Literaire verwerking van een moord

‘Mijn vrouw is verdwenen.’ Zo begint Richard Klinkhamer (1937) zijn vijfde boek, Woensdag gehaktdag, een literair logboek dat de verteller heeft bijgehouden vanaf het moment dat zijn Hannie weg is....

De avonturier Klinkhamer (verschoppeling, huursoldaat, zeeman, kroegbaas, speculant, nachtportier) is ook een belezen man, wat al blijkt uit die eerste zin. Die verwijst onmiskenbaar naar deze beroemde opening uit de Nederlandse literatuur: ‘Mijn vrouw is dood en al begraven.’ Zo begint Een nagelaten bekentenis (1894) van Marcellus Emants.

In die naturalistische roman noemt de verteller Termeer zich ‘een degeneratie’, wiens karakter is gevormd door zijn afkomst en zijn omgeving, waardoor de moord op zijn eigen vrouw onvermijdelijk werd. Spijt heeft hij niet. Langzaamaan doordringt hij de lezers er van, zelf niet nobeler te zijn dan hij – schijnheiliger misschien, dat wel.

Klinkhamer heeft sinds zijn debuut in 1983 niet veel naam gemaakt als schrijver, maar wel als moordenaar van zijn vrouw Hannie Godfrinon: in 1991 verdween zij, in 2000 werden haar botten gevonden in de achtertuin, Klinkhamer bekende en werd veroordeeld. Sinds 1 oktober 2004 is zijn detentie afgelopen.

Als Klinkhamer een beest is, dán een dat een pen kan vasthouden. Karakteristiek is zijn vertaling van het klassieke aforisme ‘ars longa, vita brevis’: ‘het levensbrevet huist in aars en longen’. Overigens hebben de alcohol- en wietdampen deze verre nazaat van pessimist Emants niet altijd behoed voor pleonasmen: ‘Alleen al door de familieband was het onvermijdelijke falen van onze hopeloze liefde vastgelegd.’

De mensheid is een schimmelende plaag, stelt hij met wrange humor, de hele wereld een zwijnenstal: zijn ondervragers zijn dom, de smiespelende buurtbewoners aardappelkoppen, de vrouwen die reflecteren op zijn contactadvertenties zijn veelal esoterische wortelknagers, cipiers hersenloze kettinghonden. Als nachtportier van het Alteahotel in Nieuweschans ontmoette hij louter eigenaardige types, zoals de Arabieren die voor de Gehandicaptenspelen komen: ‘Struikelend slalomt het bedienende personeel tussen de tafels door, langs gebedsmatten en geparkeerde beenprothesen.’

Opvallend is dat hij spijt betuigt, maar over zijn delict – een uitval tijdens een ruzie – telkens indirect schrijft: ‘Er sterft iemand van wie je houdt.’ Hij vervloekt zelfs zijn schrijfmachine, die hem drogbeelden voortovert. Zo blijft de precieze toedracht achterwege – om de sensatiebeluste lezer te treiteren, of omdat het de verteller te zeer aangrijpt? In dit ongepolijste egodocument wisselen provocatie en schuldbesef elkaar af. Niet iedereen zal Klinkhamers postume liefdesverklaring aan ‘Hannepan’ willen slikken, maar het feit dat de auteur zelf de moordenaar is, maakt zijn relaas niet bij voorbaat verwerpelijk. Dit boek is geen expliciete bekentenis, het is een literaire verwerking.

Niet hoogstaand, wel intrigerend, of je het wilt of niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden