Loekie Zvonik schreef een roman waar je eindeloos uit wilt citeren, nu is er een zeer terechte heruitgave

Boek (fictie) - Hoe heette de hoedenmaker?

Foto Hilde Harshagen

Didier is geobsedeerd door de werken van schrijvers die zelfmoord hebben gepleegd. Hij dweept met Cesare Pavese, met Rilke, Stig Dagerman, Gérard de Nerval. De laatste jaren van zijn leven kan hij over niets anders meer praten. Didier sterft aan zijn eigen noodlotsmythe - in navolging van Dagerman. Literatuur kan dodelijk zijn.

Didier, in werkelijkheid de Vlaamse schrijver Dirk de Witte, sterft in 1970. Enkele jaren later schrijft Loekie Zvonik (pseudoniem van Hermine Louise Marie Zvonicek, die enige tijd zijn geliefde is geweest) de sleutelroman Hoe heette de hoedenmaker?, waarin ze de laatste maanden van zijn leven reconstrueert en probeert te begrijpen waaraan hij ten onder is gegaan. Zvoniks debuutroman werd een groot succes. Uitgeverij Cossee haalt haar nu uit de vergetelheid met een zeer terechte heruitgave, omlijst door een essay van Wout Vlaeminck en een even scherp als teder nawoord van Jeroen Brouwers.

Niets aan de gebeurtenissen is verzonnen, schrijft Brouwers, die zowel De Witte als Zvonik heeft gekend. Maar ook al was het pure fictie, dan nog was Hoe heette de hoedenmaker? een wonder van schrijfkunst, een verfijnd borduurwerk van citaten, verwijzingen en motieven, in een stijl die tot aan de details - een kamer die ruikt naar 'inderhaast geleegde asbakken' - volmaakt is.

Kafka, Hesse, Trakl - Didiers wereld bestaat alleen nog maar uit literatuur, en met dat materiaal schept Zvonik haar verhaal. Maar pretentieus wordt het nooit. Didiers aangekondigde dood lijkt de verteller zelf nog niet te zien, het wordt louter aangekondigd in de citaten. Zo werkt Zvonik even rustig als beklemmend toe naar zijn einde. Ze heeft iets geschapen wat het literaire gewicht van Didiers helden weerstand biedt: een roman waaruit je eindeloos wilt citeren.

Hoe heette de hoedenmaker?

fictie

Loekie Zvonik

Cossee;

224 pagina's; euro 18,99.

Meer over