Boeken

Lies Gallez creëert in haar prettig absurde verhalen een intrigerend web van beelden en associaties ★★★★☆

Nog voor haar eerste boek verscheen, werd Lies Gallez al geprezen. Nu is er Het water vangen, waarin ze een intrigerend web creëert van beelden en associaties, in verhalen die lichtvoetig en toch diepgravend zijn.

Lies Gallez Beeld Iris Kelly Kuntkes
Lies GallezBeeld Iris Kelly Kuntkes

De verhalen van de Vlaamse Lies Gallez (1990) zijn al meermaals bekroond – met de A.L. Snijders-publieksprijs, de Hendrik Prijs-prijs, de Totaalprijs. NRC riep haar onlangs uit tot dé rijzende ster in de literatuur. En toen moest haar eerste boek nog verschijnen.

Het lijkt geen makkelijk genre om in te debuteren. Althans, niet in Nederland en Vlaanderen; ‘commerciële zelfmoord’ schreven Annelies Verbeke en Mohammed Benzakour vorig jaar in een vurig pleidooi voor het korte verhaal in de Volkskrant. Maar er is hoop: anders dan in 2020 is de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste verhalenbundel dit jaar wél uitgereikt (aan Mensje van Keulen), en iets doet me vermoeden dat ook de volgende jury genoeg te kiezen zal hebben.

Zorgvuldig gepolijst

Het water vangen van Lies Gallez is alvast het overwegen waard. Haar verhalen zijn lichtvoetig en toch diepgravend, met een prettige dosis absurdisme. De stijl is springerig, maar zorgvuldig gepolijst. Uit de hele bundel spreekt een grote liefde voor de Nederlandse taal, voor het spelen met klanken, beelden en metaforen.

Neem de titel van de eerste sectie: ‘O’. Dat is de O van zuurstof, een van de atomen in het alom aanwezige water uit de titel. Het is de letter O, en de vorm van onze mond als we die uitspreken. Het is de vorm van een ster, een cirkel, van tijd die niet lineair loopt, zoals in het verhaal ‘Tijd is een ster’. Het kan een navel zijn, ons allereerste litteken, maar ook staan voor het cijfer nul, voor niets, voor de rode nullen die een van de personages vroeger in haar wiskundeschrift verzamelde.

Die laatste betekenis resoneert ook in het verhaal ‘O.’, nu met puntje, over een jonge asielzoeker uit Mali die in België een thuis hoopt te vinden, met hulp van Lies en haar huisgenoot (‘Hier sluipt het leven vanzelf de verhalen binnen’). De verteller kort zijn naam af tot één letter om zijn privacy te beschermen, maar constateert dat ze hem daarmee ook tot nul, tot niets reduceert. ‘Je moet weten dat ik niemand ben’, opent het volgende verhaal, waarin de jongen zelf aan het woord komt, ‘en toch is dit leven van mij.’

Zo creëert Gallez een intrigerend web van beelden en associaties. Niet alleen met die veelzeggende O, maar ook met roze post-its, lege handen, de betekenis van zwaartekracht, stilte en de kleur blauw. Soms schiet ze door in haar beeldspraak: in het openingsverhaal ‘Alle wonden zijn blauw’ (met een motto uit het fascinerende Bluets van Maggie Nelson uit 2009, dat binnenkort in het Nederlands verschijnt) bijt de kleur zich ‘vast in mijn huid als een teek’ én beweegt hij zich, in de volgende zin, ‘als een blauwe slak door mijn herinneringen’. Laat het de wat onbeholpen woordkeus van de jonge verteller zijn.

Steeds een ander vertelperspectief

Wat de personages bindt, behalve dat web van associaties, is dat ze nooit helemaal in hun omgeving passen. Er is een verhaal over een meisje dat niet goed weet of ze zich wel een meisje voelt, een verhaal over een jongen die met zijn schildpad wegloopt van huis. In ‘Fantoomgeluid’ gelooft een meisje dat zij, als enige, de tweede oerknal heeft beleefd tijdens een wandeling door de buurt. De piep die ze voortaan in haar oren hoort, noemt ze Herman. In ‘Geluid en water’ raakt een jonge vrouw ervan overtuigd dat ze zwanger is van een dolfijn. ‘Mijn vagina liegt’, zegt ze als de gynaecoloog haar uit die droom helpt.

Telkens kiest Gallez een ander vertelperspectief, alsof ze, net als haar personages, volop aan het experimenteren is: ik, jij, zij. In terzijdes, vaak tussen haakjes, richt ze zich nadrukkelijk tot de lezer (‘Ik zei je toch dat de grond het begin van dit verhaal zou zijn’). Het boek staat vol met uitspraken als ‘we kunnen beginnen’ en ‘er is nog zoveel te vertellen’. Toepasselijk of niet, het zijn maniertjes die mij op de zenuwen werken.

Gelukkig duikt Gallez net zo makkelijk de diepte in. Terloops snijdt ze wezenlijke kwesties aan, vaak verpakt in een bedrieglijk eenvoudige vraag. ‘Wat is de taal van pijn?’, vraagt een actrice zich af in het mooie slotverhaal. Uit alle macht probeert zij haar lichaam ervan te overtuigen dat de chronische pijn in haar onderrug niet bestaat. Ze schreeuwt door de kamer en klopt met haar vuisten op haar bovenbenen. Tevergeefs, natuurlijk. Maar de taal van pijn, die heeft Gallez gevonden.

null Beeld Querido
Beeld Querido

Lies Gallez: Het water vangen. Querido; 328 pagina’s; € 20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden