Review

Liefhebbers van Hawinkels kunnen hun hart ophalen

Boek (non-fictie) - Collectief Vrienden van Pé

Liefhebbers kunnen hun hart ophalen aan de exclusieve uitgave met onder meer jeugdpoëzie en een Pé-wandelroute.

Beeld .

Van de buitencategorie, in alle opzichten, dat was schrijver en vertaler Pé Hawinkels (Hoensbroek 1942-Nijmegen 1977), die veertig jaar geleden stierf op zijn 34ste in zijn kamertje aan de Mr. Franckenstraat 21-23-25 in Nijmegen. Dat bleek al uit zijn studentikoze, onbescheiden-barokke jeugdherinneringen in Autobiografische flitsen & fratsen (1969): 'Buurvrouwen schimpten, stikkend van drift, maar, typerend genoeg, het plat éventjes verwaarlozend, op mijn eerste, allerminst wankele stappen: 'Het jong is nog te verwaand dat hij kijkt waar hij zijn teringpootjes neerzet,' en ook in mijn rijpere levensjaren heb ik meegetorst aan het odium dat op mijn geslacht rust, welks kracht en zelfbewustheid als verachtelijke hoogmoed worden uitgelegd.'

Collectief Vrienden van Pé (****), non-fictie.
40 jaar n.P. - Pé Hawinkels 1942-1977. Nijmeegs schrijver, dichter, vertaler
Boek met 2 cd's, eenmalige oplage van 237 exemplaren.
Samenstelling en uitgave Collectief Vrienden van Pé; 129 pagina's; 39,95 euro.

Zijn uitzonderlijkheid bleek vervolgens ook in zijn gedichten, geïnspireerd door Bob Dylan, The Rolling Stones, Haydn, Bosch en Bruegel, en die in 1968 en 1969 in twee kleine bundels door Ambo werden uitgegeven, met dan soms weer verrassend ingetogen regels: 'De bomen beven niet in 't minst; vogels zweven heel kalm/ en zonder kopzorg onder boven; mannen keren vrij van angst/ en gaan het land in waar hen de nacht verrassen zal;/ de einder is lichtblauw, en de vrouw/ die van de wereld weg lacht/ heeft een ongezien gezicht' (uit 'De hooioogst', naar Bruegel, 1968).

Zijn enorme talent sprak ten slotte uit de columns die Hawinkels schreef voor het Nijmeegs Universiteits Blad en De Nieuwe Linie, en uit zijn songteksten voor Herman Brood (One More Dose, Hit, Skid Row). Hebben we het nog niet eens gehad over de talloze vertalingen die hij tot zijn voortijdige dood maakte van E.T.A. Hoffmann, Thomas Mann, Susan Sontag, Hesse, Nietzsche, de bijbelboeken Job en Prediker, Shakespeare, Sophocles en Euripides.

Buitencategorie

Hoe kun je recht doen aan een zo veelzijdige figuur? In ieder geval moet een uitgave over Pé Hawinkels eveneens van de buitencategorie zijn, dat lijkt de regel te zijn. Dus verscheen er in 1979 een herdenkingsfoliant van meer dan 500 pagina's, Moet dit een wereldbeeld verbeelden?, met foto's, herinneringen en een uitgebreide bibliografie. Zijn Verzamelde gedichten verschenen gelukkig in 1988, bijna 400 pagina's, maar bij de vrijwel onzichtbare non-profituitgever De Stiel en op hinderlijk glanzend papier.

En nu het Collectief Vrienden van Pé een herdenkingsboek uitbrengt plus twee cd's waarop onder meer vijf jazzcomponisten de gloednieuwe PeHa suites laten horen, is het eens te meer jammer dat de oplage beperkt is tot 237 exemplaren.

Anderzijds: door Pé bijna moedwillig exclusief te houden, blijft de mythe levend. De telbare liefhebbers krijgen onder meer twee nooit eerder gepubliceerde jeugdgedichten uit de nalatenschap, met deze regels over altsaxofonist Charlie Parker: 'en nu charlie wordt het tijd/ dat wij je stem weer horen/ dat je ons de hand geeft/ wonde vogel lichte stem zodat/ wij samen opstijgen/ slaan met jouw bebloede vleugels/ nu is het werkelijk tijd charlie/ laat je stem/ je stem weer klinken', geschreven toen hij nog op de middelbare school in Heerlen zat.

Ook mooi: de Pé Hawinkels Wandelroute langs (voormalige) kroegen, cafetaria's en kelders, onder meer Oranjesingel 42 waar politiek-cultureel centrum O42 zat, waar Pé naar het studentenrestaurant ging, om daarna te klagen over 'de paardendiarrhee die hier voor spinazie doorgaat, de voze schapenkloten die men hier aardappelen noemt, de zeugmoederkoek die op het menu als rode bieten staat omschreven en het koeiengeil waar men ijskoud jus, zjuu of saus tegen zegt'.

Zou hij vooral vertaler zijn gebleven, of waren de vroege gedichten en columns de opmaten tot een kunstenaarschap dat nog tot volle bloei moest komen? Het blijft speculeren. Maar hij heeft genoeg tot stand gebracht om zijn eigen straat te verdienen (in de Nijmeegse wijk Neerbosch, tussen de Godfried Bomansstraat en de Nesciostraat), en als er één woord is dat zich aandient om deze duizendpoot samen te vatten en dat kan verklaren waarom Pé Hawinkels aldoor blijft fascineren, dan is het durf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.