Loes Haverkort: 'Ik heb niet de behoefte om op de voorgrond te treden'

'De stillere wateren vind ik minstens zo interessant'

Ze speelt in ongeveer alle series en films van dit moment en toch doet de naam Loes Haverkort (36) niet bij iedereen direct een belletje rinkelen. 'Ik heb geen behoefte de aandacht op te zoeken.'

Assistent fotografie: Casper Kofi - Haar en make-up: Ellen Romeijn/ House of Orange Beeld Pablo Delfos

Loes Haverkort komt net van een auditie. Ze ziet er indrukwekkend mooi uit. 'Ik ben net uitgebreid opgemaakt door een visagiste', relativeert ze direct. Relativeren is haar tweede natuur, zeggen intimi. Ondertussen timmert ze alweer dertien jaar aan de weg als actrice, met als voorlopig hoogtepunt een Gouden Kalf-nominatie voor haar rol in de dramaserie De Jacht. Ze speelt in Het Klokhuis, Celblok H, ze stond in Soldaat van Oranje en recent in de tv-serie Weemoedt. In de romantische komedie Voor elkaar gemaakt speelt ze de hoofdrol en ze is te zien in de BNN-serie Vechtershart.

Als je nu telefonisch een pizza bestelt, roepen ze dan wel eens: 'Loes Haverkort? Dé Loes Haverkort?'
'Ha, nee. Op straat begint de herkenning wel een beetje. En laatst was ik op vakantie en riep iemand bij een Duits tankstation: 'Hé, jij bent toch van tv?' Maar misschien was dat een toevalstreffer'.

Vind je het opvallend dat die bekendheid nu pas komt, terwijl je al zo veel hebt gedaan?
'Ik weet niet, ik heb er geen verwachtingen bij, hoe het had moeten zijn. Ik doe dit vak niet om bekend te worden. Maar misschien komt het ook omdat ik niet de meest commerciële dingen heb gedaan. Na mijn rol in de SBS-serie Celblok H merkte ik wel dat ik ineens meer herkend werd. Het begint nu heel langzaam te komen. Zo gaat het altijd bij mij. Ik was een laatbloeier. Ik ging ook niet meteen auditie doen na mijn middelbare school. Ik heb eerst een jaar Nederlands gestudeerd. Bij mij gaat het allemaal wat langzamer of zo.'

Loes Haverkort 

1981 Geboren op 19 januari in Almelo
1995 - 1999 VWO in Almelo
1999 - 2000 Studie Nederlands in Groningen.
2000 - 2004 Toneelacademie Maastricht
2004 Richt met vier bevriende actrices toneelgezelschap Norfolk op. Staat op het toneel bij het toenmalige ZT Hollandia.
2005 Hoofdrol in de soap Alex FM bij The Box, film Eilandgasten
2008 Tv-serie Juliana, prinses van Oranje, film Het echte leven, voorstellingen Koopman van Venetië, Route 66.
2009 Brandende Liefde (theater), presentatie BNN-televisieprogramma VOC
2010 Máxima in serie Bernhard, schavuit van Oranje. En in De Troon. Film Dik Trom, musical Soldaat van Oranje.
2011 Emmi@Leo, toneelstuk met Waldemar Torenstra
2015 Toneelstuk Fatal Attraction, nominatie Gouden Kalf categorie Beste Actrice Televisiedrama voor De Jacht
2015 - heden BNN dramaserie Vechtershart, film Ja, ik wil! en film Rendez-vous
2016 TV-serie De Jacht
2017 SBS-dramaserie Celblok H, film Voor elkaar gemaakt

Met haar echtgenoot, pianist en componist Floris Verbeij, vormt ze de band LOUIS V. Ze hebben een zoon, Johannes (5) en dochter Marie (3)

Waarom ging je niet gelijk auditie doen?

'Omdat ik mezelf niet goed genoeg vond. Ik dacht echt dat ik het niet zou kunnen. En toen ik eenmaal auditie deed aan de Toneelacademie Maastricht, heb ik na de eerste ronde ook tegen iedereen gezegd: 'Jongens, veel succes, ik ga jullie niet meer zien'. Ik was er van overtuigd dat ik niet door zou zijn. Ik was zo onder de indruk van het niveau van alle anderen. Hoe vrij je moest zijn, en tegelijkertijd heel zelfbewust. Ik dacht: pff, ik weet nog net wie Shakespeare is.'

Toch was je er aan de andere kant al heel vroeg bij. Je moeder vertelde dat je 5 was toen je met je zus mee mocht doen met een dansvoorstelling, en dat jij degene was die de show stal.
'Ja, mijn moeder heeft dat filmpje nog, dat is heel gênant. Maar op het podium staan was bij ons thuis heel normaal. Mijn moeder was zangeres. Samen met mijn vader en andere muzikale familieleden en vrienden vormden zij de Haverkort Jazzband. En mijn opa zat bij een Twents amateurgezelschap. Als zij speelden, mochten mijn zus en ik aan het eind van de voorstelling bloemen op het podium geven. Ik weet nog dat ik dat echt heel indrukwekkend en tof vond. Ik wilde altijd het podium op.'

Na het eten stonden jullie vierstemmig te zingen terwijl je vader achter de piano zat. Waren jullie een Sound of Music-achtig gezin?
'Haha, dat soort dingen waren voor ons wel heel normaal ja, de muziek was altijd aanwezig. De jazzband repeteerde bij ons, dat vond ik fantastisch. Ik bleef altijd het liefst de hele avond zitten en verzorgde dan de drankjes. Als er iemand jarig was, of het was kerst, dan gingen we met alle neven, nichten, ooms en tantes liedjes zingen. Van tevoren kregen we de bladmuziek opgestuurd zodat we thuis alvast een beetje konden oefenen. Mijn grootouders woonden naast ons en zij zongen ook. Mijn oma heeft tot het echt niet meer kon in een kerkkoor gezongen en mijn opa zong met zijn cabaretvoorstelling altijd liedjes in het Twents. Soms zei ik 'papa' tegen opa, en 'opa' tegen papa omdat het zo door elkaar liep.'

Heb je nooit gedacht om in eerste instantie als zangeres het podium te zoeken?

'Ja, dat heb ik zeker wel gedacht. Ik heb dat ook een keertje aan mijn moeder gevraagd. Ik weet het nog goed, dat was in de badkamer, ik was 7. Ik vond, en vind, dat mijn moeder supermooi zingt, en vroeg haar: 'Kan ik ook zangeres worden?' Toen zei zij: 'Ja, natuurlijk. Misschien in de blues.' Dat was voor mij zo'n teleurstelling! Ik dacht: hè, waarom alleen de blues? Maar dat was omdat ik als kind hees was, ik ben echt hees de baarmoeder uitgekomen. Dus mijn moeder dacht: dat conservatorium gaat niet met een hese stem. En ik dacht: ik kan dus geen zangeres worden. Dat hese is na jaren logopedie wel weggegaan, maar toen was het conservatorium in mijn hoofd al geen optie meer'.

Op de toneelschool kreeg je ook logopedie. Moest je daar van je Twentse accent af?
'Ja, zeker. In het begin vond ik het heel vreemd om zo heel erg ABN-achtig te praten. Want bij mij thuis spraken ze nog gewoon Twents. Grappig genoeg zat de enige andere Twentenaar uit mijn jaar, Marieke, bij mij in de klas, en kon ik met haar af en toe nog even lekker boers praten'.

Schept zo'n accent een band, dat je bij wijze van spreken ook bij Ilse de Lange gelijk denkt: wat een leuke vrouw?
'Ja. Erg hè? Dat is er een van ons, die snap ik, denk ik dan. Voor Nederlanders geldt al het motto 'doe normaal, dan doe je al gek genoeg', maar Twentenaren hebben dat nog veel meer. Dat is soms ook wel jammer, in mijn beroep kan me dat wel belemmeren. Maar in het dagelijks leven vind ik het heerlijk dat ik gewoon alles kan blijven relativeren en een beetje de kat uit de boom kan kijken'.

Assistent fotografie: Casper Kofi - Haar en make-up: Ellen Romeijn/ House of Orange Beeld Pablo Delfos

Op wat voor een manier kon het je belemmeren?

'Twentenaren staan bekend om hun nuchtere kijk op het leven. Die heb ik ook, ik heb ook altijd een derde oog waarmee ik mezelf kritisch bekijk. Maar het is niet per se een nuchtere beslissing om een beroep in de spotlights te kiezen. Dat doe je toch met een soort naïviteit of vanuit een soort droom. Daarbij moet je er vol ingaan, met je billen bloot. En je moet kwetsbaar durven zijn, dat moest ik echt leren. Het eerste jaar Maastricht was een worsteling.'

Waarom?
'Omdat het niet ging. Of tenminste, er werd mij gezegd dat het niet ging. Ik kreeg steeds te horen dat ik kwetsbaarder moest zijn. Ze zeiden: je hebt je plek op het podium, dat zie je, je hebt je huisje gebouwd op het toneel, je hoort daar ook wel, maar wie ben jij nou eigenlijk? Toen dacht ik echt, ja, jezus, weet ik veel! Pff, kwetsbaar, kwetsbaar. Ik weet nog dat ik heel groot op mijn spiegel met stift 'kwetsbaar' had geschreven. Maar ja, dan zit je jezelf aan te kijken en dan denk je: ben ik nu kwetsbaar? Of ben ik nú dan misschien kwetsbaar? Geen idee! Echt geen idee. Ik snapte het ergens wel, want ik had wel een soort houding, en het lukte me niet om die los te laten.'

Hoe heb je het uiteindelijk toch voor elkaar gekregen?
'Dat is een suf iets, in de zin dat het typisch het leven is. Vlak voor ik weer een presentatie moest geven, kwam mijn vader in het ziekenhuis terecht. Ze wisten niet wat hij had, maar wel dat het niet goed ging, dus ik wilde bij hem blijven. Toen zei hij dat ik gek was, dat het met hem allemaal goed zou komen en dat ik ondanks zijn situatie gewoon door moest gaan met die presentatie. Ik ben met lood in mijn schoenen weer vier uur terug naar Maastricht gereisd. Fuck it allemaal, dacht ik, het kan me geen reet meer schelen, hier heb je me, dit is het, tot ziens. Waarna ik meteen ben teruggesjeesd naar het ziekenhuis. Ik moest een improvisatie doen van Nora uit Een poppenhuis. Het kwam erop neer dat zij als een soort pop vastzat in haar lijf. En dat losliet. Uiteindelijk heb ik haar hele ontpopping gespeeld. En toen kreeg ik een geweldige beoordeling.'

Je moeder vertelde dat je vader op je 11de een eerste waarschuwing kreeg en op je 13de een zware hartaanval, en dat dat veel impact op je heeft gehad. Heb jij dat toen ook zo ervaren?
'Wat ik heel knap vind van mijn ouders is dat zij er altijd op gelet hebben dat hun zorg niet de onze werd. Ze hebben ons wel helemaal meegenomen in de ernst, maar daarna gaven ze ons het vertrouwen dat het weer goedkwam. We telden wel heel erg onze zegeningen. Ik heb ook totaal geen behoefte gehad om te puberen, want ik was superblij dat mijn ouders er wáren.'

Beeld Pablo Delfos

Wat kan je je nog van zijn hartaanval herinneren?

'Ik weet dat ik de telefoon opnam en dat er werd gebeld vanaf het voetbalveld met de mededeling dat het niet goed ging met mijn vader. En dat ik op zoek moest naar de pilletjes voor onder zijn tong. En dat ik heel snel met mijn zus Mieke naar het ziekenhuis ging. Mijn vader had in de ambulance een hartstilstand gekregen en moest weer tot leven worden gewekt. Ik kwam huilend naar hem toe rennen op de intensive care. Maar hij lag daar eigenlijk heel blijmoedig en vol vertrouwen in bed en zei: 'Er is niks aan de hand, komt goed meisje, komt goed.'

Hing er vanaf toen steeds de angst dat het nog een keer kon gebeuren als een schaduw over jullie gezin?
'Nee, maar we waren wel meteen in een andere modus als mijn moeder opbelde om te zeggen dat papa weer in het ziekenhuis lag. Na zijn eerste hartaanval ging het jaren goed, maar aan het eind van zijn leven stonden we zó vaak in de lift van het ziekenhuis dat we op een gegeven moment zeiden: 'Daar staan we weer.' Maar meestal was er geen angst omdat hij er altijd een positieve draai aan gaf. Eén keer, toen hij zoveel pijn had en ze maar niet konden verklaren waarom hij het zo benauwd had, heeft hij gezegd: 'Bestel die rouwkaarten maar.' Toen dachten we wel: als hij dit zegt, dan is het serieus.'

Kwam zijn overlijden desondanks onverwachts voor je, of hield je er rekening mee?
'Allebei eigenlijk. Ik was 20 en zat op de toneelschool. Ik had mijn telefoon die nacht uit staan, dat heb ik nu nooit meer. Hij is naast mijn moeder in bed overleden. Het eerste wat mijn moeder tegen me zei was: 'Het is zover.' Dat zegt natuurlijk wel genoeg, ik wist meteen wat ze bedoelde. Maar we hadden het weekend ervoor nog gezegd: 'Pap, je wordt echt 50.' En het erover gehad dat hij dan een groot feest moest geven. Het ging net weer beter. En hij stond op de wachtlijst voor een nieuw hart. Maar dat heeft hij niet gehaald.'

Ik heb voor dit interview je vriendin Marieke de Kleine gesproken met wie je de toneelschool hebt doorlopen. Met haar heb je later een verhitte discussie gehad omdat zij stelde dat het leven maakbaar was. Was je daar zo gekwetst door in verband met het overlijden van je vader?
'Ja. Ik kon het niet verkroppen dat je daarin kon geloven. Want dan had mijn vader nog geleefd! Zo diep zat dat. Daarom ging ik er ook zo heftig in. Zij wilde mij duidelijk maken dat het leven maakbaar is. Nee, zei ik, neem het leven maar zoals het is, het gaat zoals het gaat. Zo voorkom je teleurstellingen. Dat liep hoog op. We schreeuwden tegen elkaar, tot huilens aan toe. Maar gelukkig heeft dat gesprek er wel echt voor gezorgd dat ik me realiseerde dat ik moest gaan geloven dat het leven maakbaar is, omdat ik anders stil zou blijven staan. Dat ik anders niet meer zou handelen, dat ik alleen nog maar zou afwachten tot het leven me weer een bepaalde kant opstuurde.'

Marieke zei dat de dood van je vader je ook erg cynisch maakte. Zozeer dat je het toneelspelen eigenlijk niet meer serieus kon nemen.

'Ja. Ik dacht: het heeft geen nut. Maar uiteindelijk heeft juist die gedachte me ook een enorme boost gegeven. Want nee, het heeft geen nut, ik ben het gaan doen omdat ik het leuk vond, dus geníet er dan ook van. En toen ging het eigenlijk als vanzelf. Wat ik wel lastig vond, is dat iedereen op die toneelschool zo met zichzelf bezig is. Daar werd ik ook cynisch van. Ik moest continu tegen mezelf zeggen: dit is prima, zo is het leven, anderen weten niet beter, zij hebben dit niet meegemaakt en dat is maar goed ook. Maar soms was het sterker dan ik en dacht ik: jezus, jongens, wat is nou fucking belangrijk in het leven!?'

Op het eind van je middelbare schooltijd ben je gepest door vier meisjes, die ook je vriendinnen waren. Daarover zei je eerder: 'Het was elke keer een klap voor m'n zelfvertrouwen. Toch bleef ik me maar vastklampen. Als ik hoorde dat ze met z'n vieren afspraken om de volgende ochtend samen naar school te fietsen, was ik ook op de afgesproken plek. Ik wilde niet buitengesloten worden. Ik had gewoon geen duidelijk zelfbeeld. Wie is Loes?' Op de toneelschool zeiden ze ook al: 'Wie is Loes?' Wat zegt dat, denk je?
'Ja, dat weet ik niet. Op de toneelschool durfde ik mezelf gewoon niet te laten zien. Maar bij die meisjes was ik voor mijn gevoel juist heel erg mijzelf en werd ik afgewezen. Dat begreep ik niet. Dat vond ik doodeng. Ik durfde gewoon niet meer op mezelf te vertrouwen. Ik dacht: blijkbaar ben ik niet goed, want er zijn mensen die mij afwijzen als ik mezelf ben. Ik geloofde die andere mensen. In plaats van dat ik bij mezelf bleef en dacht: dikke vinger, zoek het lekker uit, dacht ik: help! Alsjeblieft, accepteer me wel.'

Op de toneelschool ontwikkelde je een dusdanig intense vriendschap met Marieke dat jullie op gesprek moesten komen.
'Jezus, ja! Ongelooflijk. Dit was in het eerste jaar, hè. Zij vonden onze hechtheid een bedreiging voor de klas. Maar wij waren gewoon echt aan het overleven met z'n tweeën. Allebei uit Twente, ons optrekkend aan elkaar. Als je me daarvóór had gezegd dat ik een beste vriendin zou krijgen, had ik je echt uitgelachen. Want ik was van plan om nooit meer zo hecht met een meisje te worden. Ik was daar echt heel voorzichtig mee geworden.'

Assistent fotografie: Casper Kofi - Haar en make-up: Ellen Romeijn/ House of Orange Beeld Pablo Delfos

Mariekes vader noemt jou 'de bouwvakker', vanwege het bier drinken en roken met de mannen.

'Haha. Ja. Ik was altijd al wel een beetje een jongen. Ik klom in bomen, had kapotte knieën, fietste met mijn driewieler van de trap af omdat ik dacht dat dat kon, speelde politie en legertje. Ik vind het makkelijker om met mannen om te gaan. Ik hou erg van die helderheid, er spelen geen achtergehouden emoties die maanden later opeens naar boven komen. Je gaat gewoon toffe dingen doen met elkaar, en lachen om flauwe dingen.'

Kun je het alfabet boeren?
'Haha, ik niet. Maar ik ken het zeker. Ik ging ook heel graag met mijn vader naar voetbal. Of op zondagavond om zeven uur samen met hem voetbal kijken op de bank. Je kon me toen ik klein was niet gelukkiger maken. Ik voelde me dan echt zo stoer.'

Heb je er dan wel eens moeite mee als je jezelf in interviews voor vrouwenbladen dingen hoort zeggen als: 'Je kunt me uittekenen in een skinny jeans en ik heb een haat-liefdeverhouding met mijn bh'?
'Ja haha. Maar het hoort er een beetje bij. En ik omarm mijn vrouwelijkheid ook steeds meer, hoor. Ik heb er meer moeite mee als mensen in interviews vragen: 'Welke droomrol heb je nog?' Dan moet ik heel erg lang nadenken. Ik heb dat gewoon niet zo. Dat is misschien toch weer het leven nemen zoals het is. Ik ben ook nooit van slag omdat er iets niet doorgaat of zo.'

En hoe heb je dat bij slechte recensies? Zowel de film Rendez-vous waarin je een van de hoofdrollen speelde, als Voor elkaar gemaakt kregen een paar pittige kritieken.
'Couldn't care less.'

Serieus?
'Ja. We hebben Voor elkaar gemaakt ook niet gemaakt voor de recensenten. Dat is gewoon een superleuke, lieve romcom. En ik snap dat heel veel mensen romcom-moe zijn, maar ik hoop dat de mensen die wel zin hebben in een romantische komedie hem leuk vinden. En dat zijn niet de mensen die er een recensie over schrijven. Dus ik snap de recensies volledig, maar ik kan het ook in perspectief zien. Daardoor raakt het me niet.'

Marieke speelde eerder onder meer de hoofdrol in Juliana, maar is naast het acteren met een studie rechten begonnen. Ze vindt de afhankelijkheid van het acteervak lastig. Stoort het jou wel eens dat je maar zo'n radertje bent in het grote geheel?
'Ik voel me niet afhankelijk in de zin dat ik steeds weer auditie moet doen. Dat komt ook omdat ik het geluk heb dat ik altijd wel snel weer iets mag spelen. Maar de behoefte om daarnaast zelf iets te maken, is bij mij wel enorm groot, ja. Dat is ook waarom ik niet meer alleen wil acteren, maar daarnaast ook wil zingen in de band Louis V, die ik samen met mijn man Floris heb. Dus ik voel me niet afhankelijk van mijn bestaan als actrice.'

Je man, pianist en componist Floris Verbeij, zei dat zijn relatie met jou ervoor heeft gezorgd dat alles bij hem op zijn plek is gevallen. Komt dat ook doordat hij ook een Sound of Music-achtig dna met zich meedraagt?
'Ja we herkenden onszelf erg in elkaar. Zijn familie is ook heel muzikaal, Floris zat zelf op zijn 4de al achter de piano. Toch heeft het wel even geduurd voordat we wat kregen. Ook in de liefde ben ik een laatbloeier. We zaten allebei in de musical Route 66, maar pas na drie jaar vriendschap sloeg de vonk over. Toen ging het gelijk ook snel. Het was meteen: we willen wel kinderen, toch? Zullen we het doen? Ja, waarom niet? Leuk. En toen ging het ook meteen.'

Floris zei dat je heel bezorgd bent. Door het overlijden van je vader ben je heel bang om mensen te verliezen. Hij zei: 'Soms schiet ze 's nachts wakker om te kijken of ik het nog doe, want met mijn type suikerziekte kun je ongemerkt in een coma raken.'
'Ja. Ik vind het zo normaal om hem 's nachts te checken, om te kijken of hij nog ademt, of hij nog leeft. Zoals vannacht, toen schudde hij steeds met zijn been. Dan maak ik hem wakker en vraag of zijn suiker niet te laag zit. Dat bleek inderdaad het geval, dus dan moet hij een banaan eten. Soms ligt hij zó stil te slapen, dat ik ook denk dat zijn suiker te laag is; eigenlijk zit ik altijd wel goed met mijn inschatting. Het kan ook zijn humeur bepalen. Als Floris veel te hoog in de suikers zit zit, is hij veel donkerder, depressiever en lamlendiger. Er komt letterlijk niets meer uit zijn handen. En hij is ongeduldiger. En als hij te laag zit snapt hij ineens het hele leven. Dan is het net alsof hij helemaal high is: alles staat dan in verbinding met elkaar, alles is mooi.'

Beeld Pablo Delfos

En dan zeg jij: 'Hier heb je een banaan.'

'Ja, liever dat dan dat-ie er niet meer is. De kans bestaat ook dat het overerfbaar is. Daar kan ik me soms wel zorgen om maken. We hebben het bij Marie al een keer gecheckt. Ze heeft het vooralsnog niet, maar het blijft Floris' grootste nachtmerrie dat door te geven.'

Doet het je weleens aan je vader denken? Dat je denkt: goh, wat ben ik gewend om...
'Met zorg om te gaan? Ja. Maar ik vind dat een heel dankbare rol. En ik vind het heel fijn dat Floris me dat laat doen. Net zoals mijn vader, die liet dat ook toe. Mijn vader vond het verschrikkelijk om niet meer de grote, sterke vader te zijn, maar tegelijkertijd liet hij zich door ons troosten als hij bang was. Ik weet nog dat mijn ouders 25 jaar getrouwd waren en hij op de dag van het feest opeens heel hoge koorts had. Hij wilde per se dat het feest doorging, maar hij zweette zich die avond een ongeluk. Zijn blouse was binnen vijf minuten doorweekt. Mijn neef heeft alles gefilmd, toen we dat terugkeken brak mijn vader gigantisch. Hij barstte in huilen uit. Ineens realiseerde hij zich hoe slecht het met hem ging en was hij bang dat hij het niet meer lang vol zou houden. Wat ook zo bleek. Maar doordat hij ons in die zorg zo toeliet is het een bijzondere periode geweest. Die intimiteit heeft ons heel hecht gemaakt. Na zijn overlijden lag hij in zijn kist bij ons thuis. In het begin vond ik het eng om hem dood te zien, ik durfde hem ook niet aan te kleden. Ik heb hem wel meteen al aangeraakt. Het was een heel bijzondere week. Familie en vrienden zorgden voor ons. Je voelt zó waar het leven om gaat. En daardoor voel je je ook gezegend.'

Als je moeder naar jouw gezin kijkt, denkt ze: de geschiedenis herhaalt zich. En dan bedoelt ze het muzikale.

'Ja, dat vind ik ook echt heel erg bijzonder. Telkens als ik zie hoe Floris met ons 5-jarige zoontje Johannes aan de piano zit, moet ik eraan denken dat ik ook zo met mijn vader of moeder achter de piano zat. Het eerste woord dat Johannes zei was 'gitaar' en toen hij 3 was, kon hij elke noot die ik zong blindelings op de piano vinden. En Marie, onze jongste van 3, staat er het liefst bij te dansen en te zingen. Zo zijn ze dan samen muziek aan het maken. Ze zijn voor Floris en mij ook een heel goede toetssteen. Als we na een dag in de studio met een nummer thuiskomen waarop zij meteen beginnen te dansen en te zingen, en een kwartier later zitten ze nog steeds dat nummer te zingen, dan weten we: hier zit wat in.'

Toen je bij DWDD een liedje kwam zingen uit the Sound of Music, net als Claudia de Breij en Sarah Kroos, was jij de enige die tijdens het gesprek aan tafel niets zei. Denk je dat het ook komt dat je minder bekend bent dan je van iemand die zoveel rollen speelt zou verwachten doordat je soms te weinig ruimte inneemt?
'Misschien wel. Maar ik heb dan niet de behoefte om op de voorgrond te treden. Ik had daar al heel snel in de gaten dat zij er zoveel meer over konden vertellen dan ik. Dan laat ik ze lekker praten. Ik zing het afgesproken liedje en dan is het goed. Ik ga geen dingen zeggen puur omdat ik iets wil zeggen. Ik heb geen behoefte om de aandacht op te zoeken. Ik weet nog dat een vriend van mij, die wél bekend is, tegen mij zei dat ik in interviews gewoon af en toe wat rare dingen moet schreeuwen, zodat de koppen over mij gaan. Als je bekend bent, heb je meer toegang tot rollen, zo werkt dat nu eenmaal tegenwoordig. Eerlijk gezegd ben ik zelf juíst heel erg geïnteresseerd in mensen die de aandacht niet zo opzoeken. De stillere wateren vind ik minstens zo interessant.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.