Liever niet plooien voor de subsidieadviseurs

De Raad voor Cultuur wil weten of het huidige subsidiestelsel voldoet voor jonge kunstenaars. ‘Ik moet liegen.’..

Reclamefilmpjes kijken tijdens een discussieavond van de Raad voor Cultuur? Samen met voorzitter Els Swaab kijken naar breakdanseres Alida Dors, met commentaar toe van componist en dichter Micha Hamel? Wie maandagavond in debatcentrum De Balie in Amsterdam eens fijn wilde discussiëren over de nieuwe cultuurnotasystematiek, kwam bedrogen uit.

Onder de titel The Next Generation hield de Raad voor Cultuur in De Balie de tweede in een reeks van debatten in het hele land. Het eerbiedwaardige instituut – de belangrijkste adviseur van het kabinet op kunstgebied – wil meer van zijn gezicht aan de buitenwereld laten zien.

De Raad wil bovendien onderzoeken hoe het staat met de kunst in tijden van globalisering, digitalisering en mondialisering, zoals hoogleraar filosofie en lid van de Raad René Boomkens het aan het begin van de avond in een korte rede uitdrukte. Volgens Boomkens zijn hedendaagse kunstenaars het onderscheid tussen hoog en laag, zoals dat lang werd gemaakt, allang voorbij.

De Raad pakte het in Amsterdam op een verrassende manier aan. In plaats van het geijkte rijtje van vier of vijf deskundigen aan een tafeltje, traden maandagavond zeven jonge en iets minder jonge kunstenaars op, die kort iets van hun werk lieten zien en daar vervolgens met een collega-kunstenaar over praatten. En al ging het dan officieel niet over de systematiek van kunstsubsidies, toch was de belangrijkste vraag van de Raad – gesteld door gespreksleider Chris Keulemans: voldoet het subsidiestelsel aan jullie wensen?

Jim Taihuttu, een van de oprichters van reclamebureau Habbekrats, leek in eerste instantie helemaal geen behoefte te hebben aan subsidie. Habbekrats maakt reclamefilmpjes, maar ook videoclips. ‘We maken de dingen die we leuk vinden, liefst met zoveel mogelijk geld van andere mensen’, aldus Taihuttu. ‘Subsidie klinkt als Paul Verhoeven die heel lang wacht tot hij geld krijgt voor een rukfilm als Zwartboek.’ Maar Taihuttu is ook een pragmaticus. Voor zijn eerste speelfilm gaat hij wel degelijk subsidie aanvragen.

Theatermaakster Lotte van den Berg zou niet zonder subsidie kunnen. Ze maakt onder andere theater op locatie, zoals in 2004 in de gevangenis van Antwerpen. Steun heeft ze genoeg, zegt ze, dus voor haar werkt het systeem. Tot op zekere hoogte. ‘Je moet liegen om subsidie te krijgen’, klonk het opeens fel. ‘Je moet je plan schrijven voor een bepaalde doelgroep, zoals jongeren, terwijl mijn werk volledig autonoom is. Ik wil me niet in hokjes hoeven proppen.’

Het is ook de klacht van danseres Alida Dors (1977). Ze vermengt breakdance en theater, en krijgt daar ook subsidie voor, al moet ze daar wel steeds plannen voor schrijven, ‘en dat is niet mijn ding’. Dors wil af van het toontje dat haar werk ‘voor de jonkies’ is. ‘Ik maak kunst, het is niet een multicultureel jongerending.’

Kees Weeda, secretaris van de raad voor Cultuur, zegt veel te herkennen in wat hij heeft gehoord. ‘Dat er wordt gelogen om in een bepaald subsidiepotje te passen, dat weten we allemaal. Daarom moeten we ervoor gaan zorgen dat we het omkeren, dat de potjes bij de makers gaan passen. Al zal dat niet makkelijk zijn. ’ De Raad voor Cultuur houdt de komende maanden nog debatten in onder andere Utrecht, Groningen en Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.