ColumnKlassiek volgens Westerlaken

Liefde tussen muziek en beeldende kunst is lang niet altijd gelukkig

Nell Westerlaken illuBeeld Berto Martínez

Een paar jaar geleden deed The National Gallery in Londen een interessant experiment. Tien componisten en ‘geluidskunstenaars’ mochten een compositie maken bij een klassiek schilderij naar keuze. Er zou een nieuwe kunstbeleving uit voortkomen, was de gedachte, je zou de muziek kunnen zien of het schilderij kunnen horen. Het werd een fiasco. Sommige schilderijen zijn te autonoom om muzikaal in te lijsten. Bij andere rees de vraag wat beeld en geluid in hemelsnaam voor relatie aangingen. En anders was het resultaat wel te kinderachtig voor woorden. Plingplong-geluiden bij een stippenschilderij, dat werk. Glad ijs, kortom.

Het Holland Festival opende dit jaar met Richters Patterns, een kunstwerk waarin abstracte schilderijen van Gerhard Richter (82) naar diens eigen idee zijn gekoppeld aan muziek van de Duitse componist Marcus Schmickler (49). Filmmaker Corinna Belz liet Richters felgekleurde abstracte schilderijen op de computer langzaam versmelten tot bewegende patronen. De kunst is dan – en dat woord kunst moet je letterlijk nemen – om muziek, film en schilderijen met elkaar te laten samenwerken. Glad ijs, dus. Want een goede compositie roept zijn eigen beelden op. Een subliem schilderij genereert zijn eigen muziek.

De relatie tussen muziek en beeldende kunst bestond al lang voordat het woord multidisciplinair werd uitgevonden. Voorbeelden te over, de Schilderijententoonstelling van Moessorgski voorop. Wilhelm von Kaulbach schilderde Die Hunnenschlacht, Frans Liszt maakte er zijn eigen, al even roerige versie van voor orkest. Debussy zou zich bij het componeren van La Mer hebben laten inspireren door De Grote Golf van Kanagawa. Rachmaninov zette het romantische schilderij Toteninsel van Arnold Böcklin op muziek. De componist maakte gebruik van ritme en aanzwellende muzikale golven om de mythische rivier de Styx op te roepen en de roeislagen van veerman Charon. Dutilleux stortte zich op Van Goghs Sterrennacht en Morton Feldman schurkte met Rothko Chapel tegen het gelijknamige werk van zijn vriend Mark Rothko.

Soms komt de liefde van twee kanten. Philip Glass werd geschilderd door de kunstenaar Chuck Close en maakte op zijn beurt een portret van Close in pianoklanken. De overeenkomst: beide kunstenaars trekken hun werk op uit heel kleine, zich steeds herhalende elementen. Eenzelfde ambachtelijke aanpak moet de makers van Richters Patterns voor ogen hebben gestaan: herhalingen en spiegelingen in Richters schilderijen methodisch toepassen in film en muziek. De beelden losten haast onzichtbaar-langzaam in elkaar op en de muziek stroomde vrijelijk de ruimte in, zonder scherpe contrasten of contouren. En dat was nou net het probleem. Er was eerder sprake van een vrijblijvende flirt dan van een volwassen liaison, laat staan van een compleet nieuwe kunstbeleving zoals het Holland Festival wilde. Ik sloot mijn ogen en kon moeiteloos andere schilderijen oproepen. Ik stopte mijn oren dicht en was bij een ander concert. Dat van Roger Waters bijvoorbeeld, de Pink Floyd-voorman is deze week in Amsterdam met zijn Us + Them Tour. Tijdens de hoogtijdagen van de psychedelische rock vormden abstracte, bewegende beelden een integraal onderdeel van het artistieke spektakel. Succes gegarandeerd, daar nam je gewoon een pilletje voor. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden