BeschouwingLondon Calling

London Calling is de climax van het beste popjaar ooit

The Clash in New York in 1978. Van links naar rechts: Joe Strummer, Paul Simonon, Mick Jones en Nicky 'Topper' Headon. Beeld Getty

Veertig jaar geleden kocht Gijsbert Kamer het album dat zijn leven zou veranderen: London Calling van The Clash, de plaat die 1979 tot het beste popjaar ooit maakte.

In het Museum of London, midden in de Engelse hoofdstad, loopt een heuse tentoonstelling over London Calling, de roemruchte dubbel-lp van de Engelse (in oorsprong) punkband The Clash, die deze maand veertig jaar geleden verscheen.  Een unicum, deze expositie. Op zich gaat popmuziek wel vaker naar het museum (David Bowie Is was bijvoorbeeld een succestentoonstelling die in 2013 de hele wereld over ging), maar zelden of nooit staat één album centraal. De lp is dan ook niet alleen het hoogtepunt in het oeuvre van de The Clash, ze wordt algemeen erkend als een van de beste, muzikaal rijkste en opwindendste platen uit de popgeschiedenis. Een van de weinige dubbel-lp’s ook die van begin tot eind boeien, verbazen en verbijsteren. In dat opzicht hoort de plaat thuis in de galerij der groten van Electric Ladyland van Jimi Hendrix (1968), Exile on Main St. van The Rolling Stones (1972) en Sign o’ the Times van Prince (1987).

Ik kocht de plaat vlak voor Kerstmis 1979, toen ze een week in de winkels lag (de verschijningsdatum was 14 december) in een platenzaak in mijn woonplaats Hilversum. En het album is me nooit gaan vervelen. De vaart, de afwisseling en de vermenging van stijlen verbaast me nog altijd. Als 16-jarige zag ik het als gewoon een geweldige nieuwe plaat; geleidelijk aan ging ik London Calling steeds meer zien als de climax van het beste popjaar ooit.

Want dat was 1979. Goed, 1956 (de doorbraak van de rock-’n-roll in het algemeen en van Elvis Presley in het bijzonder); 1967 (de Summer of Love, Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band); 1977 (de punkexplosie) of 1991 (wereldwijde doorbraak Nirvana) vormden allemaal kantelmomenten in de popgeschiedenis, maar die werden meestal veroorzaakt binnen een paar genres, of door enkele artiesten.

Nee, dan 1979. In dat jaar gebeurde in de breedte meer dan in elk jaar daarvoor of erna. Er kwamen nieuwe genres bij: de dark wave, met debuutalbums van The Cure en Joy Division, 2 Tone-ska met The Specials en Madness, de wereldwijde kennismaking met hiphop door de single Rapper’s Delight van The Sugarhill Gang. En rockartiesten omarmden ineens de disco die ze daarvoor zo hadden verafschuwd: I Was Made for Lovin’ You van Kiss was de grootste hit van het jaar.

Cover van London Calling.Beeld RV

Big bang 

1979 leek wel een big bang. Punk explodeerde in talloze nieuwe stromingen, die nog decennialang tot inspiratie zouden dienen voor nieuwe generaties popmuzikanten: de punkfunk uit het begin van deze eeuw (Franz Ferdinand, LCD Soundsystem) was schatplichtig aan de in 1979 verschenen debuten van Gang of Four en The Pop Group. Zonder de feministische punkplaten van The Slits en The Raincoats uit dat jaar geen Riot Grrrl-acts als Babes in Toyland en PJ Harvey, en misschien ook wel geen Nirvana. Kurt Cobain stelde immers dat The Raincoats zijn muzikale visie diep hadden beïnvloed.

Ook hardrock ging in 1979 op de schop. De term New Wave of British Heavy Metal dook voor het eerst op in de Britse media, waarmee een nieuwe lichting heavy rockbands werd geduid, zoals Def Leppard, Iron Maiden en Diamond Head. Allemaal lieten ze in 1979 voor het eerst van zich horen. Zonder Diamond Head geen Metallica - uiteindelijk de grootste heavymetalband in de popgeschiedenis.

En dát cruciale jaar, 1979, werd dus nog even doodleuk afgesloten met London Calling.

Toen ik de plaat kocht, werd ik alleen al door die hoes aangetrokken: een zwart-witfoto van bassist Paul Simonon die zijn gitaar aan gruzelementen slaat. De foto was een paar maanden eerder gemaakt tijdens een concert in New York. De vormgeving en typografie van de hoes waren een pastiche op het debuutalbum van Elvis Presley. Maar wist ik veel.

Ik wist sowieso nog niet zo veel van popmuziek. Het jaar 1979 was ik begonnen als radioluisteraar en liefhebber van het top-40-repertoire. Joe Jackson (Is She Really Going Out with Him?), The Police (Roxanne) en het door Frits Spits grijsgedraaide Dancin’ Fool van Frank Zappa brachten me steeds meer op het spoor van muziek buiten de hitparade. Een nieuwe wereld. 

Die kapotgeslagen gitaar op de hoes van London Calling, die bij het Museum of London torenhoog op posters is afgebeeld, is misschien wel het symbool van die nieuwe wereld. Vernietiging van oude zekerheden om plaats te make voor iets nieuws. ‘The dawning of a new era’, zoals het heette op een andere favoriet uit 1979, het debuutalbum The Specials van The Specials.

Simonons vernielde instrument ligt nu in stukken opgebaard, als het hart van de expositie. Verder veel bandfoto’s, songteksten en videobeelden van optredens. Een mooi, bescheiden monument voor een belangrijke plaat, de popmuzikale sublimatie van het subliemste popjaar. En dat hoor je als je het album liedje voor liedje doorneemt. Zowel muzikaal als tekstueel is London Calling zo 1979 als 1979 maar zijn kan.

London Calling is een ode aan het verleden, werpt een vaak dystopische blik vooruit en staat toch helemaal in wat toen het heden was. 1979, het beste popjaar ooit, werd er perfect mee afgesloten. Het was een van de platen uit dat jaar die mijn leven zouden veranderen. Vanaf die winter vertoefde ik zo vaak tussen de platenbakken van de platenzaak dat ze me maar een baantje aanboden. Het begin van mijn leven als professioneel muziekliefhebber, dat nu óók 40 jaar duurt.

The Clash: London Calling, expositie t/m 19/4. Museum of London, Londen. Entree gratis.

1. London Calling

In het intro, met een van de strafste, opzwependste gitaarriffs ooit, roept zanger en gitarist Joe Strummer op tot verzet: ‘Come out of the cupboard you boys and girls.’ Het is een van meerdere liedjes op de plaat waarin The Clash hun angst voor de naderende apocalyps verwoordt. Het kernongeval in Harrisburg van eerder dat jaar komt hier ook voorbij. Net als in het nummer Ice Age van Joy Division, ook in 1979 opgenomen, wordt met ‘ijstijd’ een dystopisch tijdperk bedoeld.

2. Brand New Cadillac

Een oud rock-’n-rollnummer van Vince Taylor, om even stoom af te blazen. Elke opnamedag van London Calling begon de band met dit liedje. Oude rock-’n-roll was dankzij platen van Dave Edmunds, Stray Cats en Nick Lowe in 1979 ook weer hip geworden.

3. Jimmy Jazz

Wat moet The Clash met blazers, in deze blues die ook van Tom Waits had kunnen zijn? Afrekenen met het clichébeeld van de punkband die alleen op gitaren kan rammen. Hier is voor het eerst goed te horen dat The Clash hun ambities had verlegd naar een kaleidoscopischer geluid. Iets dat je bij meer newwavebands zag die in 1979 toe waren aan hun derde plaat (Fear of Music van Talking Heads, 154 van Wire).

4. Hateful

Uptempo, staccato zang. Rock-’n-roll in Bo Diddley-stijl, maar met een nieuw, fris geluid. En dat typeert veel pop in 1979. Er werd nadrukkelijk gezocht naar vernieuwing in arrangementen. Dat suizende orgeltje is een toevoeging die hoort bij 1979. Platen klonken weer wat voller, het punkadagium ‘houd alles zo simpel mogelijk’ werd losgelaten. 

5. Rudie Can’t Fail

We hadden in ’79 al veel rockartiesten met reggae horen flirten. Joe Jackson en The Police, bijvoorbeeld. Eind van het jaar kwam daar de opzwepende skavariant van The Specials en Madness bij; daar borduurt Rudie Can’t Fail verder op voort.

6. Spanish Bombs

Een van de melodisch sterkste nummers gaat over de Baskische terreuraanslagen waar 1979 onder te lijden had, gekoppeld aan de Spaanse Burgeroorlog. The Clash lijkt hier beïnvloed door de politieke songs waarmee het Noord-Ierse Stiff Little Fingers dat jaar furore maakte.

7. The Right Profile

Jubelende blazers domineren dit liedje over acteur Montgomery Clift. The Right Profile is de titel van diens biografie (Strummer had een exemplaar, te zien op de tentoonstelling). Boeken als inspiratie voor songtitel of bandnaam raakten steeds meer in de mode. The Fall, vernoemd naar de roman van Albert Camus, bracht in 1979 hun eerste twee studioalbums uit.

8. Lost in the Supermarkt

Bassist Paul Simonon waagt zich aan het slot van dit liedje aan een stukje disco, in het jaar dat de disco-funkbaslijn uit Good Times van Chic misschien wel de beroemdste baslijn ooit zou worden, mede doordat die werd overgenomen door The Sugarhill Gang voor Rapper’s Delight.

9. Clampdown

Boos, meerstemmig gezongen liedje dat Strummer rappend afsluit met opnieuw een verwijzing naar Harrisburg. Al noemden we dat toen nog geen rappen, maar volgens het juiste Jamaicaanse reggaejargon toasten. Weer zo’n liedje waarin rock, funk en reggae versmolten alsof het zo hoorde. In 1979 was dat echt iets nieuws.

10. The Guns of Brixton

De sterkste reggae-ode op de plaat komt van Paul Simonon, die The Guns of Brixton zingt zoals de in 1979  doorgebroken dichter Linton Kwesi Johnson dat deed. Ook de tekst over de Londense rassenrellen is schatplichtig aan Johnson. De baslijn zou tien jaar later gesampled worden door Norman Cook (Fatboy Slim) voor de Beats International-hit Dub Be Good to Me.

11. Wrong ’Em Boyo

Combinatie van twee covers (een uit de rock-’n-roll en een uit de rocksteady/reggae) die misschien wel het best aantoont (dat orgeltje!) hoe The Clash zich liet inspireren door de opzwepende 2-Tonesound van The Specials, die toen net opkwam. 

12. Death or Glory

Weer zo’n lekker nummer. De tekst van Strummer, die instemmend zingt over de ‘beat of time’ die uit elke kelder in elke achterafsteeg opklinkt, is zijn tijd vooruit. ‘The beat that must go on’ zou door middel van acid house acht jaar later Londen in zijn greep krijgen.

13. Koka Kola

Liedje dat zijn tijd óók jaren vooruit is, over yuppies uit de ‘greed is good’-generatie die massaal aan de cocaïne gaan. Wat het zo 1979 maakt, is de meerstemmige zang van Jones en Strummer. Rauwe gitaarmuziek kreeg er iets luchtigs door, wat dat jaar door geen band zo goed werd gedemonstreerd als The Undertones op hun debuutalbum.

14. The Card Cheat

Een ode van The Clash aan de Wall of Sound van producer Phil Spector uit de jaren zestig. Een van die liedjes die bewezen dat The Clash meer kon en wilde dan het belijden van hun voorliefde voor rock-’n-roll en reggae. Producer Guy Stevens maakte er zijn eigen River Deep, Mountain High van (Ike & Tina Turner, 1966). Nog geen jaar eerder was zo’n groots arrangement ondenkbaar geweest, maar in 1979 ging Phil Spector zelfs met de Ramones de studio in. 

15. Lover’s Rock

Gewoon een mooi, soft soul-achtig liedje, vernoemd naar het op Jamaica populaire genre. Hier horen we voor het eerst iets wat op een gitaarsolo lijkt. Die waren ook door The Clash een paar jaar in de ban gedaan, maar mochten in 1979 weer. Meestergitarist Frank Zappa had niet alleen zijn productiefste jaar ooit, hij scoorde met Dancin’ Fool nog een hit ook.

16. Four Horsemen

Verwijzingen naar een naderende ondergang kom je London Calling een paar keer tegen; het duidelijkst in dit liedje, dat naar de vier ruiters van de Apocalyps verwijst . 1979 was het jaar waarin het doemdenken in de popmuziek voor het eerst gestalte kreeg. Unknown Pleasures van Joy Division en Three Imaginary Boys van The Cure waren dat jaar de belangrijkste doemalbums.

17. I’m Not Down

Mick Jones zingt zichzelf moed in door het naspelen van de gitaarpartij uit de popklassieker Waterloo Sunset van The Kinks. Het resultaat is een liedje dat, zoals de meeste op London Calling, zowel traditioneel als nieuw en fris klinkt. Als je goed luistert, hoor je aan het eind drummer Topper Headon het liedje afslaan zoals in Smithers-Jones , een van de sterkste liedjes van The Jam dat jaar.

18. Revolution Rock

De explicietste ode aan reggae en ska op London Calling. Het had de plaat feestelijk en dansbaar moeten afsluiten...

19. Train in Vain

... maar toen de hoes al naar de drukkerij was wilde The Clash nog een nummer aan hun meesterwerk toevoegen. Train in Vain van Mick Jones is misschien wel het allerbeste liedje van de plaat, omdat het op niets anders lijkt. Dat plokkende funkritme waar ook Talking Heads in die tijd mee experimenteerde, was een van de noviteiten van 1979 die door beide bands op latere platen verder zou worden uitgewerkt. 

The Clash: London Calling Scrapbook (boek + cd). Sony Music.

Jaren zeventig of tachtig?

Het zegt veel over de kwaliteiten van London Calling dat het album zowel in de lijstjes met beste platen uit de jaren zeventig als de jaren tachtig hoog terechtkwam.

Toen Rolling Stone eind 1989 de balans van de jaren tachtig opmaakte, kwam The Clash met London Calling op nummer 1. Gek, want kwam het tot beste album van het decennium gekozen album niet uit december 1979? Ja, in Europa wel. Maar in de VS verscheen London Calling een maandje later, in januari 1980.

Naast London Calling mijn favoriete albums van 1979:

1.Talking Heads – Fear of Music

2.Joy Division – Unknown Pleasures

3.The Specials – The Specials

4.Michael Jackson – Off the Wall

5.Linton Kwesi Johnson – Forces of Victory

6.Joe Jackson – Look Sharp!

7.Chic – Risqué

8.The B-52’s – The B-52’s

9.The Cure – Three Imaginary Boys

10.The Undertones – The Undertones

De leukste singles van 1979

1.Elvis Costello & The Attractions – Oliver’s Army

2.The Jam – The Eton Rifles

3. The Sugarhill Gang – Rapper’s Delight

4.Frank Zappa – Dancin’ Fool

5.Madness – One Step Beyond

6.Abba – Does Your Mother Know

7.M – Pop Muzik

8.XTC – Making Plans for Nigel

9. The Buggles – Video Killed the Radio Star

10.The Knack - My Sharona

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden