Achter het boekLionel Shriver

Lionel Shriver: ‘Witte mannen worden gezien als slapjanussen’

Hoe schrijft de schrijver? Saaie vraag, vindt Lionel Shriver. Liever praat ze over de ellende van positieve discriminatie – het onderwerp van haar nieuwe roman De weg van de meeste weerstand. 

Lionel Shriver: ‘Als je als witte schrijver over een zwarte schurk wilt schrijven, moet die wel aardig of heroïsch zijn. Ik vind dat antiliterair.’ Beeld Joe Hart

‘O, ugh!’

Lionel Shriver háát vragen over het schrijfproces.

‘Zeg ze dat ik weiger! Zeg ze dat ik een ‘oncoöperatief subject’ was.’

Ze buigt voorover, haar schouders gaan omhoog, de wangen worden bol: de kleine schrijfster lijkt op een hamstertje wanneer ze lacht.

‘Vragen over hoe je schrijft: zo saai.’

En toch. Voor gewone stervelingen is haar leef- en werkritme excentriek. De schrijfster die wereldfaam verwierf met de verfilmde bestseller We moeten het even over Kevin hebben (2003) eet eenmaal per dag, en wel gelijk een vampier na middernacht. Meerdere keren afgepast eten vindt ze niks, muizenhapjes; dan liever eens per dag genieten van een copieuze maaltijd. ‘Héél scherp gekookt – ik ben nogal extreem, dingen moeten een beetje belachelijk zijn. Veel mensen zouden wat ik klaarmaak oneetbaar vinden.’ Na het souper is er ontspanning (veel hardop terugpraten tegen de televisie).

Ze heeft geen kinderen, is Amerikaans en woont deels in Londen, deels in Brooklyn. Haar man is jazz-drummer. Voor twaalf uur ’s nachts volgt ze een ijzeren regime van kranten lezen, e-mails beantwoorden, schrijven en twee uur fitness (‘trainen is deel van de werkdag: een verplichting’).

Binnen deze structuur schrijft Lionel Shriver (1957) zich een ongeluk: romans, stevige columns, opiniestukken. Afgelopen week was ze helaas even afgeleid door familiegedoe vanwege een interview in The New Yorker. In dat stuk, ‘Lionel Shriver is Looking for Trouble’, wordt ze neergezet als ‘fameus tegendraads’ en komt ook haar hoogbegaafde broer aan de orde. In de roman Big Brother (2013) beschreef ze hoe die aan obesitas overleed. ‘Mijn vader wil me inmiddels onterven’, zegt de vrouw die werd geboren als Margaret Ann, maar op haar 15de de jongensnaam Lionel aannam.

Vanuit haar donkerrood geschilderde werkkamer licht de schrijfster graag skypend – lockdowns vindt ze ‘nonsens’ – toe wat ze met haar nieuwe roman De weg van de meeste weerstand wil aanroeren. In het boek loopt een man een promotie mis omdat hij de verkeerde sekse, leeftijd en huidskleur heeft. Gefrustreerd werpt het slachtoffer van positieve discriminatie zich op duursport en extremiteiten als triatlons.

Uw roman is erg hedendaags.

‘Hij speelt tijdens de Trump-jaren, maar er staat niet wélk jaar. Er zijn een paar kleine aanwijzingen, maar ik hou van een beetje vaagheid, dat geeft er iets tijdloos aan. En ik wilde zijn naam niet noemen: ik ben geen Trump-supporter.’

Waarom zegt u dat?

‘Omdat ik soms word gehouden voor een rechtse idioot.’

De scheiding tussen rechts en links lijkt bijna absoluut, zowel in uw boek als in hedendaags Amerika. Zelfs antiracisme lijkt de afgelopen weken exclusief links geworden.

‘Het is absurd. Ik vind de hele links-rechtsconstructie onuitstaanbaar, inaccuraat en oneerlijk tegenover rechts, want het woord ‘rechtervleugel’ heeft de connotatie van onverdraagzaamheid en fascisme, maar ‘linkervleugel’ is onschuldig.’

Ze is anti-Trump maar pro-Brexit, feminist maar anti-identiteitspolitiek. De weg van de meeste weerstand is een satire op links gedachtengoed: positieve discriminatie, emancipatiestrijders, slachtofferdenken en het bewustzijn van privileges en onrechtvaardigheid. Haar oudere, niet-gekleurde, heteroseksuele protagonist Remington heeft er niks mee te schaften. Hij komt uit een verarmde industriële regio van de Verenigde Staten, waar mannen zeggen: ‘Als ik tegenwoordig de tv aanzet, heb je daar allemaal van die kerels die hun piemels laten afhakken omdat ze zich een meisje voelen.’

Vier jaar geleden veroorzaakte Shriver een rel door op een literair festival te ageren tegen het nieuwe gebod dat schrijvers of kunstenaars niet ieders verhaal mogen vertellen – in de juiste terminologie: dat geprivilegieerde personen niet aan culturele toe-eigening mogen doen. Ze claimde het recht om in de huid te kruipen van een eenbenige Afghaanse lesbienne, als ze dat maar goed deed. Om de provocatie kracht bij te zetten, eindigde ze met een theatraal gebaar en zette een sombrero op haar hoofd.

In De weg van de meeste weerstand komt u er satirisch op terug. Waarom?

‘Omdat ik dat grappig vind’, zegt ze ondeugend. ‘En ik heb een zwak voor grappig.’

Waarom werpt uw slachtoffer van positieve discriminatie zich op de cultus van extreme duursporten?

‘Omdat ik het wilde hebben over witte mannelijkheid in Amerika. De witte mannen zijn er diep gedemoraliseerd. Dit boek speelt in upstate New York. Ooit was daar een bloeiende industrie, maar nu loopt het economisch erg achter. Er zijn veel van dit soort streken in Amerika, vol witte mensen die ontmoedigd zijn.’

Is positieve discriminatie niet alleen iets van New York en San Francisco?

‘Nee, dat gebeurt ook in die achtergebleven ­gebieden. En een onvoorstelbare hoeveelheid witte Amerikanen gelooft – en ik steun hun standpunt níét – dat ze actief worden gediscrimineerd. Dat zij de werkelijke slachtoffers zijn.’

Beeld Joe Hart

Hebben ze ongelijk?

‘Er zijn omstandigheden waarin ze het bij het rechte eind hebben. Maar ik zou niet de stap willen nemen om te zeggen: jullie zijn de groep in het land die het meest lijdt.’

In een passage mijmert Remington over wat er kan misgaan als hij door een ongure wijk loopt. Maakt zijn huidskleur dan iets uit? En de huidskleur van iemand die achter hem komt lopen? Remington zegt: ‘Ik heb zwarte mensen horen toegeven dat zij soms ook zenuwachtig worden van hun brothers op straat.’ Dat klinkt cru nu het probleem andersom lijkt en die ‘zwarte mensen’ in werkelijkheid worden vermoord door agenten en losgeslagen buurtwachten.

‘Het punt van die passage – die je gemakkelijk uit de context kunt rukken – is niet dat zwarte mannen op straat gevaarlijk zijn. Het gaat om wat men veronderstelt over witte mannen op straat, en dat is niet flatteus. De kwaliteiten die we onbewust toebedelen aan de stereotiepe witte man zijn niet bepaald masculien in de klassieke zin. Witte mannen worden gezien als slapjanussen. De passage is ongelooflijk beledigend voor ze en gaat erover dat het verbazingwekkend oké is om oneerlijke en lasterlijke generalisaties te debiteren over witte mannen.’

De vijftiger Remington wordt dus gepasseerd voor een promotie en krijgt een incapabele nieuwe chef boven zich bij het gemeentelijk vervoersbedrijf. De vrouw (donkere huidskleur, 27) slaat aan het veranderen: er komen workshops seksuele intimidatie en bewustwording over racisme, genderneutrale toiletten, je voorstellen moet voortaan met een ‘persoonlijk voornaamwoord van keuze’ (‘Ik ben Remington Alabaster en ik ben een hij’). Na enkele maanden verliest Remington zijn zelfbeheersing en slaat hij met een vuist op het bureau van zijn chef. Hij wordt direct met vroegpensioen gestuurd.

Zegt u daar eigenlijk dat positieve discriminatie verkeerd is? Is het niet goed dat soms wordt besloten om even alleen naar vrouwen te zoeken?

‘Ik vind er niks mis mee om bewust en in alle openheid meer vrouwen aan te nemen. Maar dat is iets anders dan het vaststellen van quota of een datum waarop een institutie een fiftyfiftyverdeling van gender moet hebben. Als gender de voornaamste vereiste voor een positie wordt, vraag je om slecht gekwalificeerd personeel. Positieve discriminatie betekent dat iedereen veronderstelt: o, jij won toen alleen maar omdat je vrouw bent en het een bepaalde periode in het #MeToo-tijdperk was. Het ondermijnt precies de mensen die je wilt helpen.’

In het boek vergadert een commissie voor gelijke behandeling. De ‘voorzitpersoon’ verontschuldigt zich bij aanvang: ‘Ik heb als geprivilegieerde witte man geen, of althans veel minder, recht van spreken, en ik voel me klein naast jullie relatief extreme ervaringen met de ongelijkheid binnen de sociale machtsstructuren.’ Shriver putte hiervoor inspiratie uit de affaire rond een Canadese docent-assistente die leerlingen een filmpje liet zien van Jordan Peterson, een populaire psycholoog die het soort jongemannen aanspreekt dat ook valt voor Thierry Baudet.

Wat trof u in die affaire?

‘Ze sleepten die vrouw voor een soort inquisitie. Hoe die linkse academici spraken, was op zichzelf al parodie. Ze waren ongelooflijk wreed tegen haar. Met mijn 27-jarige Lucinda Okonkwo loop ik nu ook het risico op beschuldigingen dat ik een racist ben, want er is een ongeschreven regel dat wanneer je het als witte schrijver in je hoofd haalt een zwarte schurk te creëren, die wel aardig moet zijn, heroïsch, warm en beter dan de witte karakters. Ik vind dat antiliterair en ironisch gezien ook nog eens racistisch: het is toch neerbuigend?’

Beeld Joe Hart

Ja, maar ik vind het ook raar dat in populaire films en series de zwarte man nog steeds niet de leider, de wijze of de aantrekkelijkste is.

‘Daar ben ik het niet mee eens. Morgan Freeman is altijd de meest wijze in de film. Idris Elba – die overal is, en meestal in erg krachtige rollen – is in Luther sexy, wijs en zeker een leider. Het idee dat zwarte personages altijd op een zijspoor worden gezet of minder aantrekkelijk worden gemaakt dan witte personages, is gedateerd. Wat je nu weinig ziet, zijn zwarte schurken.’

Maar wel bij u.

‘Ik heb niets met fluwelen handschoentjes. Mijn excuustruus is een profiteur van positieve discriminatie. Haar ouders komen uit Nigeria en zijn rijk, maar zij wordt behandeld als een nakomeling van slaven die extra hulp nodig heeft. Ze is de meest geprivilegieerde in het hele boek, maar omdát ze zwart is, krijgt ze hulp. Circa de helft van de zwarten op Harvard heeft zo’n etnisch en economisch profiel. Oftewel: we helpen kinderen uit de hogere klassen met positieve discriminatie die was bedoeld voor mensen die echt onbevoorrecht zijn, de generaties die afstammen van slaven.’

De gebelgde Remington vlucht in extreme duursporten en u verbond dat net met mannelijkheid. Kunt u dat nog iets toelichten?

‘Die sporten appelleren aan het traditionele gevoel van mannelijkheid: aan stoïcisme en persoonlijke kracht, de bereidheid om te lijden. Extreme sporten bieden mannen een veilige, niet politiek vergiftigde uitdrukking van wat we vroeger mannelijk vonden.’

Maar Remingtons vrouw, vanuit wier perspectief het verhaal wordt verteld, doet óók aan fitness.

‘Maar zij, Serenata, is een loner. Het sporten is voor haar een onderzoek naar haar lichaam en naar de relatie tot zichzelf. Openbare vertoningen van fitness in groepen vindt ze afstotend. Tijdens de lockdown zitten de parken vol met mensen die sit-ups en star-jumps doen. Hadden ze net zo goed thuis kunnen doen, maar ze willen showen. In triatlons lopen mensen belachelijk grote afstanden, soms meerdere keren achter elkaar, het wordt steeds absurder.’

U weet er verdacht veel van.

‘Ik heb hardgelopen, maar nooit meegedaan aan een duursportevenement. Mijn knieën zijn kapot, net als die van Serenata. Ik doe wel nog steeds mijn oefeningetjes.’

Was het rennen verheffend? Meditatief?

‘Nee, de enige runner’s high die ik heb gehad, was: godzijdank, klaar! Ik denk dat dat fenomeen een beetje onzin is.’

Extreem sporten, schrijft u, is een nieuw soort materialisme.

‘Het is het ultieme materialisme! Omdat het mensen als materie beschouwt. Jij bent je lichaam. Ik ben bang dat in deze tijd van beelden, van selfies, we ons alleen maar bewuster worden van uiterlijk vertoon, en daardoor de ‘avatar’ van ons lichaam steeds meer beschouwen als de representatie van ons ware zelf.’

Een reductie dus. Dat is problematisch.

‘Er kunnen dingen met je lichaam ­gebeuren, shit happens. Als je dat persoonlijk neemt, zit je in de puree. We worden allemaal oud en gaan allemaal dood. Tussendoor worden we ziek, krijgen we ongelukken, kunnen we opeens niet meer lopen. Als je je geestelijke welbehagen laat samenvallen met je fysieke welbevinden, dan is het menselijk lichaam wel een enorm kwetsbaar object om in te wonen. Ik denk dat je moet leren om een beetje ruimte te scheppen tussen je fysieke verschijning en – met het risico dat ik klef word – je ziel.’

Beeld Joe Hart

En hoe schep je die ruimte?

‘Je moet jezelf niet toestaan hysterisch te worden over het feit dat je er niet meer zo goed uitziet als je deed. Dat is gewoon wat er gebeurt. Je kunt het verval nu eenmaal niet stoppen – alleen iets langer fit blijven misschien. Dat gaat over eigenwaarde: hoe persoonlijk neem je het op, dat lichaam waarin je leeft? Hoezeer laat je de teleurstellingen ervan jouw teleurstellingen worden? Er zijn mensen die uren per dag in de sportschool zitten; ik vraag me af of dat een goed leven is.’

Waarom deed u zelf dan zo veel aan sport toen u jonger was?

‘Dat had te maken met een gevoel van controle en structuur. En zelfbeschikking. Ik ben nog steeds geïnteresseerd in de relatie tussen het lichaam en het zelf.’

Dank u voor dit interview. Ik schrijf er gewoon in dat u het schrijfproces zelf oninteressant vindt, goed?

Dat vindt ze goed, en ze giechelt er nog achteraan: ‘En we eten trouwens de laatste tijd om één uur ’s nachts, en we gaan naar bed om vijf uur…’

(De verzendtijden van haar mails bevestigen dat.)

Maar als u dat zo vertelt, denken mensen misschien dat…

‘Exact: als ze dat schema aanhouden, gaan ze geweldige romans schrijven!’

Wie is Lionel Shriver? 

Lionel Shriver (1957) brak door met de roman We Need to Talk About Kevin (2003). Ze won er de Orange Prize for Fiction mee en het boek werd verfilmd met een ijzersterke Tilda Swinton in de hoofdrol van de moeder. Shriver schrijft columns voor het conservatieve Britse blad The Spectator en is geregeld te vinden op de opiniepagina’s van onder meer The New York ­Times en de Financial Times. Ze is voorvechter van de vrijheid om als schrijver in de huid van welk personage ook te kruipen, zonder inacht­neming van huidskleur, sekse, voorkeuren, privileges of wat dan ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden