LITERATUUR?

Het letterkundig museum in Den Haag heeft de tentoonstelling 'Literatuur met een doel. Schrijvers over voetbal' samengesteld. Wat hebben voetbal en literatuur met elkaar te maken?...

Hans Kraay, voetbal-analyticus: 'In Nederland kijken intellectuelen toch een beetje neer op sport, behalve als ze in een business-seat zitten. Zo'n Mulisch, die kent de wereld niet. Dan is het moeilijk om erover te schrijven. In Amerika is dat heel anders. Red Smith, de beroemde columnist van de Herald Tribune, schreef fantastische verhalen over American football, baseball, boksen, noem maar op. Hij won in 1976 de Pulitzerprijs.

Onbekendheid met de sport is de grootste oorzaak waarom Nederlandse schrijvers het links laten liggen. Als ik schrijver was, dook ik in dat gat. En dan niet met een biografie om iemand te verheerlijken. Trouwens, ik loop ondertussen mijn boekenkast langs en zie Clough staan. De biografie van Brian Clough, ooit coach van het Engels elftal en een groot voetballer geweest. Schitterend boek. Wat er met die man allemaal gebeurd is, hoe ie aan de drank ten onder is gegaan. . . Grote sportmensen hebben hun typische zwakheden. De druk is enorm, maar dat mogen ze niet laten blijken in die macho-wereld. Een mooie bron voor een schrijver.'

Rinus Michels, voetbalcoach in ruste: 'Ik zie het causale verband niet tussen voetbal en literatuur, en ook niet tussen dat en wat u wilt weten. Of er een roman is te schrijven over voetbal? Dat kan over alles, dus ook over voetbal. Maar ik vind het meer iets voor kranten en tijdschriften. Voetbal is publiek bezit, degenen die het uitoefenen eveneens, het heeft dus publiciteitswaarde en geen literaire waarde.'

Nico Scheepmaker in Ajax en de kunst van het voetballen: '. . . zodra ik voetbal/ praat ik met mijn benen,/ het luisterend leder lispel ik/ naar Sjakie, Piet praat mee,/ en met een schreeuw van vreugde/ die duizendvoudig doorklinkt/ ouwehoer ik 't bruine monster/ dwars door het frame van keeper,/ hout en netwerk heen. . .'

Ruud Verdonck, schrijver van Alles voor Oranje!, een hilarische roman over Euro 2000: 'Schrijvers hebben zich lang verre gehouden van voetbal, die volkse sport. In de jaren zeventig is daarin verandering gekomen. De finale West-Duitsland - Nederland van 1974 was het breekpunt. Nederland kon ineens iets winnen wat het nog nooit had gewonnen en dat ook nog tegen en in Duitsland, in meer dan een opzicht een aansprekende tegenstander. Plotseling kon iedereen ongeremd laten zien dat ie voetbal leuk vond. Het gezamenlijk kijken is toen ook ontstaan.

Het spel leent zich slecht voor literatuur. Een beschrijving van een spelsituatie heeft al snel een hoog jongensboekgehalte. Jan Mulder was een van de eersten die geen clichés nodig had om mooie acties te beschrijven. Hij maakte er een beetje literatuur van. De titel van zijn gebundelde bespiegelingen uit De Tijd en de Volkskrant zegt het al: Opmars der strafschopgebieden. Daarmee mik je op lezers, niet op voetballers, zoals Een juichkreet davert langs de velden van, naar ik meen, Leo Pagano.'

Toon Hermans in Hard gras, voetbaltijdschrift voor lezers, april 1997, gewijd aan Johan Cruijff ter gelegenheid van diens vijftigste verjaardag: 'en Vincent zag het koren/ en Einstein het getal/ en Zeppelin de zeppelin/ en Johan zag de bal.'

David Endt, schrijver van voetbalboeken: 'Of iets literatuur is, wordt bepaald door de wijze waarop het is geschreven en niet door het onderwerp. De vraag alleen al getuigt van benepenheid. De combinatie vrouwen en literatuur of gebergte en literatuur staat nooit ter discussie. Terecht. Alleen de kwaliteit bepaalt of iets literatuur is.

Fever Pitch van Arsenal-fan Nick Hornby is literatuur. In Nederland Jan Mulder. Vooral de eerste tien jaar van zijn schrijverschap vond ik hem briljant. Toen rook zijn werk nog naar gras. Of ikzelf literatuur schrijf? Dat moeten anderen maar beoordelen.'

Gerard Reve: 'Voetbal en literatuur hebben niks met elkaar te maken. Maar ik vind het prima als erover wordt geschreven. Sport is gezond, nou ja, de meeste sporten. Boksen zou verboden moeten worden. Maar ja, de mensen willen elkaar doodmaken op de een of andere manier.

Vroeger, 53 jaar geleden, woonde ik in Betondorp, tegenover het Ajax-stadion. Bestaat dat nog? Ik ben weleens gaan kijken. Ik vond het interessant, maar het was ook lastig voor mij omdat ik bepaalde gevoelens kreeg door al die jongens in die korte broekjes.

Ik geloof niet dat iemand voetballend voorkomt in een roman van mij. Ik weet het niet zeker, een genie kan niet alles onthouden wat hij heeft geschreven. Ik ga al die prachtboeken van mij nog maar eens lezen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden