Drama

Little Children

Begrip voor verwende ouders

Pauline Kleijer

Wat goed is voor kinderen, is niet altijd goed voor volwassenen. Na de geboorte van haar dochtertje Lucy is Sarah (Kate Winslet) met haar man verhuisd naar een welvarende maar geestdodende slaapstad, waar ze als thuisblijfmoeder een streep heeft gezet door al haar eerdere toekomstplannen.

Het stadje biedt kinderen een omgeving waar veel ouders van dromen. Stedelijke gevaren zijn ver weg, en op elke straathoek is wel een piekfijn onderhouden speeltuintje te vinden, waar de kleintjes en hun ouders kunnen netwerken met gelijksoortige, minstens zo geprivilegieerde leeftijdgenoten.


Voor Sarah is het een nachtmerrie. Een universitaire studie heeft haar niet kunnen voorbereiden op de dagelijkse zorg voor een weerspannige, onpeilbare peuter. En de moeders die ze in de speeltuin treft - haar enige volwassen gezelschap - wijzen haar, met hun overtuigend gespeelde demonstratie van perfect ouderschap, genadeloos op haar tekortkomingen. Sarah is te chaotisch om haar kind structuur te bieden en te egocentrisch om zich volledig voor haar op te offeren. Ze is, kortom, menselijk; een eigenschap die haar in de armen drijft van Brad (Patrick Wilson), een knappe jonge vader die voor zijn zoontje zorgt terwijl zijn vrouw de kost verdient.


Dat het Amerikaanse buitenwijkbestaan de nodige gevaren en geheimen kent, is na films als Todd Solondz' Happiness en Sam Mendes' American Beauty welbekend. Ook in Little Children blijkt het geluk van Suburbia slechts schone schijn. Net zoals zijn voorgangers prikt regisseur Todd Field de dromen van de Amerikaanse middenklasse door, maar hij doet dat zonder cynisme of leedvermaak. Waar American Beauty de kijker opzadelde met een tevreden stemmend superioriteitsgevoel, heeft Field geen illusies in de aanbieding.


De toon van Little Children is er een van milde ironie, inlevingsvermogen en oprechte interesse. Dat Field geen spelletjes speelt, blijkt uit de wijze waarop hij de pedofiel Ronnie McGorvey (knap gespeeld door de voormalige kindster Jackie Earle Haley) introduceert. Ronnie, zowel het meelijwekkende slachtoffer van een hysterisch buurtcomité als een bedreigende, wandelende tijdbom, fungeert als bliksemafleider voor de bange volwassenen in het stadje, die maakt dat zij hun kinderlijke gedrag niet onder ogen hoeven zien.


Net als Fields veelgeprezen debuut In the Bedroom (2001) is zijn tweede film opgebouwd uit kalme, afgewogen scènes waarin ieder woord telt. Wat In the Bedroom ontbrak miste aan humor en relativeringsvermogen heeft Little Children in overvloed, met dank aan schrijver Tom Perrotta, op wiens boek de film is gebaseerd. Perrotta schreef ook de satire Election, succesvol verfilmd door Alexander Payne.


De literaire oorsprong wordt benadrukt door het gebruik van een alwetende verteller, die op de voice-over uitweidt over de gevoelens van de hoofdpersonen. Gelukkig blijft zijn aandeel beperkt - de film had het best zonder hem kunnen stellen, zeker met expressieve acteurs als Winslet en de verrassend goede Patrick Wilson.


De voice-over is de enige minder geslaagde ingreep van Field, die samen met Perrotta het scenario schreef. Little Children is een indrukwekkend drama, dat uitblinkt door de intelligente opbouw, de zorgvuldige karaktertekeningen en de even begripvolle als kritische kijk op verwende jonge ouders van nu, die in hun hang naar jeugdigheid zelf de ruimte opeisen die ze hun kinderen zouden moeten schenken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden