Locarno probeert ook faam te vinden buiten Europa

Een dak. Een transparant, schuifbaar dak. Daar heeft Marco Müller zijn zinnen op gezet. De directeur van het Internationale Film Festival van Locarno wil niet langer de filmvertoningen op het Grote Plein door de regen laten verpesten....

Van onze verslaggever Ronald Ockhuysen

Over geluk heeft Müller vooralsnog niet te klagen. Drie avonden achter elkaar vielen de eerste regendruppels pas tegen het einde van de vertoning, waardoor de aftiteling op het nippertje werd gehaald.

Maar de bussen stonden al klaar, om de helft van het zevenduizend-koppige publiek te transporteren naar het Fevi, een hal waarin 3500 mensen passen. De andere helft - genodigden en journalisten - kunnen bij regenval uitwijken naar het Rex Theater, achter het plein. De roep om een dak is meer dan een luxe-probleem. Het dak is een wapen in de strijd om Amerikaanse distributeurs voor het Zwitserse filmfestival te interesseren. Zij zien Locarno wel zitten als Europese lanceringsplaats van grote, nieuwe producties. Maar willen de garantie dat de films daadwerkelijk op het grootste filmdoek van Europa (26 meter breed) te zien zijn.

Müller kan die belofte met het oog op het grillige weer niet doen. Ook al is scheidende bestuursvoorzitter Raimondo Rezzonico op bezoek gegaan bij de heilige Madonna del Sasso, om te bidden voor onbewolkte avonden. Amerikaanse films, buiten de competitie vertoond, zijn belangrijk voor Müller. Het festival, dat inhoudelijk steunt op werk van jonge regisseurs, wil ook buiten Europa de faam van een interessant platform verwerven - een doelstelling waaraan nog flink moet worden gewerkt. Müller moest onlangs vernemen dat de Australische regisseuse Jane Campion geen idee had wat Locarno eigenlijk voorstelde.

De toevoeging van populair werk is daarom, volgens Müller, noodzakelijk. Pushing Tin van Mike Newell (met John Cusack en Cate Blanchett), Bowfinger van Frank Oz (met Eddie Murphy) en de gerestaureerde versie van Alfred Hitchcocks The Birds leveren publiciteit op.

De relatie tussen Locarno en de Europese filmproducenten is goed. Zij verkiezen meer en meer de kleinschaligheid van Locarno boven het volle programma in Venetië of de massaliteit in Cannes. Voor het eerst draaien in Locarno zeven Italiaanse films, waarvan drie in de competitie, waarin ook Duitsland, Spanje, Hongarije, Portugal, Turkije en Frankrijk zijn vertegenwoordigd. Frankrijk is alom. In de competitie zijn drie co-producties te zien die met Frans geld en met Franse kennis tot stand zijn gekomen, en er dingen ook nog eens drie films mee die door Franse regisseurs zijn gemaakt. De Franse acteur en regisseur Gérard Blain kreeg een ere-Luipaard voor zijn oeuvre.

De meeste aandacht trok regisseur Erick Zonca, wiens Le petit voleur op het Grote Plein in première ging. De opvolger van het schrijnende drama La vie rêvée des anges speelt zich af in Marseille, maar de belangrijkste personages komen uit Noord-Frankrijk. Zij zijn de armoedige streek ontvlucht die in zowel La vie rêvée des anges als in de films van Bruno Dumont (La vie de Jésus) een invloedrijke rol opeist. Le petit voleur is de geschiedenis van een jongen, S. genaamd, die geen vrede heeft met zijn tobberige bestaan als bakkersknecht. Hij zoekt zijn heil in de criminaliteit.

De opkomst en neergang is door Zonca observerend gedraaid. De camera, die dezelfde dynamiek heeft als de rebellerende jongen, volgt de hoofdpersonen van korte afstand - om op gepaste tijden langs de lokaties te glijden. Een sportschool, de straten van de havenstad en het kot van S. vormen het schrale decor van een leven dat nimmer zal glanzen. Zonca vertelt het verhaal bondig - de montage is bij vlagen rücksichtlos. Hij moet ook wel, omdat de film niet langer dan 63 minuten duurt. Le petit voleur is het eerste deel van de serie Gauche/Droite, een reeks maatschappelijk geëngageerde films die in opdracht van tv-zender Arte wordt gemaakt.

1999 Madeleine van Laurent Bouhnik is eveneens het startschot van een serie. Bouhnik gaat de komende tien jaar tien films maken, waarin steeds weer dezelfde personages opduiken, beschouwd vanuit diverse perspectieven. Net als Le petit voleur is 1999 Madeleine een somber portret. Madeleine is een jonge vrouw die maar niet de juiste partner kan vinden - ze is slim en aantrekkelijk, maar weet zich geen raad met de ongeschreven wetten die het sociale verkeer domineren.

Bouhnik weigert, evenals Zonca, verklaringen te zoeken voor het gedrag van zijn karakters. Beide regisseurs doen verslag zonder partij te kiezen of de emoties van de toeschouwer nadrukkelijk een richting op te sturen. 1999 Madeleine ontbeert de energie van Le petit voleur, maar de film legt wel bloot hoe dun de grens is tussen een normaal leven en een wanhopig, leeg bestaan. De film werpt tal van vragen op waarmee de toeschouwer na afloop mag gaan stoeien. Als hij tenminste niet op de vlucht moet voor de regen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden