'Loes is geen gezelschapsmens'

Spelletjes en panels vermijdt ze categorisch, maar haar afkeer van televisie overwint actrice Loes Luca wel voor kinderen. Die geeft ze de kans hun verhaal te doen....

L OES LUCA kan knippen. Koppen knippen. Ze doet het hele gezin. En de theatergezelschappen waar ze werkt. Kapte ook 'een tijdlang' Jim van der Woude. En dus moest Dr. Loes worden opgenomen in een kapsalon. Kind in stoel, zeil om nekje, en kleppen maar, terwijl de camera het vanachter een spiegel allemaal zou registreren. Maar die kapsalon, zegt Luca, was te statisch. Dus werd 't een bus, een rode van 'het Europese kruis', waarin dokter Loes ('Ik ben van de universiteit en ga jij maar op dat groene kussentje zitten') tien- en elfjarige kinderen het hemd van het lijf vraagt.

Meestal is Luca iets tussen entertainer en actrice. Tenzij ze tijdens de zomerse Parade - het jaarlijkse theaterfestival in de vier grote steden - als de dellerige chansonnière Nénette met haar viermansband Les Zézettes op de bühne het beest uithangt. Soms doet ze iets in een film (Abel), of pakweg een opera met Willem Breuker. En zo nu en dan overwint ze haar afkeer van televisie. Wat begon met de documentaires van Rok en Rol ('Met geld uit het emancipatiepotje'), liep uit op het bijterige typetje mevrouw de Vriesch-ch-ch in Het Klokhuis, en een serie afleveringen van Taxi waarin Luca argeloze passagiers uithoort.

Aldus werd ze een bijna-bekende Nederlander. Zowat een televisie-persoonlijkheid van het soort waarvoor 'de bladen' interesse tonen. Ze moet er niks van hebben: 'De mensen kennen mij van die energiereclame, en een beetje gaan ze nu de link liggen met Klokhuis en Taxi. Maar ik zit niet te wachten op een Loes Luca-show. Zoiets als Paul de Leeuw? Kan ik niet. Wil ik niet. Maar ze blijven bellen. Moet ik spelletjes en panels komen opleuken. Ik zeg categorisch nee. Loes is geen gezelschapsmens. Iedereen roept dat ik met mijn grote muil altijd wat te zeggen heb, maar in een televisie-interview ben ik niet léuk wild; ik ben bezig het vege lijf te redden. Het zweet gutst onder mijn oksels vandaan. Ik laat me niet door Bart de Graaff in een windmachine interviewen. Alle ingrediënten daarvan vind ik he-le-maal niet leuk, mijzelf incluis.'

Dr. Loes is iets anders. Meer een show van kinderen voor volwassenen, zegt Luca, te beginnen met de ouders onder die volwassenen. Luca ('Ik wil heel graag achter mijn ideeën staan als ik zoiets groots en engs doe als televisie') heeft de reputatie nogal grof te kunnen zijn, een dominant aanwezige flapuit, maar blijft in de rode bus op de achtergrond. 'Ik dring me niet op. Het is een rol, omdat ik een pruik op heb en een wit schort voor. Ik speel de schoolarts. Een beetje gekke, maar kinderen geloven het. Ik begin formeel, om ze op hun gemak te stellen. Ik ben dokter Loes en ik ga je vragen stellen, maar ik ga je geen prikje geven of in je knijpen, en ik hoop dat je mij ook niet knijpt. Daarna wordt het allengs raarder.'

De kinderen in de bus, gevonden op veertien basisscholen van Dapperbuurt tot Kralingen, van Groningen tot Sittard, weten van niets als ze dokter Loes ontmoeten. School en ouders hebben toestemming gegeven voor de opnamen, en na afloop hebben ook de kinderen kunnen zien wat ze zeiden en deden. Ze mochten zeggen of het goed was als hun verhalen over opvoeding ('Ze mogen mij best wel slaan'), bedplassen, geloof, hoop, oorlog, liefde en wat-al-niet door de NCRV worden uitgezonden. De filmpjes hebben trekjes van een documentaire, maar zijn dat, zegt Luca, per se niet. Vanwege die verborgen camera, en het acteren.

Luca: 'Ik vraag altijd wel dingen die mij interesseren. Hoe God eruit ziet, wie Hitler was, of ze vinden dat ze goed worden opgevoed. Want dat is het idee van het programma: de opvoedingskwestie. Hoe straf je en hoe liefkoos je? Het gaat ook over pesten, of over innerlijk en uiterlijk. Vind je dat je er leuk uitziet, hoe kun je zien dat iemand een mooi innerlijk heeft. Nee, ik oordeel niet. Dat kun je toch niet maken? Als ik vraag of ze weten wie Hitler is, en ze weten het niet, dan kun je niet gaan roepen dat dat godverdomme de Tweede Wereldoorlog is! Daar gaat het niet over. Ik wil zonder commentaar laten zien wat zij ervan vinden.'

Verrast werd Luca niet, zegt ze. De kinderen waren niet zo heel anders dan haar eigen twaalfjarige dochter. En hun wereld week ook al niet verbijsterend af van wat Luca kent. 'Behalve dan de hoeveelheid televisie die ze mogen kijken op een dag. Drie uur vind ik veel. Dat is toch een vorm van verwaarlozing. Niet anders dan bij sleutelkinderen. Eigenlijk vond ik veel van die kinderen verwaarloosd. En soms hoop ik ook dat hun ouders kijken, en denken: shit, waar ben ik mee bezig. Zal wel niet. Want ouders zijn trots, en hardleers, en denken dat ze het goed doen.' - Jullie wilden de verschillen laten zien tussen een kakkineuze Wassenaarse school en een achterstandsschool in de Schilderswijk.

Luca: 'Je kunt zelf wel bedenken wat die verschillen zijn. Laatst las ik dat ouders zich helemaal geen zorgen hoeven te maken over opvoeding, omdat kinderen vooral worden opgevoed door de groepen om hen heen. Dat merk je ook aan de scholen. Het maakt de kinderen niet wezenlijk anders, maar als ze in de Schilderswijk zeggen dat ze piloot willen worden, weet je al dat de kans daarop minimaal zal zijn.'

- Dat kun je tegen die kinderen zeggen.

'Daar moet je zo'n kind niet mee lastig vallen. Het is niet aan mij om te zeggen: Lieve schat, het gaat je toch nooit lukken. Dat kun je niet maken. Ik vraag wel wat ze zich er dan bij voorstellen. En als je als kind écht iets wilt... Ik zal niet degene zijn die ze het gras voor de voeten wegmaait. Liever vraag ik waar ze goed in zijn. Breakdance? Yeah! Gaan we meteen doen.'

- Maar je ging niet voor niets naar Kralingen én naar de Dapperbuurt.

'We hadden onze onderwerpen. Dingen als geloof. Hoe vind je dat je wordt opgevoed. Daar hebben we het op toegespitst. Als je dat niet doet, raak je in een web verzeild... Dan moet je nazorg gaan bieden, een hulplijn opzetten. En daar is het programma niet voor.

'De uitzending over geloof vond ik moeilijk. Want het was voor de NCRV. Je mag niemand tegen het zere been schoppen. Ze zijn coulant geweest. Je mag niet vloeken, maar dat vind ik ook niet nodig. Zeker als je met kinderen werkt, doe je dat niet zo gauw. Ik vind het niet zo'n enge restrictie. Kan er goed mee leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden