Literaire thriller: Marketingtruc of genre?

'Literaire thrillers' zijn razend populair, maar niet onomstreden. Is het label slechts een geslaagde marketingtruc, zoals sommige literatoren beweren? René Appel, beoefenaar van het genre, daagt het literaire establishment uit.

Beeld Rein Janssen

In VN's Detective & Thrillergids van juni 1998 werd voor het eerst de term 'literaire thriller' gebruikt, onder meer voor de eerste twee romans van het echtpaar Nicci Gerrard en Sean French, schrijvend onder de naam Nicci French. Opvallend was de verklaring voor deze term in de inleiding van wat wel 'het spoorboekje voor thrillerlezend Nederland' heet: 'Ook van literaire zijde worden pogingen waargenomen tot annexatie van het woord thriller', schreven Rinus Ferdinandusse c.s. 'Uitgeverij Anthos bijvoorbeeld, heeft zich in het spoor van Donna Tartt (The Secret History) toegelegd op dat genre: romans waarin moord of een misdaad centraal staat. Als zo'n verhaal spannend verteld wordt (...) dan mag dat terecht als literaire thriller omschreven worden.'

De misdaadromans van Nicci French waren bijzonder succesvol. Uitgeverij Anthos ging meer boeken uitgeven die volgens een vergelijkbaar procedé geschreven waren en op de cover van al die boeken kwam 'literaire thriller' te staan. Volgens Marc Zwartjes, toen al en nu nog altijd marketing manager, zagen ze bij Anthos een nieuwe trend, waar gretig op werd ingehaakt. De boeken kregen ook een ander soort omslag. Geen bloed, geen wapens, geen slachtoffers meer op de cover, maar serene, suggestieve beelden. 'Het gebruik van de term 'literaire thriller' was vooral een marketingbeslissing', geeft Zwartjes toe, 'en je kunt ook je twijfels hebben over wat er later met dat etiket is gebeurd.'

In Nederland werd de literaire thriller razend populair. In de slipstream van Nicci French schreven onder meer Saskia Noort, Esther Verhoef en Loes den Hollander een aantal onverbiddelijke bestsellers, maar ook op de boeken van minder bekende auteurs, zoals Maartje Fleur en Els Kerkhoven kwam 'literaire thriller' te staan, waarbij het steeds meer de vraag werd wat die aanduiding te betekenen had.

Zijn er belangrijke verschillen tussen literaire thrillers en reguliere literaire romans? Duidelijk is dat bijvoorbeeld stereotiepe personages in de misdaadliteratuur vaker voorkomen, dat misdaadauteurs meer (en beter!) werken met spanningsverhogende elementen, zoals bijvoorbeeld cliffhangers en dat thrillers vrijwel nooit een 'open einde' kennen. Hier moet meteen aan worden toegevoegd dat het aantal stereotiepe personages in literatuur met een grote L ook niet valt te verwaarlozen. Hoe vaak komt de lezer niet een naar de eigen identiteit zoekende jeugdige adolescent tegen of een gefrustreerde vrouw die los wil breken uit de wereld waarin het burgerlijke gezinsleven haar gevangen houdt?

Verschillen

Schrijvers die zich in beide genres bewegen, kunnen inzicht geven in mogelijke verschillen, in ieder geval in hoe zij die ervaren. Daan Heerma van Voss en Thomas Heerma van Voss schreven na enkele romans ook samen een thriller, uiteraard een literaire: Ultimatum. Volgens Daan Heerma van Voss steunen misdaadromans 'op bepaalde conventies waar je niet zonder kunt, zoals een plotwending aan het eind van elke akte, een zinderende climax, een onverwacht einde.' Voor zijn broer Thomas was het 'van tevoren uitdenken van de gehele plot, inclusief alle wendingen en verrassingen' een belangrijk verschil. Daarbij veronderstelt hij overigens ten onrechte dat elke misdaadauteur zo te werk gaat.

De Heerma van Voss Bros verschillen enigszins van elkaar als het om hun mening over stijl gaat. Daan vindt dat thrillers het van een korte, bondige stijl moeten hebben. Thomas had niet het idee kortere zinnen te schrijven, maar volgens hem was tempo maken het belangrijkste. 'Lange psychologische verhandelingen of uitweidingen die in een 'literair' verhaal wel hadden gepast, lieten we achterwege.' Laten nu juist daarom veel lezers de voorkeur geven aan thrillers! Al die uitweidingen en verhandelingen vormen het traditionele gereedschap waarmee veel literaire auteurs meer lagen aanbrengen in hun verhaal, want hoe gelaagder, des te geslaagder, luidt het literaire credo.

Het clichégehalte van iteraire thrillers

Kim Jautze doet in het kader van een groot project op het Huygens Instituut onderzoek naar objectieve tekstuele verschillen tussen Nederlandse literaire romans en literaire thrillers, dat wil zeggen thrillers waar de uitgevers dat etiket op hebben geplakt. Met behulp van de computer zijn beide genres op bepaalde kenmerken geanalyseerd, bijvoorbeeld het voorkomen van stilistische clichés. Voor de analyse werden die overgenomen uit de verzameling van Wouter van Wingerden en Pepijn Hendriks, die daarover het boek Dat hoor je mij niet zeggen publiceerden. Het ging dus om clichématige zinnen uit het alledaagse taalgebruik, zoals 'Je bent nogal wat van plan' of 'Daar was ik wel even aan toe'. Dergelijke zinnen bleken in thrillers twee keer vaker voor te komen dan in romans, een aardige indicatie voor het hogere clichégehalte van veel literaire thrillers.

Vanuit de literaire wereld, waarin het dus gaat om 'echte' literatuur en niet om 'misdaadboekjes', werd met argusogen naar het commerciële succes van literaire thrillers gekeken. De misdaadroman had zich in Nederland al nooit in veel prestige mogen verheugen. Scherp kwam dit naar voren in het boekje Marionettenspel met de dood (1957). Simon Vestdijk had daarin geen goed woord over voor de misdaadliteratuur. 'Zonder een tendentieuze parallel tussen detectiveverhalen en de schizofrenie te willen trekken', schreef hij vilein, 'dien ik toch te wijzen op het verstarde, verengde, verarmde, dat aan een literatuur eigen is, die evengoed anti-literatuur kan worden genoemd, omdat stereotiep toe te passen constructies, in woorden neergelegd, misschien nog wel tot 'de letteren' behoren, maar niet tot de 'levende letteren'.' Vestdijk geeft nog een flinke trap na als hij het misdaadverhaal 'dode literatuur' noemt. 'Een dode literatuur die dan bovendien nog over de dood handelt.'

Weken van het spannende boek

Dit jaar organiseert de CPNB geen Maand van het Spannende Boek, maar 'de Weken van het Spannende Boek' (van 3 tot en met 19 juni), want een maand bleek te lang voor de boekhandel om de spanning erin te houden. Thema is 'Bloed in de polder'. Het geschenkboekje Vector, geschreven door Simon de Waal, krijgen lezers cadeau bij besteding van euro 12,50 in de boekhandel.

Een mislukte poging

Het valt op dat Vestdijk zich voor zijn oordeel - misschien eerder een vonnis - volledig baseerde op de traditionele detective en geen enkel oog lijkt te hebben gehad voor bijvoorbeeld het werk van Georges Simenon of Raymond Chandler, terwijl diens eerste roman rond privé-detective Philip Marlowe al in 1939 was verschenen. Merkwaardig is verder dat Vestdijk ooit zelf een totaal mislukte poging waagde tot het schrijven van een misdaadroman, De onmogelijke moord (1966).

Jeroen Vullings muntte in 2005 het begrip 'polderthriller' in een artikel dat voornamelijk handelde over literaire thrillers. Als in een echo van Vestdijk spreekt hij over 'gereduceerde literatuur, waarbij het om het verhaal en de plot draait en alles wat literair is achterwege is gelaten.' Het is 'hapklaar proza. Je hoeft er niet bij na te denken, het leest lekker weg.'

Vanuit het literaire establishment kwam de vraag wat er in 's hemelsnaam literair was aan een 'literaire thriller'. Auteurs van dit soort boeken zouden zich een kwalificatie toe-eigenen die ze in het geheel niet verdienen. De literatuur werd erdoor bezoedeld en er werd zelfs gesproken over 'het einde van de literatuur'.

Oppervlakkig

Critici uit de literaire hoek ergeren zich er vaak aan dat een literaire thriller 'rond' is, een ontknoping kent. Ze lijken te vergeten dat in de hoog gewaardeerde literatuur dat ook vaak het geval is, zoals Mulisch' De aanslag illustreert. Misdaadromans worden ook geacht oppervlakkig te zijn, alleen maar voor het vermaak te zijn geschreven. Die houding is vergelijkbaar met de manier waarop veel historici naar het werk van Geert Mak kijken: dat graaft ook niet 'diep' genoeg, is te makkelijk, te populair. Bovendien zijn boeken die makkelijk leesbaar zijn in Nederland snel verdacht. De lezer moet moeite doen, moet de tekst 'veroveren', moet verontrust worden, en bij voorkeur nieuwe inzichten over de menselijke soort opdoen. De waarschuwende, belerende vinger van de dominee is nooit ver weg.

De gesuggereerde tegenstelling tussen de 'echte literatuur' en de 'literaire thriller' komt uiteraard overeen met die tussen de zogenaamd hoge en lage cultuur. Opvallend genoeg trekt men zich daar in een andere artistieke sector, namelijk die van de cinematografie niets van aan. Een nieuwe James Bond-film kan door een en dezelfde recensent worden besproken en met net zoveel sterren worden gewaardeerd als een verstilde, even trage als diepzinnige en soms onbegrijpelijke Zuid-Koreaanse rolprent.

Kwade zaken

Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs verschijnt Kwade Zaken, een bundel misdaadverhalen waarvoor schrijvers samenwerkten met bekende strafpleiters. Het boek is een cadeau van de bibliotheken aan hun nieuwe leden.

Uitgevers van thrillers worden ervan beschuldigd de term 'literair' te hebben gekaapt, maar omgekeerd gebeurt iets vergelijkbaars. In 1984 stond op de achterflap van Jan Brokkens De provincie al 'psychologische roman met thrillerkwaliteiten'. Kwartet, de meest recente roman van Anna Enquist, werd door de uitgever aangeprezen als niet alleen 'een roman over de kracht van muziek en het weerloze van alles van waarde' (waar hebben we dat meer gelezen?), maar ook als 'een onconventionele maar niettemin onvervalste thriller'. Dat laatste moet dan in het volstrekt ongeloofwaardige slothoofdstuk gestalte krijgen.

Daarnaast zijn er literaire auteurs die thrillers schrijven, zoals de gebroeders Heerma van Voss, maar ook Herman Brusselmans, die al drie, vermoedelijk parodistisch bedoelde, maar uiterst melige, ongeloofwaardige en volstrekt niet spannende literaire thrillers rond inspecteur Zeik op zijn naam heeft staan.

Najaar 2008 werd door A.F.Th. van der Heijdens toenmalige uitgever diens 'werkelijk adembenemende literaire thriller' Doodverf aangekondigd; dat maakte nieuwsgierig. In Kruis en kraai schreef hij immers over de literaire thriller onder meer: 'Op elk vod, op elke klont pulp wordt tegenwoordig het etiket 'literaire thriller'geplakt.' Daardoor verkopen ze alleen maar beter, stelt hij - met een flinke dosis jalousie de métier - vast, 'vaak bij honderdduizenden exemplaren'. Helaas, toen Doodverf in 2009 verscheen, stond er gewoon 'roman' op de cover. Kennelijk was het makkelijker gebleken om met dedain te spreken over literaire thrillers dan er zelf een te schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden