'Londen kan wreed zijn voor z'n inwoners'

Peter Ackroyd schrijft romans en biografieën bij de vleet. Zijn oerthema is Londen, maar de relatie tussen hem en de stad van zijn jeugd heeft niet het karakter van een idylle....

Hij heeft de reputatie van een groot drinker, maar vandaag zit hij gewoon aan het bronwater. Zoals ongetwijfeld wel vaker, want met ongeveer 35 titels in evenzovele jaren moet Peter Ackroyd een van de productiefste schrijvers van het Engelse taalgebied zijn. Zeker wanneer je in aanmerking neemt dat sommige van die boeken vuistdikke biografieën zijn die dikwijls de duizend pagina's naderen, en soms zelfs overschrijden.

Wie hem spreekt over zijn recentste publicaties - in dit geval een Shakespeare-biografie en een roman waarin de bard een sleutelrol speelt - ervaart dan ook dat de schrijver inmiddels al weer één of twee boeken verder is. Ackroyd heeft zojuist de laatste hand gelegd aan een roman over de ontdekking van Troje en wederom een biografie, ditmaal van de Theems. Verschijning respectievelijk herfst 2006 en herfst 2007.

'De biografie is een genre dat me vele jaren lang na aan het hart heeft gelegen, maar ik geloof dat ik er nu klaar mee ben. Al mijn biografieën gingen in feite over Londen: over grote Londense visionairs of rechtstreeks over de stad zelf. Met het Theems-boek en Shakespeare, die weliswaar geen echte Londener was, maar wiens werk zonder zijn jaren in de stad ondenkbaar is, ben ik aan het eind van dat traject gekomen. Er zijn geen personen of aspecten van Londen meer waaraan ik een groot boek zou willen wijden. Ik zal in de toekomst hooguit nog wat kortere biografische schetsen publiceren.'

Shakespeare was voor Ackroyd de onvermijdelijke laatste grootheid waarover hij zou schrijven. Sinds jaar en dag bestaat er in de Britse literaire wereld een controverse over de vraag of Engelands grootste schrijver wel de auteur is van zijn eigen werk. Veel literatuurwetenschappers menen dat de ingenieuze toneelstukken die onder de naam van William Shakespeare zijn verschenen, nooit door zo'n relatief slecht opgeleide provinciaal uit Stratford kunnen zijn geschreven. Als eigenlijke auteur wijzen zij naar Christopher Marlowe, Francis Bacon, de Graaf van Oxford en andere tijdgenoten.

Peter Ackroyd behoort echter tot de zogeheten Stratfordianen. 'Naar mijn overtuiging wijst alles erop dat Shakespeares stukken gewoon door hemzelf zijn geschreven. Zijn opleiding was naar moderne maatstaven helemaal niet zo mager, en bovendien hebben we in de 19de eeuw kunnen zien hoe iemand die helemaal geen opleiding heeft gehad, Dickens, uitgroeide tot de grootste schrijver van zijn tijd. Het is een beetje snobistisch om te menen dat alleen iemand van adel - zoals de meest gehoorde opvatting luidt - dergelijke stukken zou kunnen hebben geschreven.'

Ackroyd beschouwt het als zeer vruchtbaar dat hij zowel biograaf als romanschrijver is, want bijna ieder schrijversleven kent blinde vlekken: onbekend terrein, dat door de biograaf zal moeten worden ingevuld, op basis van door feitenkennis geschraagde intuïtie. Een romanschrijver kan naar zijn overtuiging romantechnische methoden gebruiken bij de totstandkoming van zijn biografie en zo zijn educated guesses een grotere plausibiliteit geven. Van dat vermogen heeft hij bij de levensbeschrijving van Shakespeare, met zijn veelbediscussieerde lost years, dankbaar gebruikgemaakt.

'Het verschil tussen een roman en een biografie is zeer relatief', meent Ackroyd. 'Het is bijna een kwestie van marketing. Natuurlijk verwacht je van een biografie dat die bepaalde feiten over een onderwerp geeft, maar uiteindelijk zijn niet zozeer die feiten van belang, als wel de interpretatie ervan. En zodra een biograaf gaat interpreteren, begeeft hij zich in feite op het pad van de romancier. Eén verschil is wel: in een biografie zou ik geen bewuste verdraaiingen of falsificaties van feiten verwerken, terwijl ik daar in een roman geen enkele moeite mee heb.'

Ackroyd voelt zich sterk aangetrokken tot Shakespeares kunstopvatting: de schrijver/acteur schreef op bestelling en plukte bovendien zijn plots overal vandaan. Hij was een gretig hergebruiker van andermans woorden, ideeën, legendes, thema's. Ackroyd: 'Met het 19de-eeuwse, postromantische beeld van de kunstenaar heb ik helemaal niets. Dat is achterhaald. Shakespeare was geen filosoof, geen denker, geen intellectueel, hij was simpelweg een theatermaker. Als je hem zou vragen wat, pakweg, King Lear nou eigenlijk betekent, zou hij je waarschijnlijk geen antwoord kunnen geven. Voor hem was het gewoon een goed verhaal.'

Ook van zichzelf beweert Ackroyd dat hij geen nadrukkelijke opvattingen, meningen, ideeën heeft. 'Ik heb alleen een duidelijke mening op het moment dat ik een boek aan het schrijven ben, en dan staan die opvattingen in dienst van het schrijfproces. Als iemand mij zou vragen of ik in spoken geloof, zou het antwoord nee luiden, maar als het me in verband met een boek goed zou uitkomen er wel in te geloven, zou ik voor de duur van het schrijfproces het geloof in spoken aannemen.

'Ik zou mijn verbeeldingskracht niet met die van Shakespeare durven vergelijken, maar ik geloof dat hij in dit soort zaken dezelfde houding had als ik. Je zou inderdaad kunnen zeggen dat ik het temperament heb van een acteur: zolang het stuk loopt, vereenzelvig ik mij met bepaalde opvattingen, spreek ik een bepaald soort taal, enzovoort. Is het stuk uitgespeeld, c.q. het boek voltooid, dan valt alles weg. Het is bij mij zelfs zo dat ik binnen de kortste keren alle zaken die ik voor een biografie heb onderzocht, ben vergeten. Ik zou je bij wijze van spreken nu al Shakespeares geboorte- en sterfdata niet eens meer kunnen vertellen. Ik moet ruimte maken, na voltooiing van een project, ik kan niet al die skeletten in mijn hoofd laten rondlopen.'

Bepaalde thema's keren voortdurend in Ackroyds werk terug. Dat van vervalsing bijvoorbeeld. Zijn laatste roman, The Lambs of London, is opgebouwd rond Shakespeare-vervalser William Henry Ireland, en ook in zijn succesvolste boek, Chatterton, staat een complex geheel van vervalsingen centraal. Ackroyds fascinatie voor dat onderwerp heeft er in elk geval ten dele mee te maken dat je het vervalsen als een ode aan de verbeelding kunt zien. Ackroyd: 'Maar er speelt nog meer. Het heeft ook te maken met een teloorgegane oorsprong of zoiets. Ik weet het niet precies. Eigenlijk denk ik nooit na over dit soort zaken, alleen wanneer ernaar wordt gevraagd.'

We bevinden ons nu op het terrein van de autobiografie, een genre waar Ackroyd grote afstand van neemt. Zo gretig als hij in andermans leven duikt, zo gesloten is hij over zichzelf. Over zijn jeugd bijvoorbeeld. Ackroyds vader verliet het gezin al toen Peter nog jong was, en de twee hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Zou hij het teloorgegane origineel kunnen zijn dat Ackroyd probeert te reconstrueren aan de hand van zijn portretten van beroemde Londenaars? De schrijver glimlacht, maar gaat er niet op in.

Diverse van Ackroyds romans en biografieën vormen paren. De Blake-biografie leverde de inspiratie voor Milton in America, en ook Chaucer en The Clerkenwell Tales zowel als Shakespeare - The Biography en The Lambs of London hebben een duidelijke relatie. The Clerkenwell Tales is qua structuur gemodelleerd naar Chaucers The Canterbury Tales en brengt de late Engelse Middeleeuwen in al hun weerzinwekkende geuren en helle kleuren tot leven. In The Lambs of Londen is genoemde Shakespeare-vervalser Ireland een cruciale figuur. Roman en biografie ontstaan vaak min of meer tegelijkertijd, als verschillende uitwerkingen van dezelfde fascinatie.

Uiteindelijk voeren al die fascinaties terug naar één oerthema: Londen. Bij het schrijven van zijn boeken over figuren als T.S. Eliot, Charles Dickens, Geoffrey Chaucer, Thomas More, William Blake en Shakespeare was Ackroyd net zozeer geïnteresseerd in het landschap om hen heen als in de personen zelf. Ackroyd: 'Ik was geboeid door de Londense aspecten van deze auteurs, in hun Cockney sensibility, iets waarvan ik mij overigens pas gaandeweg bewust werd. Ik weet niet precies wat de achtergrond van die fascinatie is. Natuurlijk, in Londen is het verleden voortdurend en dominant aanwezig, maar dat geldt voor meer steden. En natuurlijk kan de stad in mijn jeugd een onuitwisbare indruk op me hebben gemaakt, maar dan nog.'

Toch heeft Ackroyds relatie met Londen niet het karakter van een idylle.

Sleutelwoorden die de stad volgens hem beschrijven, zijn: lelijk, smerig, rijk, harteloos, schaduwrijk, mistig. 'Londen is nooit erg beschaafd geweest. De stad kan erg wreed zijn voor zijn inwoners, met name de armen.'

Vrijwel al zijn romans zijn historisch van aard. Dat is geen toeval. Ackroyd kan geen fictie over hedendaags Londen schrijven. 'Maar ik heb gelukkig een grote voorganger voor wie dat ook gold. Ook Shakespeare heeft nooit over het heden geschreven. Waarschijnlijk komt dat inderdaad doordat ik graag een zekere afstand bewaar. Ik houd er ook niet van mijzelf op te voeren in mijn boeken, en ik vermoed dat ik het idee zou krijgen dat ik het over mijzelf had als ik over hedendaags Londen schreef. Daar heb ik geen behoefte aan. Ik geef toe: er zit een zekere ironie in het feit dat ik dolgraag in andere levens duik, maar niet in dat van mijzelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden