Review

Logan is een drama in de jas van een actieblockbuster

De lijdensweg van de roestige Wolverine is een bezienswaardigheid. Logan is een drama in de jas van een actieblockbuster.

Hugh Jackman als Logan.

Wolverine, gezegend en gestraft met zijn uit de knokkels groeiende mesklauwen, leeft een mistroostig bestaan als limousinechauffeur op de grens van Mexico. Hij dempt zijn gemoed met drank. Superheld af in een Amerika in verval, tien jaar in de toekomst. Mutanten als hij worden al twee decennia niet meer geboren. Van het eerdere X-Men-collectief is weinig over: de tere Caliban (Stephen Merchant) verzorgt de oude professor X (Patrick Stewart), wiens telepathische superbrein desintegreert; elke beroerte van de oud-mutantenleider vormt een gevaar voor de omgeving.

Het wil niet meer in Logan, de derde en laatste Wolverine-film. En juist dat maakt de tiende film in het Marvel-Comics-X-Men-universum tot iets bijzonders. Wolverine, voor de negende keer vertolkt door de Australiër Hugh Jackman, is toe aan verlossing. Zie hem vermoeid de kogels uit het gehavende superlijf persen, na afloop van een excessief gewelddadig gevecht met wat B-onverlaten. De camera dient zijn van nabij gefilmde wonden op als horrorporno; de mutant als martelaar, een Christusfiguur zonder boodschap.

Logan (***), actie.
Regie James Mangold.
Met Hugh Jackman, Patrick Stewart, Dafne Keen, Donald Pierce, Stephen Merchant.
137 min., in 121 zalen.

Rauw en nietsontziend

James Mangold, die tevens het vorige soloavontuur The Wolverine (2013) regisseerde, maar naam maakte met drama's als Cop Land (1997) en Walk the Line (2005), genoot zichtbaar veel vrijheid bij de conceptie van Logan. Hij spaart zijn superpersonages geen moment en lijkt zich niks aan te trekken van wat ná deze film nog komt. De geweldsscènes zijn rauw en nietsontziend. Dat Wolverine er genoeg van krijgt is voorstelbaar.

De moeizame omgang met hun variërende superkrachten bezorgde de mutanten in X-Men al vaker een identiteitscrisis, maar in Logan schuilt de worsteling van het hoofdpersonage in het alledaagse, voor elke aardbewoner in het verschiet liggende zorgen: verval, eenzaamheid, de zinloosheid van het (super)bestaan. Dit is een drama in de jas van een actieblockbuster.

Wolverine móét aan de bak: er wordt hem een te beschermen zoet klein meisje bezorgd, dat een en ander met hem gemeen heeft: soms wordt ze ineens een bezeten moordmachine. Met wat leeftijdsgenootjes is ze ontsnapt uit het laboratorium in Mexico, waar de Amerikanen middels een clandestien Lebensborn-project nieuwe mutanten kweken.

Voor een film met een duur van 137 minuten is het kwaad in Logan te oppervlakkig: het lompe bionische huurlingenleger dat de mutantenkinderen en Wolverine op de hielen zit, mag eigenlijk geen partij vormen voor die verenigde mutantenkracht. Maar ook als de actie eenvormig wordt, blijft de lijdensweg van de roestige Wolverine een bezienswaardigheid. Alsof regisseur James Mangold met Logan niet enkel deze superheld begraaft, maar een compleet genre.

De oude professor X (Patrick Stewart), wiens telepathische superbrein desintegreert.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden