Theater

Lolita krijgt spreekrecht in de gelijknamige voorstelling van Club Lam

Het verhaal van misbruikslachtoffers komt te weinig voor in de theaterliteratuur, aldus Club Lam. Aan de hand van vier passages uit het origineel legt de schrijver van het gezelschap uit hoe ze Lolita bewerkte.

Marloes IJpelaar (links), Ayla Satijn en Ella Kamerbeek in 'Lolita'. Beeld Bas de Brouwer
Marloes IJpelaar (links), Ayla Satijn en Ella Kamerbeek in 'Lolita'.Beeld Bas de Brouwer

De drie leden van vrouwelijk theatercollectief Club Lam waren het snel eens. Voor hun nieuwe voorstelling zouden ze zich buigen over de titelheldin van Vladimir Nabokovs beroemde boek uit 1955, het 12-jarige meisje met de hartjeszonnebril en de lolly, die seksueel wordt belaagd door de intellectueel Humbert Humbert. Lolita moest nu eens het woord krijgen, zo besloten ze. Het verhaal van het slachtoffer van dergelijk misbruik kom je nog veel te weinig tegen in de theaterliteratuur.

Ze, dat zijn Marloes IJpelaar (26), Ella Kamerbeek (29) en Ayla Çekin Satijn (26). In 2018 bundelden ze de krachten vanuit de ambitie een nieuw vrouwelijk perspectief te brengen in het theater, op tv en ‘de socials’, zoals IJpelaar het zegt.

Op de speelvloer hielpen ze inmiddels al een aantal Bijbelse vrouwen aan een update. De predikaten ‘hoer’ en ‘maagd’ dekken de lading niet meer, aldus het uitgangspunt van hun stuk Die Already. En Marie Antoinette kreeg een make-over in Let Them Eat Cake.

Nu de beurt aan Lolita, dus. Dat viel nog even tegen. Voor een werk dat associaties met stoute dingen en roze wangen oproept, vonden ze de plotlijnen ingewikkeld en saai, vertelt IJpelaar, de tekstschrijver van de groep. De passages die expliciet over Humberts hunkering gaan, heeft ze dan weer regelmatig even terzijde gelegd. ‘Omdat ik het vies vond. Het is een meisje van 12, hè. De thematiek waar we het over hebben, is pedofilie.’

De roman Lolita van Vladimir Nabokov. Beeld
De roman Lolita van Vladimir Nabokov.

‘Natuurlijk mag het boek er zijn’, zegt IJpelaar. ‘Maar het is wel interessant, in deze tijd en deze maatschappij, om er eens kritisch naar te kijken. Ik denk helaas dat dit nog steeds de fantasie is van veel mannen: dat frivole, hoopvolle, speelse beeld van, zeg, een tienermeisje. Want volwassener vrouwen die drama schoppen of een mening hebben, die gaan door voor gedoe.’

Er zijn niet zoveel verhalen van de kant van de meisjes, zegt IJpelaar. Dus wilde ze die laten horen – op haar manier, via Lolita. Zonder moeilijk plot, maar met een lekker verhaallijntje, zodat het publiek makkelijk instapt. Drie twintigers wachten op een bezorgmaaltijd en kletsen wat af. Grappig eerst, maar allengs komt hun traumatische verleden aan bod en uiteindelijk is er tijd voor bezinning.

‘Toen ik het boek uit had, bleef bij mij de gedachte hangen: het is een uitleg om het gebeurde te verzachten, mooier te maken. Dat vond ik er eigenlijk ook wel menselijk aan.’ Het diende IJpelaar tot inspiratie voor de uitspraak van het personage Dolores, dat zichzelf brieven schrijft: ‘Ik probeer het dure woorden te geven om het banale, het praktische van de hele situatie iets liefdevoller te laten lijken.’

Aan de hand van vier veelzeggende passages uit het origineel van Nabokov kijkt V mee bij IJpelaars manier van bewerken. De vertaling is van Rien Verhoef uit 1992, de versie die ook IJpelaar las.

Ze was Lo, gewoon La, als ze met haar een meter vijftig ’s ochtends met een sok aan stond. Ze was Lola in een lange broek. Ze was Dolly op school. Ze was Dolores als ze ergens haar naam onder zette. Maar in mijn armen was ze altijd Lolita. (p. 13)

IJpelaar: ‘Benauwend en vies, helemaal niet fijn. We noemen ook nergens de naam Lolita, want die heeft hij haar gegeven.’ Ze zette het citaat boven haar stuk, met de mededeling: er zijn verder geen andere teksten gebruikt uit Lolita. ‘Maar rond dat beroemde begin heb ik wel het hele stuk geconstrueerd.’

Lola (Kamerbeek), Dolly (IJpelaar zelf) en Dolores (Satijn): samen vormen ze het door misbruik gehavende wezen. Ze worstelen met de ervaringen van een ontluikend meisje dat wordt begeerd door een man die bij haar moeder een kamer huurt, een man die steeds een stap verdergaat. Alle drie laten ze een coping mechanism zien, een manier om met het verleden om te gaan.

‘Lola is van de drie het meest puber, rebels en aan het jennen’, zegt IJpelaar. ‘Wat je wel ziet bij een dergelijk trauma, is dat mensen zich letterlijk hard maken. Lola heeft een air van: ik weet ’t allemaal, ik zag het aankomen en ik haal er nu uit wat erin zit door mijn seksualiteit in te zetten.’ Kamerbeek doet dat meesterlijk: haar Lola maakt bijvoorbeeld verschrikkelijke, ‘geile’ filmpjes en verdient daar veel geld mee. Maar je voelt de ellende door haar stoerdoenerij heen. Tussen haar en Dolores knettert het voortdurend.

IJpelaar: ‘Dolores is degene die de moederrol op zich neemt. Ze staat voor de ratio, wil alles begrijpen, is in therapie, maar drukt haar gevoel weg.’ Satijn, met haar ongelukkige gezichtsuitdrukking en hoog sluitende jurk, is de verbeelde benauwdheid.

Daartussenin staat Dolly, gespeeld door IJpelaar als een lieve spring-in-’t-veld. ‘Dolly is nog bijna een kind, vrolijk, iemand die niet voor zichzelf opkomt, maar die ten slotte wel uit elkaar barst. Het duurt even eer ze aan het woord komt, ze wil het eerst allemaal mooier maken dan het is, maar heeft uiteindelijk last van al die stemmen in haar hoofd.’

Ik had moeten inzien dat (…) het nimfenkwaad dat ademde door elke porie van het wispelturige kind dat ik gereedgemaakt had voor mijn heimelijk genot, die heimelijkheid onmogelijk zou maken, en het genot dodelijk. Ik had moeten weten (…) dat er niets dan pijn en verschrikking uit de verwachte vervoering voort zou komen. (…) En ze was van mij, ze was van mij, de sleutel zat in mijn vuist, mijn vuist was in mijn zak, ze was van mij. (p. 223)

IJpelaar: ‘De kern van de ellende en de pijn, is deze alinea. Recht voor z’n raap. Door dat bezitterige van die man kan ze geen kant op. Maar haar verzet tegen de situatie kondigt zich al aan. Daarmee ben ik aan de slag gegaan.’

Dankzij haar combinatie van argeloosheid en misleiding, van bekoring en platvloersheid, van zwart chagrijn en roze monterheid kon Lolita als ze dat verkoos een onuitstaanbaar kreng zijn. Ik was eigenlijk niet voorbereid op haar buien van wanordelijke verveling, hevig en fel gemopper, haar lusteloos gehang met wezenloze ogen en haar lamlendigheid – een soort diffuse hansworsterij die ze op een straatjongensachtige manier voor stoer hield. Ik ontdekte dat ze geestelijk een walgelijk klein aangepast meisje was. (p. 258)

‘Hier zegt een pedofiel: waarom doet ze nou zo moeilijk? Waarom kan ze niet dat leuke meisje blijven dat ze altijd al was? Maar nadenken over waarom het arme kind zo spartelt, dat doet hij niet. Natuurlijk verweert een meisje zich op die manier! Heel inspirerend, dit stukje voor mij als schrijver. Hieruit heb ik veel van het personage Lola gehaald. Superkwetsbaar, terwijl ze echt heel stom doet. Puberlomp. Maar ze kan niet anders.’

O, allerlei dingen… O, ik – echt ik – ze uitte dat ‘ik’ als een gedempte kreet terwijl ze luisterde naar de bron van pijn, en spreidde bij gebrek aan woorden de vijf vingers van haar hoekige, op en neer gaande hand. Nee, ze gaf het op, ze weigerde in detail te treden met dat kind in haar.’ (p. 491)

Vele jaren later. Lolita, zwanger inmiddels van iemand anders, verklapt tijdens een weerzien met Humbert dat ze ooit vergaande seksuele escapades (‘allerlei dingen’) heeft moeten doorstaan met (alweer) een andere man, een succesvolle regisseur. Humbert kan het niet uitstaan, en dringt aan op details. Ze weigert.

IJpelaar: ‘Dat stukje raakte me heel erg. Nu pas, en heel even, wordt háár pijn omschreven. Maar ingaan op details wil ze niet, dat zou haar nog meer kracht ontnemen. Ik dacht hierbij: we leven in een periode waarin alles opgerakeld wordt. Alle pus moet eruit. Alles moet benoemd. En dat is goed, dat is prima. Maar ik laat Dolores, Dolly en Lola niet keer op keer letterlijk vertellen wat er met hen is gebeurd. Ons stuk gaat misschien nog meer over het erkennen van het probleem misbruik.’

En dat op typische Club Lam-wijze: met een verhaal dat iedereen snapt, met referenties naar het boek maar ook met veel verwijzingen naar de popcultuur, waardoor je een zo breed mogelijk publiek aanspreekt, van de literatuurliefhebber die grinnikt om geintjes zoals een discussie over de houdbaarheid van wijn uit 1955, tot diegene die niet zo vaak naar het theater gaat, maar wel van allerlei andere grapjes kan genieten. En dat in een heerlijk theatraal en fotogeniek decor, dat het erg goed doet op Instagram, waar het verhaal ook wordt verteld. IJpelaar: ‘Uitnodigend zonder dat je inlevert op inhoud.’

‘We eindigen gearmd, als één, met het besef: ik ben getraumatiseerd, dat mag, dat hoort bij mij, maar ik wil niet dat het m’n bestaan verder nog beïnvloedt. Ik kan met een nieuw vertrouwen de wereld in. Zoals Lola zegt: ‘Wat ons te doen staat, is het leven toelaten’.’

Marloes IJpelaar: ‘Natuurlijk mag het boek er zijn, maar het is wel interessant, in deze tijd en deze maatschappij, om er eens kritisch naar te kijken.’ Beeld Vivian Camphuijsen
Marloes IJpelaar: ‘Natuurlijk mag het boek er zijn, maar het is wel interessant, in deze tijd en deze maatschappij, om er eens kritisch naar te kijken.’Beeld Vivian Camphuijsen

Lolita door Club Lam, tournee t/m 20/11. Instagram @clublam

Lolita, de film(s)

Stanley Kubrick maakte in 1962 de film Lolita met James Mason als Humbert Humbert en Sue Lyon als Lolita. Net als de roman van Nabokov was de film meteen omstreden. Hij werd in sommige landen geboycot. Eind jaren negentig maakte de Britse regisseur Adrian Lyne zijn verfilming van het boek, die vanwege de vrees rond het thema pedofilie nog twee jaar op de plank bleef liggen. Jeremy Irons speelde hierin de intellectueel Humbert Humbert, Dominique Swain was Lolita.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden