Local Natives: gemiddeld maar niet middelmatig

MUZIEK Bij hun eerste bezoek aan de bovenzaal van Paradiso, in oktober 2009, vertoonde de Californische band Local Natives zijn kunsten voor een handjevol bezoekers....

Het verschil tussen oktober en nu zit ’m in het sterke debuutalbum Gorilla Manor, dat in oktober nog moest verschijnen, maar waarvan de kwaliteit sindsdien rondzong onder liefhebbers van de laatste toonaangevende Amerikaanse indiebands.

Van die bands vormt Local Natives op wonderlijke wijze het gemiddelde zonder middelmatig te zijn. De dramatiek van Arcade Fire, de hemelse samenzang van Fleet Foxes, maar ook de uitheemse ritmiek van de ‘Brooklyn-scene’ (Vampire Weekend, Yeasayer, Grizzly Bear); het zit er allemaal in. De groep verbindt drie punten met elkaar tot een krachtige driehoek, maar maakt zich nergens schuldig aan hinderlijk epigonisme.

In Amsterdam bleek vooral de zang van de vijf man sterke band uitzonderlijk goed verzorgd. Toetsenman Kelcey Ayer (die ook extra percussie toevoegde), de besnorde gitarist Taylor Rice en bassist Andy Hamm bleken als zangers nauwelijks voor elkaar onder te doen en in harmonie een hecht vocaal trio te vormen.

Een Talking Heads-nummer uit 1978 (Warning Sign) zo uitvoeren dat je eerder denkt aan Arcade Fire met vocale gastrollen van Crosby, Stills & Nash? In Paradiso deed Local Natives het. Het leidde tot zoveel bijval dat de nog wat onwennige Local Natives amper wisten hoe ze het hadden. ‘We zijn maar een klein bandje uit L.A.,’ zei Ayer al aan het begin van de avond, ‘en dan zo veel mensen. Ongelooflijk.’

Hij kan er maar beter aan wennen.

Menno Pot

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden