De talenten van 2020Iduna Paalman

Literair talent van het jaar Iduna Paalman: ‘Als ik schrijf, voel ik: hier gaat het eigenlijk om’

Alles kan misgaan. Met die wetenschap schreef Iduna Paalman (28) haar eerste dichtbundel De grom uit de hond halen. ‘Ik ben wel bang geweest voor cynisme’. 

Beeld Marie Wanders

Alsof ze hebben gewacht, zetten de pianist en de bassist in de lobby van hotel De L’Europe in Amsterdam een stemmige kerstmelodie in, zodra dichter Iduna Paalman (28) door de draaideur komt. En zo gaat het nu al een paar maanden, zegt ze met van blijdschap blozende wangen. In september verscheen haar eerste dichtbundel, De grom uit de hond halen, bij uitgeverij Querido. Die werd snel op goede recensies onthaald, gevolgd door uitnodigingen voor optredens, om te beginnen meteen op de Nacht van de Poëzie in een uitverkocht Vredenburg in Utrecht. En nu is ze ook nog uitgeroepen tot literair talent van het jaar.

Allemaal nieuwe dingen. Net als het geven van een interview. ‘Hoe doe je zoiets, wat moet ik dan zeggen? Waar mijn voornaam vandaan komt? Je zegt Idoena, en die naam komt uit de noordse mythologie, de Edda. Iduna is de godin van de eeuwige jeugd, die gouden appelen uitdeelt aan de goden, waardoor ze niet oud worden. Het is nu nog leuk, om zo te heten.

‘Mijn moeder was juf op de basisschool, ze las dat verhaal met haar klas, en speelde hoogzwanger Iduna in de voorstelling die ze naar dat verhaal maakten. Kort voor de bevalling lag mijn moeder in bad met een namenboekje. Mijn vader kwam de badkamer binnen en zei: ‘Je denkt er veel te lang over na. Je prikt nu blind een naam in dat boekje. Die wordt het.’ Dat was Iduna.’

Tot haar 18de woonde ze in Rolde, niet ver van Assen. ‘Een klein dorp, maar geen gehucht. Wij vonden vroeger een plaats groot als er een Etos was waar je schepsnoep kon krijgen. Die hadden we, in Rolde.

‘Daar was het stil. Er gebeurde geen klap. Ik ging naar de middelbare school in Groningen, dat was al een stapje daarbuiten, en ben daarna naar Amsterdam verhuisd, om Duits en geschiedenis te studeren. We waren vaak naar Duitsland met vakantie gegaan en ik dacht een beetje nuffig: Nederlandse boeken lees ik toch al. Die Duitse literatuur was helemaal nieuw voor me.

‘Het vooruitzicht om leraar Duits te worden, wat in Nederland vaak de gehate leraar Duits is, lokte me niet erg. Maar ik heb sinds drie jaar een halve baan als docent Duits, in Haarlem. De weerstand die ik als student voelde tegen het leraarschap, blijkt een beetje aanstellerij te zijn. Het is een leuke school en een leuke baan. Aanvankelijk was ik onzeker of ik dat wel kon, voor zo’n groep kinderen staan. Nu begin ik erin te geloven, voor het eerst.

‘Maar alle clichés over de werkdruk zijn waar. De halve baan kost me minstens vier dagen. Het grote geluk zijn de vakanties. Daarin kan ik schrijven, en als ik dát doe, voel ik: hier gaat het eigenlijk om. Ik ben alweer met nieuwe gedichten bezig, ik wil essays schrijven, denk aan een roman. Hopelijk kan ik over een tijdje spreken over mijn literaire carrière.

‘In de vakanties is De grom uit de hond halen ontstaan. Het gaat niet eventjes tussendoor, een gedicht schrijven. Ik begin nooit met niks, maar verzamel eerst materiaal, door de dag heen. Notities, soms een paar regeltjes die ik op mijn telefoon zet. Om één gedicht te maken dat af is, heb ik een aanlooptijd nodig – ik kan soms wel achttien versies schrijven, en moet urenlang kijken of het helemaal goed is.

‘Als scholier las ik al veel, en ik speelde toneel. Dat heeft me geholpen, want ik was als kind mega-verlegen. Bij die toneelgroep maakten we ons eigen materiaal. Daar begon het teksten schrijven. En toen ik Duits studeerde, ben ik bij Franz Kafka terechtgekomen, die ook in mijn bundel opduikt: de beklemming en het verstikkende uit zijn verhalen maakten grote indruk. Ik ben best beschermd opgevoed, en dacht vaak: er ontgaat mij van alles. Kafka heeft me laten zien hoe de wereld óók kan zijn.’

Die spanning tussen soms luchtige, kalmerende woorden en de onveiligheid en onbeheersbaarheid daaronder, typeert De grom uit de hond halen, vanaf het openingsgedicht ‘Audit’:

Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van. We komen graag
samen in een huis met gematteerde ramen, taxeren de dreigingen, verdelen
ons zorgvuldig over de straten.

Al op de eerste hoek weet ik een schaafwond uit een tegel te schrapen,
een clash uit een auto, een grom uit een hond. Botten bevrijd ik
van hun prematuur gevormde breuken, parkeergarages
van hun diep in de staalconstructies verscholen rekenfouten.
Uit een vrouw verwijder ik het weggaan, uit het kind
de vroegtijdige verlating (…)

‘De titel van mijn bundel is op het omslag in blauwe letters gezet, maar het woord ‘grom’ is rood. Dat krijgt de meeste aandacht, in tegenstelling tot de geruststelling die uit de héle titel zou moeten spreken. De veiligheid wordt een schijnveiligheid.

‘Tijdens het schrijven ben ik weleens bang geweest voor cynisme. Dat wil ik voorkomen, dat ben ik niet. Er zit wel ironie in die regels over riskmanagers, het woord alléén al, die ons professioneel voorhouden dat het leven te hanteren is.

‘In Drenthe was alles mooi en goed. Zozeer, dat je vanzelf gaat denken: dit kan de wereld niet zijn.’Beeld Marie Wanders

‘Er kan van alles misgaan, de hele tijd, overal – in het klimaat, maar ook in een relatie. Dit gebeurt er in veel van mijn gedichten: ik breng woorden in stelling om het gevaar te voorkomen, en daarmee roep ik het juist op. Poëzie is voor mij ruimte. Daarbinnen kan ik dreigingen van meerdere kanten bekijken – de herkomst ervan, en eventuele oplossingen.

‘Ik heb het vrouw zijn of meisje zijn ook vaak pijnlijk gevonden. Je bent nergens op voorbereid. Je weet dat je vruchtbaar bent, en dat is mooi. Maar je krijgt geen tekst en uitleg over de dreiging die daar ook bij hoort; wat er fout kan gaan, wanneer je ergens klaar voor bent. Hoe het moet. Dat had ik vroeger sterk, en die onzekerheid zie ik ook bij meisjes in mijn klassen.’

In het gedicht ‘Van den Muijzenbergpad (autotune)’ gaat een klein meisje naar vioolles, instrument in een kist achter op de fiets. Over een smal pad, langs het water, en het hitsige moeras. De stilte roept allerlei angsten op – is die plop onder het kroos een kikker of een pistoolschot?

(...) hier is het leven omgekeerd verdrinken:
longen vol overige richtingen uit
ademen doorfietsen
doorfietsen.’

‘Het Van den Muijzenbergpad bestaat. Thuis in Drenthe vinden ze het leuk als ik dit voordraag. Dat meisje ben ik. Een idyllisch tafereel: meisje dat door de natuur naar vioolles fietst, over een smal en slingerend pad. Verraderlijke veiligheid. Uiteindelijk kom ik bijna adem te kort, opgejaagd door de angsten die ik zelf heb opgeroepen.

‘In Drenthe was alles mooi en goed. Zozeer, dat je vanzelf gaat denken: dit kan de wereld niet zijn. Een van mijn gedichten heet ‘Middenberm’. Die is bedacht om het verkeer te reguleren. Maar intussen liggen daar de aangereden katten en vogels.

‘Ik schrijf geen gedichten om de schoonheid en goedgeluktheid van de wereld te onderstrepen. Dat zou wee en saai zijn. En vooral: niet eerlijk. Maar ik zoek wel steeds naar ingrediënten voor goede eindes. Omdat dat de manier is om niet verdrietig of wanhopig te worden.’

Wat zijn je drie favoriete nummers van het afgelopen jaar?

My Oh My van de Punch Brothers, Tout Oublier van Angèle en Roméo Elvis, High By The Beach van Lana Del Rey.

Wie zou je zelf naar voren schuiven als het talent van 2020?

Mariken Heitman omdat zij een heel mooie debuutroman schreef (De wateraap, Atlas Contact).

Aan welke goed raad heb je het meest gehad?

‘Lees lees lees lees lees lees lees.’

Wat was je bewondermoment van 2019?

Toen zoveel jongeren voor het klimaat gingen staken.

Op welk moment had je zelf door dat je goed bezig bent?

(Deze vraag vond Iduna Paalman te ingewikkeld om te beantwoorden.)

De nummers 2 en 3 van 2020:

2. Joost Oomen

Dichter, schrijver, drummer en performer Joost Oomen (1990) studeerde Nederlands in Groningen was daar ook stadsdichter, wat onder meer tot uiting kwam in een aantal stoepkrijtgedichten. Vier jaar geleden nam Oomen afscheid van een plaatselijk warenhuis: ‘V&D, waar ben je gebleven? V&D kun je me horen? We komen je redden: Nu even taai zijn lieve baby!// Iemand is begonnen het vloerkleed weg te halen. Onder de tapijttegels verschijnen perfect vierkante gaten.’

Van zijn hand verschenen bij de kleine uitgeverijen Passage en Wintertuin de dichtbundels Vliegenierswonden en De stort, en het proza-experiment De zon als hij valt.

In november jongstleden baarde Oomen opzien in de Westerkerk van Leeuwarden met de performance ‘Vruchtjes eten’. Gehuld in een psychedelische pyjama wierp hij vruchtjes de zaal in, die de toeschouwers in hun navel konden stoppen, ‘zodat je de hele dag gelukkig bent!’

Voor Querido gaat Oomen een dichtbundel en een roman schrijven.

3. Simone Atangana Bekono

Woede, humor en scherpe observaties over scheve maatschappelijke verhoudingen kenmerken Hoe de eerste vonken zichtbaar waren, de eerste dichtbundel van Simone Atangana Bekono (1991), die in 2017 verscheen bij Lebowski (in samenwerking met Wintertuin): ‘er is een mooi en pijnlijk ding dat mij dicteert/ maar ik slaap graag en heb soms ook honger/ een soldaat wordt steeds kopje onder geduwd/ als hij zich met zeiknat uniform en al/ uit het zwarte water probeert te hijsen/ een representatie van de onmacht om geweld of sterven te ontlopen/ voor zover ik de tijd heb/ schrijf ik het allemaal op.’

De bundel was in 2016 haar afstudeerproject aan Creative Writing Artez in Arnhem. In de Volkskrant kreeg ze vier sterren, het grote publiek kreeg haar meteen te zien op de Nacht van de Poëzie 2017. Ze ontving het Charlotte Köhler Stipendium voor haar poëzie en werkt voor Lebowski aan een roman.

Hoe het verder ging met Radna Fabias (36):

‘In februari 2018 kwam mijn eerste dichtbundel Habitus uit, dus tegen de tijd dat ik gekozen werd als literair talent door de Volkskrant was er al veel gaande. Na het winnen van de C. Buddingh’-prijs werd het erg druk. Ik ben vanaf 2018 vooral veel bezig geweest met voordragen en spreken op festivals en bij literaire evenementen. Nu heb ik eindelijk de tijd om de afgelopen twee jaar te laten bezinken. Ik ben voor het eerst sinds lange tijd niet constant op pad en heb nu de mogelijkheid me terug te trekken en verder te werken. In een jaar met veel geluid en ruis heb ik die afzondering en stilte gemist. Ik wil en kan nu weer doorschrijven. En even zwijgen. En lezen. Heel veel lezen. In stilte.’

Pieta Verhoeven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden