Liefdevol uitgegeven dagboek en brieven

Zijn debuut, Op de rug van vuile zwanen, werd een bestseller en maakte hem eventjes beroemd, maar bezorgde hem ook het stigma van ex-junkie. René Stoute (1950-2000), boekverkoper ('boekenkelner') bij Scheltema, dichter, was al zes jaar clean toen hij in 1982 debuteerde als prozaschrijver. Het onderwerp van zijn succesboek, het rauwe straatleven en het beknotte gemoed van een heroïneverslaafde die steelt en in de bak belandt, stond het pure schrijverschap ook in de weg. Stoute wilde niet de junk zijn die in praatprogramma's vertelt over zijn 'genezing', hij wilde gewaardeerd worden om de literaire kwaliteit van zijn werk. Dat lukte maar ten dele; zijn overige boeken werden minder gelezen dan dat ene.

Goed en beeldend

In 1995 stuurde Stoute geboortekaartjes rond: hij was nu een vrouw en heette voortaan Renate. In Waarom ik geen bloemenmeisje werd en Uit een oude jas vol stenen schreef zij daarover. Weer leverde haar leven de stof; weer wrong een maatschappelijk thema zich ertussen.

Nu is er een biograaf, David de Poel, die het voorwoord schreef bij een nagelaten dagboek en enkele brieven van Stoute. Het liefdevol uitgegeven Wars van alle bullshit laat zien hoe goed en beeldend Stoute kon schrijven. Het dagboek beslaat de periode vlak voor de publicatie van het debuut, zijn initiatie als schrijver. Het is een verwarrende tijd: hij is trots, maar doodsbang voor de ontvangst van zijn debuut door de 'stofjassen' van de literatuur, hij ziet hoe klanten in de winkel zijn boek oppakken en even later met een vies gezicht terugleggen. Hij beschrijft meedogenloos zijn eigen ijdelheid en zucht naar roem. Het is een mooi tijdsbeeld: schrijvers moeten voortaan op tv komen (op 'de doos') om gelezen te worden.

Brieven

Na werktijd schrijft Stoute als een bezetene, 'met mijn hele lichaam', aan een nieuw boek - hij moet revanche nemen voor die verloren jaren. Hij reageert spanning af door zich te verkleden, in jurk en bh. Hij leest de hele winkel leeg: Wolkers, Hermans, Reve, Brouwers en Carmiggelt. Aan die laatste drie schrijft hij bewonderende brieven: aan Reve een reviaanse brief ('Het is gelukkig allemaal goedgekomen. Toch is het evengoed wat') en aan Brouwers een brouweriaanse ( 'Kome er opnieuw: Schoonheid!'). In de brief aan Carmiggelt imiteert hij niet: hij heeft tot zijn verbazing ontdekt hoe goed deze cursiefjesmaker schrijft.

In 2000, nog geen 50, overleed Renate aan de gevolgen van haar vroegere, slopende leven. Als schrijfster was ze nog lang niet klaar. Straks hebben we de biografie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden