'Liever een dwaas dan een fascist'; HANIF KUREISHI SCHEPT EEN UITGESPROKEN ONSYMPATHIEKE HOOFDPERSOON

DE EERSTE ZIN van Hanif Kureishi's derde roman Intimacy moet de meest onoprechte openingszin zijn die in jaren is opgeschreven: 'It's the saddest night, for I am leaving and not coming back.'..

HANS BOUMAN

Hij is ontsproten aan het brein van Jay, Kureishi's hoofdpersoon, en hij biedt, alle hypocrisie ten spijt, een kernachtige samenvatting van het boek. Plot: man besluit zijn gezin te verlaten en bedenkt tijdens de nacht die aan dat vertrek voorafgaat, hoe het allemaal zo is gekomen.

Een treurige nacht? De treurigste zelfs?

Niet voor Jay, wiens nachtelijke bespiegelingen voornamelijk bestaan uit navelstaarderij, zelfrechtvaardiging en filosofietjes van de koude grond, plus de nodige schimpscheuten aan het adres van vrouw en kinderen.

Voor echtgenote Susan en de twee zoontjes dan?

Ook niet, als we Jay mogen geloven, want met hen komt het op den duur heus wel goed.

Nee, de treurigheid waarvan Jay spreekt als hij zich voor het eerst tot de lezer richt, is slechts verbaal decorum. Hij kiest het woord zoals hij het juiste kostuum bij de juiste party kiest, het juiste geurtje bij het juiste tijdstip van de dag.

Intimacy leest als een ode aan de zelfgenoegzaamheid, een lofzang op de onverschilligheid. In Jay bereikt Kureishi's vermogen tot het scheppen van onsympathieke hoofdpersonen een nieuw hoogtepunt. Het woord 'intimiteit' klinkt uit zijn mond net zo geloofwaardig en oprecht als het woord 'genegenheid' uit de mond van de Vieze Man.

In die zin ligt de rest van het boek in de valsheid van de openingszin besloten, maar Kureishi is vakman genoeg om te bewerkstelligen dat de lezer pas gaandeweg tot dat inzicht komt.

Aanvankelijk geloven we maar al te graag in het beeld van een man die verscheurd wordt door twijfel, die mededogen heeft met de vrouw met wie hij niet langer gelukkig is, en die houdt van zijn kinderen. Wanneer Jay constateert dat veel mensen in zijn omgeving het grootste deel van hun leven ongelukkig zijn, maar dat hebben geaccepteerd omdat dat nu eenmaal hun lot is, klinkt dat als de verzuchting van een romanticus die dapper wil blijven geloven in een beter leven, een betere wereld. Maar al snel wordt duidelijk dat Jay geen romanticus is. Hij is een cynicus en een egoïst.

Hij verwijt de wereld, de mensheid, dat zij hem zijn verlangens niet gunt, en heeft daar een heuse theorie over. 'Verlangen is ondeugend en onderwerpt zich niet aan onze idealen. Verlangen spot met alle menselijk streven, en maakt het de moeite waard. Verlangen is de oorspronkelijke anarchist en geheim agent in ons - geen wonder dat mensen het gevangen zetten en op een veilige plaats bewaren. En net op het moment dat we het verlangen onder controle hebben, laat het ons in de steek of vervult het ons van hoop. Verlangen - ik lach erom, want het maakt ons tot dwazen. Maar liever een dwaas dan een fascist.'

Dit klinkt als een fragment uit een programma van Youp van 't Hek, maar Jay's uitleg van het begrip 'verlangen' blijkt aanzienlijk platter dan de stoere tegenstelling 'dwaas versus fascist' suggereert. Wanneer Jay vroeg in het boek vertelt hoe hij als schooljongen potloden onder het bureau van de juffrouw liet vallen om bij het oprapen onder haar rok te kunnen kijken, en vervolgens stelt: 'De wereld is een rok die ik op wil tillen', lijkt dat nog een metafoor van zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en levenslust te zijn. Maar de zaken blijken eenvoudiger te liggen. Tegen het eind van het boek formuleert Jay het dan ook allemaal wat eenduidiger: 'Er zijn nu eenmaal neukpartijen waarvoor een mens bereid is vrouw en kinderen te laten verdrinken in een ijskoude zee. Mijn koninkrijk voor een orgasme.'

Hij voegt de daad bij het woord, smeert zijn orgaan in met de favoriete gezichtscrème van zijn vrouw, trekt zich af en komt klaar op een van haar slipjes, die hij uit de wasmand heeft gevist. De denker heeft gesproken. Nieuwsgierigheid is klaarkomen. Levenslust is klaarkomen. Verlangen is klaarkomen. Niet klaarkomen is fascisme.

In Engeland heeft Intimacy vooral bij vrouwelijke recensenten tot vrij heftige reacties geleid, niet in de laatste plaats omdat er nogal wat parallellen bestaan tussen Kureishi en zijn hoofdpersoon: beiden zijn succesvolle scriptschrijvers, beiden zijn of waren getrouwd met iemand uit de uitgeverswereld, beiden verlieten hun gezin. Intimacy, was de conclusie, is een poging tot rechtvaardiging van Kureishi's eigen handelen.

Mocht de roman inderdaad zo bedoeld zijn, dan is hij - in elk geval in dat opzicht - een mislukking en Kureishi's schrijverschap onwaardig. Jay ontpopt zich in het boek immers als een uitgesproken onsympathiek personage met wie geen hond zich identificeert. Maar voor een literaire beoordeling van Intimacy doet deze vraag volstrekt niet ter zake. Want Jay mag dan niet aardig zijn, hij is wel geloofwaardig. De manier waarop hij met argumenten draait om zijn eigen handelen te rechtvaardigen, oogt in al zijn valsheid opmerkelijk echt.

Neem de wijze waarop hij zichzelf moed inspreekt over de reactie van zijn kinderen op zijn vertrek. 'Over een maand of achttien woont er misschien een andere man in dit huis. Als mijn zoontjes een enge droom hebben, zullen ze naar hem toe gaan. Kinderen, die ons nog door moeten krijgen, schenken hun aanhankelijkheid aan om het even wie. Ze kruipen op iedere knie. (. . .) Geen van beiden zullen ze zich hun ouders herinneren, toen die nog samen waren.'

Jay is de perfecte belichaming van het individualisme en egoïsme, en in die zin misschien een typische held van de late twintigste eeuw. Een goede en een kwade 'engel' begeleiden hem: de hedonistische, gescheiden Victor, en de integere huisvader Asif die het gezinsleven koestert zonder het te idealiseren. Met name de aanwezigheid van de sympathieke Asif maakt het onaannemelijk dat Intimacy bedoeld is als een weergave van Kureishi's persoonlijke besognes. Wanneer Jay in de slotepisode van het boek het huis verlaat en bij Victor intrekt, staat hij in zijn gevoel van bevrijding dan ook volstrekt alleen. Hij gaat een nieuw leven leiden, denkt hij, de wijde wereld in. Maar de lezer ziet hem ijsberen in de nauwe cel van zijn egocentrisme.

Hans Bouman

Hanif Kureishi: Intimacy.

Faber & Faber, import Nilsson & Lamm; 118 pagina's; * 35,-.

ISBN 0 571 19437 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden