Literair erkend, culinair beroemd

In 1963 verscheen bij de uitgeverij Polak & Van Gennep (die toen net een jaar bestond) Kort geding - Een bloemlezing uit de moderne verhalenliteratuur....

De schrijvers waren: A. Alberts, Louis-Paul Boon, Hugo Claus,A. Koolhaas, Harry Mulisch, Hugo Raes, G.K. van het Reve, WardRuys-linck, Leo Vroman, Beb Vuijk, Jan Wolkers. De ongewoonste in de rij - zij was ook de oudste - was Beb Vuijk (de tien anderen waren toen grotenamen). Van Beb Vuijk werd opgenomen het verhaal 'Full of Sound and Fury'uit de in 1959 verschenen bundel Gerucht en geweld. Oversteegen moet Vuijkbewust een plaats tussen de tien anderen hebben willen gegeven, deschrijfster een rang gevend die haar volgens hem toekwam. Al in 1957 hadhij Vuijks bijzondere roman Het laatste huis van de wereld voorgesteld inhet blad Literary Holland, een blad van de Stichting voor vertalingen,waarvan Oversteegen directeur was.

De bewondering van Oversteegen voor het werk van Beb Vuijk moet hijhebben overgenomen van E. du Perron, een van zijn leermeesters. Mijnbewondering voor het werk van Beb Vuijk dank ik weer aan Oversteegen. Zijwas, als bijvoorbeeld ook Alberts rond 1960, een auteur voor een kleinekring. Ik herinner mij een gesprek met haar van zo rond 1975. Met haarpraten had het karakter van een gesprek van mannen onder elkaar. Zij hadkort tevoren met een daverend succes haar Groot Indonesisch kookboekgepubliceerd. Wat zij zei kwam hierop neer: ik heb zoveel literatuurgepubliceerd en nu ineens met dat kookboek ben ik een beroemdheid. Waarnaze me streng verweet zo beknopt over haar Verzameld werk te hebbengeschreven. Ze zweeg. Ze wilde altijd het laatste woord en haalde datlachend naar zich toe.

Beb Vuijk werd in 1905 in Rotterdam geboren; in 1929 vertrok zij naarJava, daar trouwde zij drie jaar later met Fernand de Willigen (die dezachtmoedigheid van het hele Oosten meedroeg). De eerste tijd werkte hijnog op een theeplantage; in 1933 vertrok het echtpaar naar het eilandBoeroe in de Molukken. De familie van Fernand de Willigen had daar eenolieplantage. Bep Vuijk had al eerder literair werk gepubliceerd. Op Boeroeschreef ze de roman Duizend eilanden, die over het leven op de theeplantagegaat. Ook bijna al haar volgende werk zal autobiografisch zijn.

Beb Vuijk heeft in haar vele werk haar leven begeleid. Over het levenop Boeroe gaat Het laatste huis van de wereld (1939), misschien wel haarmooiste boek, zowel uitmuntend in karakteriseringen van mensen als inbeschrijvingen van vooral de natuur. (In de gevoelige exactheid van haarnatuurbeschrijvingen is zij uniek.) Terug op Java werd zij opgenomen in deliteraire kringen daar, na als schrijfster te zijn 'binnengehaald' door DuPerron in een bewonderende bespreking van Het laatste huis van de wereld.

Na de oorlog namen zij en haar man de Indonesische nationaliteit aan.Maar het politieke klimaat in Indonesië deed hen in 1957 besluiten naarNederland terug te keren. Ze zal nog enkele keren teruggaan (en daarovernatuurlijk schrijven), maar Loenen wordt haar woonplaats tot haar dood in1991. Haar grote energie, haar strijdbaarheid ook vloeiden geleidelijkweg. Het was wel in haar geest, vind ik, dat bij haar crematie RobNieuwenhuys en Rudy Kousbroek hooglopende ruzie kregen.

Rob Nieuwenhuys heeft met een grote inzet het afzonderlijke domein vande 'Indische letterkunde', Nederlandse literatuur met Indië en Indonesiëals achtergrond, geschapen. Zijn literatuurgeschiedenis Oost-Indischespiegel blijft een standaardwerk. Hij heeft het meeste over het werk vanBeb Vuijk geschreven, altijd binnen die 'beperking' van de Indischeletterkunde. Aan Oversteegen de eer haar uit die beperking te hebbenlosgemaakt. Zijn bloemlezing ontbreekt in de overigens met boekhoudkundigeprecisie geschreven biografie van Beb Vuijk, Een leven in twee vaderlanden,waarop de socioloog Bert Scova Righini onlangs promoveerde.

Het boek van Righini is een zeer ernstig wetenschappelijk werk, waarinde feiten het winnen van de visie, de feitelijke geschiedschrijving van deliteratuur. Het moet nauwelijks mogelijk zijn feitelijke tekortkomingen ofonjuistheden in het boek aan te wijzen - vaak corrigeert de auteur deherinneringen van Beb Vuijk zelf -, alles is op bewonderenswaardige wijzeuitgezocht en nageplozen. Maar het leven achter de feiten wordt alleenzichtbaar in de citaten uit het werk van Beb Vuijk of uit brieven,bijvoorbeeld die van Willem Walraven.

Ik heb zelden zoveel en dat zo precies over iemand gelezen zonder datde persoon mij ook maar even voor ogen kwam. Voor het Indië en Indonesiëwaar Beb Vuijk verbleef, geldt hetzelfde. Het land is een zeergedetailleerde kaart uit de atlas. Het kan zijn dat de wat ik nu maar noem'empathische' wijze van schrijven van bijvoorbeeld Rob Nieuwenhuys te langde literatuurgeschiedenis beheerst heeft. Wellicht is de haastonpersoonlijke wijze van schrijven in deze dissertatie er een reactie op.

Door de feitelijkheid is het strikt biografische deel van het boek hetbeste en het literaire deel ervan het minste. De studie geeft nauwelijkseen goede indruk van de eigen aard van Vuijks werk; de auteur mist daartoe,merkt men, de middelen, het inzicht ook, evenals de context. Het blijft bijsamenvattingen, gevolgd door wat kritisch materiaal uit de knipselmap.(Wanneer wordt dat verknipte en willekeurige gebruik van recensieseindelijk eens in wetenschappelijk werk verboden.) De biografie, die tochniet zomaar wordt geschreven, had bij een grondigere en meer literairebehandeling van het werk dat werk naar de voorste plaats kunnen halen, deplaats die het verdient. Nu verdwijnen romans en verhalen in een al of nietIndische oceaan van feiten.

Dit wordt van de persoon Beb Vuijk het scherpst zichtbaar (want het isin feitelijkheden en resultaten weer te geven): haar zeer grote werkkracht.Ze heeft naast haar strikt literaire werk heel veel journalistiekgeschreven; daaronder recensies (die hadden wel iets uitvoeriger behandeldkunnen worden). Gedrevenheid valt haar niet te ontzeggen, gedrevenheid alseen vorm van knokken om een plaats, vooraan natuurlijk. De bekroning vanhaar oeuvre in 1973 met de Constantijn Huygensprijs betekende zeer veelvoor haar (ik had wel graag de motivering uit het juryrapport gelezen).

Beb Vuijk is erin geslaagd in twee vaderlanden te leven; tussen die tweein - het lot van vele anderen - is zij niet terecht gekomen. Hoe haar manzich in Nederland moet hebben gevoeld, wordt niet vermeld. Hij was eenIndo, geboren en getogen in Indië en een wijze van leven gewend - zekerin zijn jeugd en latere jaren op Boeroe - die de Hollandse huiskamer toteen graf maakt. (Wie zijn vrouw in een prauwtocht van vier dagen tegemoetreist, zal toch nooit aan Loenersloot wennen?)

Hij moet met een vaderland in de verte hebben geleefd. Hij blijft alsin het huwelijk ook in de biografie in de schaduw van zijn vrouw. Wat welezen laat veel vermoeden. Hij is de edelste figuur uit het boek.

Bert Scova Righini: Een leven in twee vaderlanden - Een biografie vanBeb VuijkKITLV Uitgeverij572 pagina's 30-,ISBN 90 6718 259

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden