Liefde voor soberheid bindt de zes heren van de Hollandse school

Voor de publiciteit van Hollandse School 1 en 2 heeft Erwin Olaf de zes heren choreografen samen in beeld gebracht, exact gemodelleerd naar De Staalmeesters van Rembrandt....

Want dat is natuurlijk het hachelijke aan deze fantastische onderneming van Het Nationale Ballet: twee programma’s met alleen maar balletten van choreografen die aan dit gezelschap verbonden zijn (geweest), dat moet ook tot rangordes en pikordes leiden. Het gouden trio uit de jaren zeventig – Rudi van Dantzig, Hans van Manen, Toer van Schayk – en hun troonopvolgers Ted Brandsen, Krsysztof Pastor en de jongste, David Dawson: dit is een prachtige gelegenheid om het hele erfgoed te keuren en te vergelijken.

Als er iets is wat hen bindt, en wat je typisch Hollands zou kunnen noemen, is het de liefde voor soberheid. Abstracte bewegingsconstructies of emotioneel-expressieve dans: dosering is altijd een graadmeter, overigens ook in de decors en kostuums. Dramatisch, maar niet melodramatisch. Strak, maar niet kil. Frivool, maar niet ordinair.

Maar wat écht opvalt, is hoe anders de twee generaties met het lichaam omgaan. In Vier letzte Lieder (1977) van Van Dantzig en Spiegels bevriezend (1995) van Van Schayk, beide op een heel eigen manier over de naderende dood, zijn de dansers mensen van vlees en bloed, met lijven waar emoties zichtbaar doorheen stromen. In Four Sections (1991) van Brandsen, een uitbundig muziekballet, en In Light and Shadow (2000) van Pastor, een vreemde, eclectische dansparade op barokmuziek, zijn de lichamen veel minder ‘materieel’. Ze imponeren vooral als voertuigen voor de meest complexe en fantastische bewegingen, niet zozeer als persoonlijkheden. Deze benaderingswijzen – de ene voelt afstandelijker dan de ander – worden ook mooi duidelijk in de twee nieuwe stukken voor het project: The Gentle Chapters van Dawson en Six Piano Pieces van Van Manen.

Van Manen is absoluut niet zo expressionistisch als Van Dantzig en Van Schayk, maar in zijn strakke, heldere vormen blijven de uitvoerenden wel altijd heel humaan. Zestien dansers in grijsblauwe bodysuits draaien op minimalistische klanken van Bon een synchroon lesje ‘Van Manen-bewegingen’ en maken de complexe structuur van Bach-fuga’s helder. Gaandeweg maken twee paren zich los: Yumiko Takeshima en Cédric Ygnace met romantische zachtheid, Igone de Jongh en Alexander Zhembrovskyy met weerbarstige passie.

Six Piano Pieces is een muzikaal, subtiel gelaagd stuk over het anonieme en het persoonlijke, over twee facetten van de liefde ook. Hoe onaards, ongrijpbaar is dan Dawson, die in bewegingstaal en muziekkeuze (Thom Willems) een regelrechte adept van de Amerikaans-Duitse William Forsythe is.

De vormgeving van The Gentle Chapters is waanzinnig: een wit universum met een hellende muur, een gekanteld plafond, een oplopende vloer, dat met pastelkleurig licht en snijdende elektronica een spannend droomlandschap wordt waarin negen dansers ogenschijnlijk willekeurig ronddwalen.

Ze bewegen zo licht, ijl en etherisch, zo virtuoos, snel en perfect, zo sierlijk, dat er nauwelijks sporen worden achtergelaten. Toch jammer dat Dawson de Hollandse School als huischoreograaf gaat verlaten voor een (ruimere) aanstelling in Dresden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden