Reportage

Lomp, ruig en van keihard beton: van brutalisme moet je leren houden – maar dan krijg je veel liefde terug

Beursgebouw Almere Beeld Tom Philip Janssen
Beursgebouw AlmereBeeld Tom Philip Janssen

Het brutalisme werd lange tijd verguisd: historische stadsdelen moesten wijken voor betonnen kolossen, die bovendien kil oogden en gevoelig bleken voor betonrot. Nu is de architectuurstroming aan een herwaardering toe. Geen moment te laat, want de sloopkogels dreigen.

Achter het station van Almere-Stad staat een betonnen gebouw met opvallende gevels waaruit de afgeronde ramen gestanst lijken en met sculpturale trappen die vanaf het dak naar beneden spiralen. Het is het Beursgebouw, het eerste kantorencomplex van Almere, dat in 1982 in gebruik werd genomen. Een onderdeel van de geschiedenis van de nieuwbouwstad, een ankerpunt voor bewoners en een icoon van de jaren tachtig. ‘Een heel bijzonder gebouw’, zegt historicus Michelle Provoost, gespecialiseerd in naoorlogse architectuur.

Volgens de ontwikkelaar die met het gebied bezig is, is het een onmogelijk pand, dat niet te verbouwen valt. Daarom staat het op de nominatie voor sloop. Erfgoedvereniging Heemschut maakte bewaar en heeft de monumentenstatus aangevraagd. In augustus beslist de gemeente daarover.

Het Beursgebouw in Almere. De afgeronde ramen lijken gestanst uit de gevels. De sculpturale trappen spiralen vanaf het dak naar beneden. Beeld Tom Philip Janssen
Het Beursgebouw in Almere. De afgeronde ramen lijken gestanst uit de gevels. De sculpturale trappen spiralen vanaf het dak naar beneden.Beeld Tom Philip Janssen

Het Beursgebouw behoort tot een internationale stroming in de architectuurgeschiedenis die bekendstaat als het brutalisme. De bouwstijl – ooit vergeleken met marmite, het broodbeleg dat je heerlijk vindt of helemaal niks – kenmerkt zich door simpele, blokachtige vormen en ruwe betonconstructies. Béton brut, zoals de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier het noemde, waarvan de naam brutalisme is afgeleid.

De revolutionaire flat Unité d’Habitation, die Le Corbusier in 1952 in Marseille bouwde, inspireerde architecten over de hele wereld om moderne idealen te vertalen naar beton, dat luxe bracht in de vorm van autowegen, openbare bibliotheken en sociale woningbouw. ‘Het is alsof we hierboven in de hemel zitten’, zegt een Londense in 1959 in haar huurflat, terug te horen in de BBC-video The Underappreciated Beauty of Brutalism (2020).

Groots, recht voor z’n raap, weg van de ‘truttige’ baksteen, dat was de architectuurtaal van woningbouwcomplexen als de Robin Hood Gardens in Londen (Alison en Peter Smithson, 1972). De betonkolos viel al snel ten prooi aan sociaal verval en betonrot. Ook de boosheid over de afbraak van historische stadsdelen voor projecten als de Oostlijn in Amsterdam, speelt een rol in de onderwaardering van de bouwstijl. Maar initiatieven als de online database #SOSBrutalism, Facebookgroep-op-uitnodiging The Brutalism Appreciation Society (150 duizend leden) en de Oostblog, over ‘Oostblokarchitectuur in Nederland’, tonen dat het sentiment verbetert.

De Robin Hood Gardens in Londen. Beeld Getty
De Robin Hood Gardens in Londen.Beeld Getty

We moeten keuzes maken. Wat gaan we doen met gebouwen als het voormalige onderkomen van het Regionaal Ziekenfonds in Zwolle – ‘Stiekem best mooi kantoor’, aldus journalist en architectuurliefhebber Martjan Kuit op Twitter – en kantoorgebouw de Leeuwenburg (Piet Zanstra, 1977) tegenover het Amstelstation in Amsterdam? Ook voor deze gebouwen dreigt de sloophamer.

Aan de hand van een aantal voorbeelden bekijken we de mogelijke scenario’s. Om te beginnen: afbreken. Dat is al met veel gebouwen gebeurd. Denk aan het Maupoleum, het werk-winkelgebouw dat in 1974 verrees aan de Amsterdamse Jodenbreestraat, om in 1994 alweer te worden neergehaald. Het stond destijds bekend als een van de lelijkste gebouwen van Nederland. De bijnaam Maupoleum was een samentrekking van Maup Caransa, de belangrijkste investeerder, en mausoleum.

Het inmiddels gesloopte Maupoleum op de Jodenbreestraat in Amsterdam. Beeld ANP
Het inmiddels gesloopte Maupoleum op de Jodenbreestraat in Amsterdam.Beeld ANP
Het woongebouw in de Fokke Simonszstraat van architect Ronald Janssen waarin NRC-criticus Bernard Hulsman de ‘kleine broer’ van het Maupoleum ziet. Beeld
Het woongebouw in de Fokke Simonszstraat van architect Ronald Janssen waarin NRC-criticus Bernard Hulsman de ‘kleine broer’ van het Maupoleum ziet.

Frappant: in de Fokke Simonszstraat in Amsterdam staat sinds 2019 een woongebouw waarin NRC-criticus Bernard Hulsman de ‘kleine broer’ van het Maupoleum ziet. De creatie van architect Ronald Janssen heeft een soortgelijke betonnen rastergevel die doorloopt in de dakkapellen. In 2020 werd het genomineerd voor de Amsterdamse Architectuur Prijs.

Janssen zegt desgevraagd dat hij het niet met het Maupoleum in gedachten heeft ontworpen. Wel merkt hij dat het Maupoleum vandaag met een andere blik wordt bekeken. ‘Laatst liet ik tijdens een discussie over mooi en lelijk een foto van het gebouw zien aan een projectontwikkelaar, zonder de naam Maupoleum te noemen. Hij zei: ‘Gaaf, staat dat in Rotterdam? Daar zouden we iets mee moeten doen!’’ De anekdote toont hoe tijdgebonden smaak is, en waarom we ervoor moeten waken om ons – opnieuw – daardoor te laten leiden als het gaat om de toekomst van brutalistisch erfgoed.

Optie 2 – gebouwen monumentstatus geven – is lastig, omdat er nog geen beleid bestaat voor de zogenoemde Post 65-gebouwen. Uitzonderingen hierop zijn het boemerangvormige Johnson Wax-kantoor in Mijdrecht (Hugh Maaskant, 1962), dat in 2015 monumentstatus verwierf, en de ufo-achtige aula van de TU Delft (Van den Broek en Bakema, 1966), die in 2009 een rijksmonument werd.

Samen met het Stadhuis in Terneuzen zijn dit de enige gebouwen die maximaal scoren op de schaal van brutalisme die Martijn Haan van Oostblog hanteert. Brutalistische architecten gingen in Nederland over het algemeen wat liever dan wel pragmatischer te werk dan in Oost-Europa, waar betonarchitectuur werd gebruikt om uitdrukking te geven aan een sterke staat (en staatsideologie).

‘Het is niet zo dat alle brutalistische gebouwen moeten worden bewaard’, vindt Provoost, ‘maar op dit moment loopt alles gevaar, mede doordat veel panden na vijftig jaar financieel zijn afgeschreven. De monumentale waarde laten plannenmakers vaak buiten beschouwing. Er moet worden begonnen met de inventarisatie van deze gebouwenvoorraad, zodat je ook die waarde kunt meewegen.’

Nu gaat het vaak andersom. Er wordt een stedenbouwkundig plan gemaakt, waarin hooguit staat dat een brutalistisch gebouw ‘markant’ is. De ontwikkelaar koerst vervolgens richting sloop en nieuwbouw, waarop bezwaar wordt gemaakt en een cultuurhistorisch onderzoek volgt. Als daaruit blijkt dat het om een bijzonder bouwwerk gaat, zoals bij het Beursgebouw, vinden gemeenten het moeilijk om te zeggen: maak maar een nieuw plan. Ze vrezen schadeclaims. Gebouweigenaren zijn bang dat de monumentenstatus een handicap is, omdat je niets meer zou mogen veranderen aan het gebouw. Daarnaast speelt de ambitie om steden te verdichten; zo moet een deel van de Leeuwenburg wijken voor een woontoren.

Metrostation Holendrecht in Amsterdam, voor de renovatie. Beeld Digidaan
Metrostation Holendrecht in Amsterdam, voor de renovatie.Beeld Digidaan
Metrostation Holendrecht in Amsterdam, na de renovatie. Beeld Digidaan
Metrostation Holendrecht in Amsterdam, na de renovatie.Beeld Digidaan

Tussen slopen en conserveren ligt de optie renoveren, wat op vele manieren kan. Ook een monument kun je rigoureus verbouwen, denk aan het vernieuwde Rijksmuseum. Verdichten met behoud van het bestaande is evengoed mogelijk. Neem het project voor de Bunkertoren die momenteel boven op het voormalige studentencentrum De Bunker (1969, Hugh Maaskant) in Eindhoven verrijst. Onder het motto reviving a brutalist beast bouwen de architecten van Powerhouse Company voort op het brutalistische Maaskant-gebouw.

‘Je moet goed kijken’, zegt architect Maarten van Bremen, ‘dan zie je de charme van het brutalisme – al kan het ook zijn dat je ontdekt dat een gebouw mislukt is.’ Met zijn bureau Group A transformeerde hij van 2016 tot 2018 samen met ontwerpbureau Fabrique de Oostlijn – in 1981 door Parool-columnist Berend Boudewijn beschreven als een ‘spoor van oorlogsbunkers’ – tot een alom geprezen collectie bouwwerken. ‘Onze concurrent wilde alles slopen’, zegt Van Bremen over de verloederde stations die hij aantrof.

Van Bremen, die tijdens zijn studie in Delft de aula moest natekenen en de architectonische marmite lekker begon te vinden, herkende door de pishoeken en afgebladderde verf heen de kwaliteiten van het ontwerp van Spängberg en Van Rhijn: de ruimtelijke overmaat, het bijzondere beton, de in de architectuur verwerkte kunst. Tegelijk wist hij dat ze ‘drastisch te werk moesten gaan’ om het ‘naar deze tijd te brengen’.

De liftschachten en gevels zijn opengebroken om daglicht binnen te brengen, de trappen weggezaagd, je ziet er nog de ‘littekens’ van in de muren. Het geribbelde beton – ooit bedacht om krijttekenaars te weren, ingehaald door de verfspuitbus en vervolgens overgeschilderd met afneembare witte verf – is gezandstraald en voorzien van een transparante coating. Aangelicht met vloerspots straalt het in brute glorie. In contrast met de ruwe wanden ontwierp de architect afgeronde houten trapleuningen die warmte aan de ruimten toevoegen en prettig in de hand liggen.

De slechte staat van veel betonkolossen vraagt om flinke ingrepen, maar je kunt ook doorschieten. Een voorbeeld is de verbouwing van kantorencomplex Rivierstaete in Amsterdam, in 1973 door Maaskant als een gigantische stapel witte dozen aan de Amstel gebouwd. In 2018 is het door MVSA architecten verduurzaamd. Maaskant-kenner Provoost, die om advies werd gevraagd toen het ontwerp al af was, vindt het jammer dat de karakteristieke sculpturale gevel aan de Amstel is verdwenen, het gebouw is nu ‘wel erg braaf’. ‘Debrutaliseren’, zoals Martijn Haan van Oostblog dit noemt, vormt ook een bedreiging voor het brutalisme.

Onder de naam #SOSBrutalism begon een groep Duitse architectuurkenners in 2015 een campagne om ‘onze geliefde betonnen monsters’ te redden. Hun database telt inmiddels ruim tweeduizend brutalistische bouwwerken, waarbij de bedreigde exemplaren rood zijn gemerkt. Robin Hood Gardens was een van die gebouwen. Na vergeefse pogingen om het op de monumentenlijst te krijgen, ging het in 2018 tegen de grond. Zonde, als je ziet hoe in dezelfde periode het Barbican Estate (Chamberlin, Powell en Bon, 1982) is herontdekt als stijlicoon.

Barbican Estate in Londen. Beeld Getty
Barbican Estate in Londen.Beeld Getty

Hoewel het complex in 2003 – toen al twee jaar een monument – tot het lelijkste gebouw van Londen werd verkozen en een tijd als onderpand zo waardeloos werd geacht dat banken geen hypotheek gaven voor de woningen, is het tegenwoordig een toeristische attractie. Er zijn zelfs Barbican-mokken te koop. Een gemiddeld appartement kost vandaag de dag ruim 1 miljoen euro. Dat heeft te maken met de locatie en stijgende huizenprijzen, maar ook met de groeiende populariteit van brutalistische architectuur. Wacht met slopen, zegt Provoost, want je gaat hier hetzelfde zien.

‘In het stedenbouwkundig plan was het Beursgebouw aanvankelijk aangemerkt als smaakmaker van het gebied’, zegt architectuurhistoricus Jouke van der Werf, lid van de welstandscommissie die de gemeente adviseert over de monumentenaanvraag. ‘Nu zegt de ontwikkelaar, gesteund door de gemeente, dat hij alleen verder kan met de gebiedsontwikkeling als het pand wordt gesloopt.’ Van der Werf hoopt dat de gemeente inziet dat dit gebouw ‘een cadeautje’ is, een potentieel Barbican van Almere.

Provoost mist nog een argument in de discussie: duurzaamheid. ‘Bij gebouwen die uit zo veel beton bestaan, is het makkelijk te voorspellen dat verbouwen milieuvriendelijker is dan slopen.’

Beursgebouw Almere Beeld Tom Philip Janssen
Beursgebouw AlmereBeeld Tom Philip Janssen

Brute verminking

Architect en voormalig rijksbouwmeester Wim Quist stapt naar de rechter omdat waterbedrijf Evides in Rotterdam een nieuw hoofdkantoor wil bouwen dat de door hem ontworpen drinkwaterzuivering ‘ernstig verminkt’. Het complex in Kralingen werd begin jaren zestig gebouwd door de toen 28-jarige Quist. Brutalisme-kenner Martijn Haan van Oostblog plaatst de ‘Waterkathedraal’ – een ensemble van twee ufo’s, een set gigantische betonnen trechters in een kas en een boemerang in een vijver – in de brutalistische top-5 van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden