Kort verhaal

Lize Spit schreef een verhaal over de slutty summer met aardbeien, honden, en vooral die nieuwe buurman

null Beeld Anna Boulogne
Beeld Anna Boulogne

Hoe slutty die Summer of Love nou daadwerkelijk wordt valt nog te bezien, maar gelukkig hebben we de fictie nog: zes auteurs gingen aan de haal met dit thema. Deze week: Lize Spit met Speelklaar.

Woont ze hier of is ze hier slechts op vakantie, vraagt een stem, vloeiend Frans. De man is plots opgedoken aan de omheining van de tuin waar Chloë bonen zit te plukken. Ze veert geschrokken recht.

Dit is geen wandelaar die de pelgrimsroute afwandelt. De man met blonde krullen draagt slippers, een T-shirt van Underworld en een jeansbroek met gaten.

Underworld – in Chloës hoofd klapt een kelderluik open: lauw bier, luid brullen in elkaars oor om duidelijk te maken welke drank je wil, de hele nacht tongkussen met Jerry. Een wereld die nu ver weg lijkt. Door de afstand, door alles wat er tussen die nacht en nu is komen te liggen – voornamelijk Jerry.

Ik woon hier, verduidelijkt Chloë, ze let erop dat haar stem niet onwennig of onzeker klinkt.

Twee jaar woont ze hier inmiddels, in dit dorp op de heuvel in de Morvan, al die tijd liet ze zich door niemand benaderen of aanraken, nooit wisselde ze blikken. Afzondering, dat was wat ze wilde. In dit Franse berglandschap voelde Chloe zich meteen op haar gemak, slechts af en toe raast haar hart nog, maar ze wisselt niet langer van straatkant als ze in het stadje een man spot die uiterlijk iets wegheeft van Jerry.

Enchanté, zegt hij, je suis François. Hij wijst de boerderij aan waar hij woont, buiten het dorp, omringd door korenvelden. Hij is de zoon van Joseph, de bejaarde boer, die na een zware ingreep enkele weken in het revalidatiecentrum verblijft. François heeft beloofd voor de schapen te zorgen, zodat die de zomer zouden doorkomen. En wie ben jij?

Chloë De Paap, zegt Chloë, met lichte verwondering dat ze tegen deze man voor het eerst haar nieuwe, zelfgekozen naam durft uit te spreken.

Ze moet hem niet afschrikken. Hier heeft ze zelf naar verlangd, de komst van een jonge man in het dorp. Vorige maand was na drie jaar de rechtszaak eindelijk in haar voordeel besloten, en omdat het recht aan haar kant stond, begon ze langzaam weer te verlangen naar een aanraking. Ze hoefde zich niet meer te verantwoorden voor wat ze had gedaan, het was wettelijke zelfverdediging geweest, zij was wel degelijk het slachtoffer. Ze miste iemand om haar verhaal aan te vertellen, om het van zich af te doen vloeien, er was haar iets vreselijks overkomen, maar dat lag nu achter haar.

Je woont hier alleen?

Met Remy, zegt Chloe. Deze bordercollie.

Haar moeder herhaalde steeds diezelfde vraag, of ze niet eenzaam is hier, zo ver weg van familie en vrienden, in een dorpje met maar zeven huizen, waarvan drie enkel in de zomermaanden gebruikt worden. Of al-het-gebeurde van de afgelopen jaren daar niet juist alle ruimte zou krijgen. Chloë begreep de vraag, maar ze was veranderd, ze vond het prettig om omringd te zijn door de natuur, die is overweldigend, op een niet-vijandige manier. Het loofbos achter haar heeft een zachte aanwezigheid, met eeuwenoude bomen die het hoofd bieden aan de natuurwetten en het veranderende klimaat. Ze waken. Het enige wat ze niet prettig vindt is het naaldbos, dat je ook overdag plots opslorpt in een donkerte, en de felle onweders die het glas in de ramen deden rinkelen. Maar die bedreiging kon ze goed relativeren: natuurkracht heeft iets ongerichts, iets onschuldigs. Anders dan de mankracht die het jarenlang op haar had gemunt, haar had verlamd, vernederd en schuldig gemaakt.

null Beeld Anna Boulogne
Beeld Anna Boulogne

François haalt Remy aan. Hij heeft ook een hond, vertelt hij, een Duitse Herder. Heb je zin om eens bij me te komen eten? Ik woon normaal gesproken in Parijs, heb een winkeltje met artisanale kazen. Geef me een week, ik moet eerst nog wat zaken op orde brengen en het wat gezellig maken in m’n vaders huis. En deze mag meekomen hoor, zegt François, wijzend naar Remy. Dan hebben we een dubbeldate.

Ze stemt in. Zij zal de wijn meebrengen en aardbeien uit eigen tuin.

Ik verheug me al, zegt François.

Ze kijkt hoe hij de heuvel afdaalt, af en toe verdwijnend achter bomen en dan weer opduikend, om binnen te gaan in het huis dat hij daarnet heeft aangewezen. Zachte lach, verlegen, niet gespeeld. Buigt net iets te veel door z’n knieën als hij wandelt. Zelfs als deze man een hond was, zou hij niet pissen om zijn territorium af te bakenen.

*

De afgelopen twee jaar heeft ze het druk gehad met het in orde brengen van alle praktische zaken die de emigratie met zich meebracht; het invullen van formulieren, het e-mailen met haar advocaat, de inrichting van haar huisje, het aanleggen van de moestuin. Geen tijd om na te denken, dit was een nieuw leven, een begin, maar echt loskomen deed ze al die tijd niet.

De dagen na de ontmoeting met François brengt Chloë vooral in haar moestuin door. Twee keer per dag controleert ze de aardbeien, ze trekt de mislukte exemplaren eraf zodat de plant al zijn energie kan richten op een twintigtal welgevormde vruchten. Ze voelt een totale overgave, een zelfbewustzijn dat ze in deze tuin nooit eerder heeft ervaren. François heeft haar benaderd, en nu kijkt ze met andere ogen naar zichzelf, de zíjne, en wat ze ziet, bevalt haar wel. Voor het eerst is er weer een verlangen, haar huid en spieren gloeien. Ze houdt het tuinhek in de gaten, alsof de kans bestaat dat François weer uit het niets zal opduiken.

De week gaat traag voorbij zonder dat François zich nog laat zien. Het pleit voor hem, hij is geen opdringerig type, en het wakkert Chloës interesse alleen maar aan. Door de hoge ligging van haar tuin kan ze François’ boerderij altijd in de gaten houden. Soms verschijnt de glanzende krullenbol beneden, om allerlei werken in de tuin uit te voeren. Paaltjes verstevigen, draden herstellen, schapen scheren.

Ze laat het niet langer toe dat de hond haar gezicht of enkels likt, dan voelt ze zich betrapt, er zijn al genoeg tongen aanwezig in haar fantasie. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes om zijn soms halfnaakte, in de zon badende lichaam te bestuderen, maar stopt ermee, omdat ze vreest dat hij het zal zien, maandag, de niet-gebruinde groefjes naast haar buitenste ooghoeken.

De avond voor ze naar zijn huis zal wandelen, raakt ze in bed voor het eerst in lange tijd haar eigen borsten, buik, billen aan, om te weten wat François voelt als hij hetzelfde zou doen, ze neemt met haar ene hand haar andere vast en leidt die naar de rand van haar slipje, de vingers net eronder, niet verder, daar laat ze de hand liggen tot ze in slaap valt, wat een tijdje duurt.

Het is alsof ze een ander lichaam heeft dan het lichaam dat zo lang onderdanig was geweest, en dat nu weer ruimte begint in te nemen. De hele week heeft ze amper aan Jerry gedacht.

*

De dag van hun afspraak is het verzengend warm, de schapen en koeien in de buurt moeten op een kluitje staan schuilen in de schaduw, willen ze niet saignant gebakken worden. Alles wat Chloë aantrekt, kleeft meteen tegen haar huid. Het is te warm voor de jeans die ze had klaargelegd, ze gaat voor een luchtig jurkje en twee verschillende parfums, zelfs één toefje in haar kruis.

Ik heb een picknick gemaakt, misschien kunnen we bij de rivier zitten, zegt François nadat ze heeft aangeklopt – de boerderij heeft geen deurbel. Een rieten mand en een opgevouwen laken liggen klaar bij de voordeur.

Chloë vindt het prima, zo hoeft ze niet meteen naar binnen te gaan bij iemand die ze nauwelijks kent. Ze had zich de hele dag zenuwachtig gevoeld, niet voor wat zou kunnen gebeuren, maar voor wat niet zou gebeuren, en dat ze dan de berg weer op moest, verder moest met de dagen zoals voordien, dat het gevoel van zwakte en schuld weer zou opduiken.

Eerst een rondleiding door de tuin en de stallen, François toont welke dieren hij namen heeft gegeven. Ondanks dat hij al vijftien jaar in Parijs woont, kent hij het werk op de boerderij goed. Zijn handen zijn groot maar slank, met kortgeknipte nagels.

Zij draagt de deken, hij de mand, bovenop liggen de fles wijn en de aardbeien die Chloë meebracht, de rest houdt hij nog verborgen. Samen lopen ze door het koren. Voor hen uit lopen de honden, te doen wat zij zelf niet durven: rennen, snuffelen, stoeien.

Als kind kwam hij hier elke zomeravond zwemmen, zegt hij. Zijn vader kwam hier nooit. Een keer had hij een bus afwasmiddel leeggespoten in de wilde rivier, iets waar ze dorpen verder nog steeds schande van spreken.

Chloë had allemaal vragen bedacht (Wat is de bestverkopende kaas in Parijs? Had hij gestudeerd? En nog wat bijvraagjes om te achterhalen of hij een partner had), maar die hoeft ze niet te stellen, hij geeft zich vanzelf al bloot. Alleenstaand, een zoon van 7 die volgende week hierheen komt, hij zal hen eens aan elkaar voorstellen. Haar Frans is net niet voldoende om zelf gedetailleerd op zijn vragen in te gaan, en dat komt haar goed uit, zo kan ze taal niet gebruiken om hem weg te houden, haar stiltes – dat voelt ze zelf ook – zijn veelbelovend.

Achter het korenveld doemt een geheim strandje op, een open plek met een steiger die François in zijn tienerjaren gebouwd heeft. Zodra ze bij de rivier aankomen springen de beesten in het water, om met hun kop tegen de stroom in te gaan liggen.

Even ogen dicht, zegt François.

Chloë is verbaasd dat ze zijn bevel meteen uitvoert, zonder dat het haar beklemt.

Het gekletter van bestek en porselein en het openploffen van deksels, de kenmerkende geluiden van iemand die net iets te haastig te werk gaat.

Ze kijkt zodra het weer mag. Een kaasplankje, een kom met salade, haar aardbeien heeft hij mooi tussen de kazen neergelegd. Ze gaat op het laken zitten. Nu pas ziet ze de opdruk van Super Mario.

Mijn kinderdekbed, zegt hij. Ik heb het wel gewassen, hoor.

Ze moet lachen, omdat hij precies haar gedachten raadt. Er is veel wat ze hem niet hoeft te vertellen, en dat is een opluchting.

Slutty Summer Online Illustratie  _ Lize Spit _ (c) Beeld Anna Boulogne
Slutty Summer Online Illustratie _ Lize Spit _ (c)Beeld Anna Boulogne

Ze eten en praten en eten en praten, over de geschiedenis van de streek en het bos om hen heen, over de mensen in het dorp en met een omweg geven ze veel prijs over zichzelf. Ze eten en praten tot François plots zijn schoenen losknoopt.

Ik was niet van plan om te zwemmen, maar ik ga toch even een duik nemen voor we terugkeren. Als je ook wil zwemmen, mag je mijn T-shirt aandoen.

Chloë gebaart dat het niet hoeft. Ze kijkt liever hoe hij het water ingaat. Ze doet haar best naar zijn gezicht te kijken, maar wanneer hij na elke duik bovenkomt, verkent ze zijn benen, zijn geslacht, zijn tepels. Hij heeft veel moedervlekken, een tatoeage van een ram op zijn arm.

Is dat je sterrenbeeld?

Nee, mijn koosnaampje als kind. Petit Bélier.

Pas na zonsondergang wandelen ze terug naar huis, hij met het dekbed om zijn nek, zoals sportmannen na de wedstrijd.

Zullen we gauw nog eens afspreken?, vraagt François.

Ze knikt. Ze volgen niet hun eerder gebaand pad door het koren. Hij heeft de arm die zich het dichtst bij haar bevindt leeg gehouden, hun beide handen bengelen. Zij loopt af en toe zo dicht bij hem dat de haartjes op hun huid langs elkaar heen schuren.

Een week geleden was ze een in karton gevat fiche van een nog niet opengemaakt bordspel. François is naar haar toegekomen en heeft haar voorzichtig uit het karton los gedrukt zonder dat haar randjes scheurden, hij heeft haar speelklaar gemaakt.

De kopjes van het koren kietelen haar enkels, haar kuiten, haar dijen, en naarmate het koren hoger wordt, glippen ze onder haar jurk, langs haar kruis. Een van de kopjes tikt precies haar gevoeligste plekje aan, ze grijpt naar zijn hand. De zomer duurt nog minstens twee maanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden