige SA-leiders (soms) tot matiging van hun antisemitisme zolang hij zich bekommerde om de Duitse reputatie in het buitenland.

Maar bij alles wat hij deed of naliet vanaf de vroege jaren twintig, hield hij de blik gericht op het vergezicht van een 'raszuiver' Duitsland dat in het oosten 'Lebensraum' verwierf en dat in het westen werd gehoorzaamd. Met dat doel voor ogen verruilde Hitler de ene bondgenoot voor de andere, organiseerde hij een sfeer van permanent wantrouwen binnen de subtop van het regime, creëerde hij een byzantijnse structuur waarin alleen hij de weg kende, deed en herriep hij plechtige beloften, verleidde en tiranniseerde hij het Duitse volk en wist hij een oorlog te rekken waarvan zelfs de meest toegewijde nazi's op een zeker moment wisten dat hij niet kon worden gewonnen. Het regime dat volledig identiek was aan 'de Führer' overleefde hem dan ook slechts een week.

Non-fictie 

Peter Longerich
Hitler
Uit het Duits vertaald door Het Vertaalcollectief, Hollands Diep, 1550 pagina's €59,99.

Taaier zijn de mythes die Hitler tijdens zijn leven schiep. Zo hebben vele historici op zijn gezag aangenomen dat Hitlers 'ideologische ontwikkeling' - inclusief zijn antisemitisme - zich voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog al eindweegs had voltrokken, en dat hij een marginale groepering - de Deutsche Arbeiterpartei (DAP) - eigenhandig transformeerde in een brede volksbeweging tegen de Weimarrepubliek. Op beide is wel wat af te dingen, schrijft Longerich. In Mein Kampf heeft hij zijn 'ontwaken' als antisemiet zeker een decennium geantedateerd, en naoorlogse historici hebben niet de behoefte gevoeld hem hierin te weerspreken. Evenmin hebben ze Hitlers relativering van het belang van de DAP in twijfel getrokken. Ten onrechte. Want anders dan Hitler suggereert, had deze voorganger van de NSDAP zich vóór Hitlers toetreding al ontwikkeld tot spil van de extreemrechtse oppositie tegen 'Versailles' en de nieuwe democratische orde.

En dan is er nog de mythe van het volk dat eensgezind zijn Führer volgde - een mythe die Hitler cultiveerde (totdat hij in het voorjaar van 1945 vaststelde dat de Duitsers de ondergang verdienden omdat ze hem de zege niet hadden gebracht) en die in 1996 door Daniel Goldhagen werd gereanimeerd met zijn boek Hitler's willing executioners. Longerich herinnert de lezer eraan dat de NSDAP zelfs bij de ondemocratische Rijksdagverkiezingen van 1933 geen absolute meerderheid heeft verworven. En met de opofferingsgezindheid van de Duitsers tijdens het Derde Rijk viel het, vanuit Hitlers perspectief, ook nogal tegen. Er werd al in de eerste jaren na 1933 hoorbaar gemopperd over de haperende voedselvoorziening en over het feit dat de Duitse bewapening ten koste ging van de productie van consumptiegoederen. Het enthousiasme voor de Anschluss van Oostenrijk en de annexatie van Sudetenland (1938) was vooral ingegeven door de verwachting dat hiermee het oorlogsgevaar was afgewend.

Gebrek aan enthousiasme

Zelfs in zijn naaste omgeving ondervond Hitler enige kritiek. Zijn wegbereider en vicekanselier Franz von Papen maakte in 1934 publiekelijk bezwaar tegen het totalitaire karakter van 'het nieuwe Duitsland'. En in 1937 maakte minister van verkeer Paul von Eltz-Rübenach kenbaar dat hij geen prijs stelde op het 'Gouden Ereteken' dat Hitler hem en zijn collega-ministers op de vierde verjaardag van zijn machtsovername had aangeboden.

Gebrek aan enthousiasme is echter iets anders dan verzet. En ook Peter Longerich breekt zich het hoofd over de vraag waarom de Duitsers tot aan de totale nederlaag Hitlers oorlog zijn blijven voeren. 'Zonder 20 juli (de mislukte aanslag op Hitlers leven in 1944, red.) zou de morele corruptie van de traditionele leidinggevende elite, vooral van de adel, aan het eind van het Derde Rijk volkomen zijn geweest.' Maar het lijkt wel of de oude elite zich niet mócht revancheren voor haar fatale rol bij de machtsgreep van Hitler. Dat ze de gevolgen van haar falen in 1933 tot het bittere einde heeft moeten ondergaan.

Misschien is dat wel de enige mythe rondom Hitler die bestand is tegen de tijd: dat pogingen om hem ten val te brengen tot mislukken waren gedoemd. Het was de wrede ironie van het lot - door hemzelf 'voorzienigheid' genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden