Lijden met sonore noblesse

Het langzaamste openingskoor, het allersnelste slotkoor, de mooiste Jezussen: een vergelijkend warenonderzoek rond Bachs Matthäus. Door Roland de Beer..

Matthäus

De weg naar Golgotha is geplaveid met Bach-cd’s. Van de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach (1685-1750) zijn tientallen opnamen gemaakt. Bij de 13 uitvoeringen die in dit warenonderzoek zijn betrokken, zit geen slechte Matthäus. Maar de verschillen zijn frappant. Om te beginnen bij Mattheus zelf, de evangelist.

Deze zingende verteller, die in Bachs oratorium de gebeurtenissen samenvat die tot de marteldood leidden van Jezus van Nazareth, is met grote regelmaat aan het woord. Sober begeleid. De tenor die hem vertolkt kan de passie ook in muzikaal opzicht tot een lijdensweg maken. Of tot een ongelooflijke ervaring. De ontroerendste van alle evangelisten is de Britse tenor Ian Bostridge. Teder gevooisd en met een feilloos instinct voor drama, in een opname uit 1998 van Philippe Herreweghe.

Op het randje van het draaglijke zit zijn landgenoot-zaliger Peter Pears, die zich onder leiding van de legendarisch-langzame Otto Klemperer wat geitenbreierig door de passie heen wurmt. Bij de oude Nederlandse Bachvereniging onder Anthon van der Horst is anno 1957 Tom Brand aan het werk. Mooie stem, met vooroorlogs trilvibrato. Een Willy Derby onder de evangelisten.

Van grote betrokkenheid met de erbarmelijke gebeurtenissen waar Mattheus verslag van doet, getuigen de rollende r’s van Nico van der Meel, in 1996 onder Frans Brüggen. Onvermoeibaar in de slag met Hoheprrrriester en verachtelijke Schrrrriftgelehrte. Indrukwekkend op het hoogtepunt van de evangelistenrol: zijn tragische coloratuur wanneer de haan kraait en Petrus zijn Jezus driemaal heeft verloochend.

Van een speciale categorie is de Nederlandse hertaling van Jan Rot van vorig jaar. Speelsheid kan Bachs diepgang verhevigen. Om met Marcel Beekman (Mattheus) de spreken: ‘De eerste klodder spuug was meteen al raak.’

Jezus

De hoofdpersoon in Bachs Matthäus Passion is minder vaak aan het woord dan de verteller, maar dient bijzondere indruk te maken. Sonore noblesse is hier de onmisbare benodigdheid. Het minieme visitekaartje dat de mensenzoon direct na het grote openingskoor afgeeft, duurt maar vijf maten, maar heeft een omineuze strekking (‘Overmorgen Pasen en dan word ik gekruisigd’). Verheven baritonale onverstoorbaarheid dient hier door te klinken.

De bariton Dietrich Fischer-Dieskau was daar een meester in. Stralend, jeugdig nog en door niemand te kloppen in de opname onder Otto Klemperer anno 1960/61. En jaren later ook nog heel aardig, onder leiding van Karl Richter (1979).

Na deze entree zijn er, verspreid over het werk, drie doorslaggevende momenten:

1. Jezus laat brood en wijn rondgaan in nr 11/17. Hier zingt hij bij zijn laatste avondmaal een meeslepend soort ariaatje, zijn enige passage die niet op een gevat of plechtig statement lijkt, maar op een staaltje van lyrische verleidingskunst.

2. Jezus neemt Petrus bij zich in de hof van Gethsemane, begint afgrondelijk te treuren (nr 18/24) en verkent de onderkant van zijn stem.

3. Jezus zingt in nr 61/71 zijn laatste woorden tot de Vader die hem liet stikken (expressie naar keuze, maar liefst niet overdreven klaaglijk), geeft de geest en moet nog een poos wachten tot het oratorium afgelopen is.

De mooiste Jezussen na Fischer-Dieskau: Franz-Jozef Selig, de naam zegt het al, onder leiding van Philippe Herreweghe (1998). En een verrassend fraaie Onze Lieve Heer was Geert Smits, in 1997 bij de Bachvereniging onder Jos van Veldhoven.

Barrabam!

De Romein Pilatus vraagt zich af waarom de priesters van Jeruzalem zo gebeten zijn op de lichtelijk eigenaardige Jezus. Hij biedt een dealtje aan. Wie laten we vrij: een zware crimineel, genaamd Barrabas, of een ongevaarlijke fantast? Niet eerlijk, het volk schreeuwt ‘Barrabas!’. In het gestijfselde Duits waar Bach het mee moest doen werd dat Barrabam!, met een naamvals-m.

Onder Willem Mengelberg, profeet van de plechtstatige Bach (1939), zong een – voor het gevoel – tienduizendkoppig Toonkunstkoor de drie lettergrepen met duizelingwekkende massaliteit. Traag. In de tijd die het in beslag neemt kan men rustig koffie zetten en een cursus Duits volgen. Het absoluut tegenovergestelde Barrabam!, is het vlo-achtig kwieke Brbm! van de Bachvereniging uit 1997 onder Van Veldhoven. Opletten, anders hoor je het niet eens. Van de kwieke-Bachfamilie is ook Ton Koopman in opnamen uit 1992 en 2005.

Barrabam (in nr 45/54) is de kortste turba van de Matthäus. Turbae zijn de levendige koor-orkestpassages die Bach tussen de vertellingen van Mattheus doorstrooit. In de turbae is volk op de been dat zich meestal danig roert. Bekendste passages: ‘Sind Blitze, sind Donner’ en ‘Lass ihn kreuzigen’. Je hoort opera-Bach. Tevens een kwaliteitsmeter voor koorensemble en dirigent. Tempo en precisie svp! Voorbeeldig bij de Bachvereniging, bij Koopmans Amsterdam Baroque Choir, bij Herreweghes Collegium Vocale Gent.

Paniek!

Paniek!, zegt de vindingrijke Jan Rot, waar Bachs aria-tekstleverancier Picander O Schmerz! schreef. In Bachs Matthäus is de aria het moment waarop een individu zich afzondert van de massa, gebeurtenissen tracht te verwerken en zich overgeeft aan bespiegeling en meditatie. Sommige aria’s gaan vergezeld van een aparte, royaal georkestreerde inleiding, zoals het hartverscheurende O Schmerz! waarmee een tenor ingaat op de angsten van de mensenzoon. Schitterend gezongen door de jonge Nicolai Gedda in de uitvoering onder Klemperer (1960). Nog schitterender bij Werner Güra onder leiding van Herreweghe (1998).

All time-favorites zijn de sopraan-aria’s Blute nur en Aus Liebe, de alt-aria Erbarme dich en het Mache dich, mein Herze, rein van de bas. Tot de allermooiste, maar door de murw gezongen luisteraar vaak niet meer zo opgemerkt tegen het eind, hoort Sehet, Jesus hat die Hand voor de alt.

Beste ariazangers: Andreas Scholl (alt) bij Van Veldhoven, ook bij Herreweghe. Nikolaus Harnoncourt (2001) heeft een prachtige damesstoeterij met Christine Schäfer, Dorothea Röschmann en de alt Bernarda Fink. Geweldig: Elisabeth Schwarzkopf, sopraan bij Klemperer (1960). Anne Sofie von Otter, alt bij John Eliot Gardiner (1988). Een mooi sopraan-altduet klinkt uit de kelen van Erna Spoorenberg en Annie Hermes, bij Van der Horst (1957).

Koopman knijpt dames vaak wat af naar quasi-jongenszang. Echte jongetjes zingen aria’s in een niet zo populaire maar wel heel fraaie uitvoering van Gustav Leonhardt (1989).

Bloed en wonden

De grote koornummers van de Matthäus, dat zijn bij uitstek de nummers waarin Bachdirigenten tonen wie ze zijn en uit welke hoek de wind waait. Verreweg de langzaamste, maar niet de saaiste in het fabuleuze openingskoor Kommt, ihr Töchter is de altoos streng en urgent klinkende Klemperer (1960). Hij doet er 11 minuten en 47 seconden over. Van dezelfde tempo-bloedgroep zijn de wat rommeliger Van der Horst (1957) met 11.07, en de opgepoetste, nogal effen Karl Richter (1979) met 11.26.

Onder de pioniers van de (veel geloofwaardiger) dansante en transparante Bach vallen de twee dirigenten op die die markante stilistische omslag in de jaren 1970 op hun geweten hebben gehad. Van hen is Leonhardt anno 1989 het gedragendst (8.29), zijn voormalige kompaan Harnoncourt in 2001 het snelst van iedereen (6.46). Van de zakelijke aanpak is John Eliot Gardiner in 1988; snel maar licht teleurstellend (6.59).

De man van het allersnelste slotkoor, de grote klassieker Wir setzen uns mit Tränen nieder, is Frans Brüggen met 4.56. Een verrassende klassering, want Brüggen is een man van de gonzende, warm-invoelende Bach. Bij die club hoort ook Herreweghe. Zij zijn de Bachdirigenten met de mooiste koralen – de korte, akkoordisch gezette koornummers waarmee Bach nu en dan in ontroerende gebedshouding op de knieën valt. Voor O Haupt voll Blut und Wunden zit je het best bij Brüggen.

Conclusie: alle dertien goed. Maar die van Herreweghe is de mooiste.

Matthäus Passion

olv Brüggen, Trio.

De genoemde prijzen zijn de winkelprijzen van Concerto in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden