Interview Lida Winiewicz

Lida Winiewicz, wereldberoemd in Wenen, debuteert in Nederland: ‘Het valt mij zwaar om dingen serieus te nemen – mijzelf inbegrepen’

Op haar 90ste maakt Lida Winiewicz haar Nederlandse debuut, met de vertaling van het ontroerende verhaal van haar jeugd in Wenen, vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog: De verloren toon. Arjan Peters bezoekt de schrijver, dichter, scenarioschrijver en vertaler die zich nog dagelijks verwondert.

Lida Winiewicz-Lefèvre Beeld Waldthausen Marlena

Een mooi eerbetoon, iets om dankbaar voor te zijn, vindt Lida Winiewicz. Vlak nadat ze op 17 maart jongstleden 90 jaar was geworden, kreeg ze de Preis der Stadt Wien toegekend, voor haar ‘Lebenswerk’, alles wat ze heeft gedaan. Dat is, sinds haar 25ste, het schrijven van romans, scenario’s voor televisie, toneelstukken, en het vertalen van onder anderen Graham Greene, Alberto Moravia en Colette.

Door een recente heupoperatie loopt ze behoedzaam, maar met een stok gaat het. We zijn aan tafel gaan zitten, in haar ruime appartement bij de Elisabethplatz in Wenen, de stad die ze nooit heeft verlaten. Eerst hebben we een klassieke Apfelstrudel genuttigd, die ze heeft laten komen uit café Goldegg, verderop in de straat. ‘Het deeg van een Apfelstrudel hoort dun te zijn. Als je een krant onder  het deeg legt, moet je die erdoorheen kunnen lezen. Dat zei mijn zus altijd. Het personeel in Goldegg is gekleed als in een operette van Offenbach, nog uit een andere tijd, net als de zaak zelf. Ik kom er graag, om te kijken en om gesprekken af te luisteren.’

Alerte blik, de ogen staan op twinkelen. ‘Bij die prijsuitreiking moest mij van het hart dat ik bedenkingen had bij dat woord, Lebenswerk. Mij klinkt het te veel naar postuum, rust in vrede en amen. Ik hoop nog wat lezenswaardigs te schrijven. Of er iets komt, weet ik niet, noch of ik het kan, maar daar het gaat het niet om. Voor het woord levenswerk vind ik het te vroeg, hoe verbazingwekkend u dit misschien vindt.

‘Dit jaar is mijn nieuwe bundel verschenen, Ist die schwarze Köchin da?, met gedichten over de ouderdom. En ik heb net een toneelstuk van veertig jaar geleden herschreven, en daar veel plezier aan beleefd. Aan het werken. Uit het werken komen de boeken voort. Ik ben geen auteur die met plannen en schema’s werkt.

‘Kent u de beroemde Oostenrijkse auteur Heimito von Doderer? Hij is al een halve eeuw dood, maar hem heb ik een keer meegemaakt bij een bijeenkomst van diplomaten. Hij hield een lezing over zijn eerstvolgende roman, met behulp van een bord dat eruitzag als een plattegrond van de Spoorwegen. Mein Gott, dacht ik, zo kan ik het nooit! Bij mij komt de handeling voort uit de dialoog. Ik denk niet: wat moet er gebeuren, om de personages daar naartoe te laten praten. Ik laat ze praten, en dan komt dáár iets uit tevoorschijn. Pas sinds ik een hoge leeftijd heb, durf ik erop te vertrouwen dat het verhaal een kant op kan gaan die ik niet heb voorzien, en dat dat iets oplevert.’

De verloren toon.

Lida Winiewicz 

Uit het Duits vertaald door Elly Schippers.

Querido; 168 pagina’s; € 18,99.

Beeld rv

Die werkwijze zorgt voor levendig en muzikaal proza, terwijl haar poëzie vaak aan liedjes doet denken. In het gedicht ‘Mir fällt alles aus der Hand’, waarin een dokter haar meedeelt dat artrose een onomkeerbare aandoening is, laat ze de lezer lachen met cabareteske zinnetjes. In ‘Ich werde immer kleiner’ wordt krimpen grappig, net als haar verschrikte opsomming van kwalen uit een bijsluitertekst. In ‘Einsamkeit’ moet Wilhelm Busch het ontgelden, de 19de-eeuwse schrijver-tekenaar van Max und Moritz. Hij dichtte ooit dat een eenzame heerlijk zijn eigen leven kon indelen. Winiewicz kaatst terug: ‘Moment! Wilhelm Busch, die ich schätze,/ schrieb diese saudummen Sätze?/ Meister! Bei aller Verehrung,/ gestatten Sie die Belehrung:/ Einsam-Sein  der Menschen müde / Zölibat  Solitude / wie immer es auch heisse:/ Einsam-Sein ist scheisse!

Ze schiet zelf in de lach bij het aanhoren van het citaat. ‘Die gedichtjes ontstonden een paar jaar geleden, toen ik in een vreselijke woning zat, op zoek naar iets beters. Niets in dat krappe huis functioneerde naar behoren. Ik was zó gedeprimeerd, dat ik die teksten ging schrijven.’

Die verre van deprimerend zijn.

‘Ik kan niet anders. Op het moment dat ik me in een treurige situatie bevind, probeer ik er meteen de groteske en komische kant van te bezien. Dat gaat vanzelf. Ik weet nooit precies hoe dat werkt. Zoals ik ook nooit schrijver heb willen worden – mijn droom was operazangeres worden.’

Daar schrijft ze over in De verloren toon, de autobiografische roman die nu in Nederlandse vertaling verschijnt: hoe ze haar moeder al verloor toen ze nog maar elf maanden was, hoe ze in het Wenen van de jaren dertig opgroeide, al vroeg het theater en de opera ontdekte, en een lyrische sopraan met een onbegrensd bereik leek te gaan worden – totdat ze op school alle noten ‘vanaf de g’ (de hoogste toon van Das Heidenröslein van Schubert) ineens niet meer haalde. ‘Vanaf dat moment is mijn stem weg.’

Niet toevallig valt dat moment samen met een heel andere tragedie: de nazi’s zijn verschenen in de straten van Wenen, en vader Karl (halfjood) en stiefmoeder Annie (joods) nemen de wijk naar Parijs, en daarna Zuid-Frankrijk, met achterlating van de twee kinderen (kwartjoods, ‘Mischlinge zweiten Grades’). Voordat hij vertrekt, bezweert vader dat Lida en haar 5 jaar oudere zus later ook naar Frankrijk zullen komen, zodra er ook voor hen een visum is. Maar dat lukt niet. De meisjes zullen hun ouders nooit terugzien. Later ontdekt Lida dat haar vader heeft gelogen over die zekere hereniging. Anderzijds: met die leugen heeft hij misschien hun levens gered, want in Wenen waren ze veilig.

CV Lida Winiewicz

1928: geboren in Wenen op 17 maart

1960: toneelstuk Das Leben meines Bruders

1965: scenario Der Fall Bohr

1976: Adolf Grimme Preis

1978: scenario Diener und andere Herren (film met Heinz Rühmann)

1986: roman Späte Gegend

1990: libretto voor ‘Psycho-musical’ Freudiana

2008: toneelstuk Paradiso

2008: non-fictie Geisterbahn- Eine Wiener Weltreise

2016: roman Der verlorene Ton

2017: Preis der Stadt Wien

2018: gedichten Ist die schwarze Köchin da?

Het in scherven vallen van Lida’s droom om zangeres te worden, lijkt symbolisch voor de ineenstorting van een idyllische jeugd, die Winiewicz vat in een aantal gecondenseerd geschreven hoofdstukjes, soms kluchtig van aard (over de kindermeisjes en hun wisselende vriendjes), en altijd met veel spreektaal.

Winiewicz: ‘Natuurlijk heb ik verdriet gehad dat het me niet lukte om zangeres te worden. Maar direct heb ik toen ook naar mezelf gekeken en gedacht: zo belangrijk is het ook weer niet. Het valt mij zwaar om dingen serieus te nemen – mijzelf inbegrepen.’

Is dat een aangeboren houding?

‘Nee, ik geloof dat het door onze vader kwam. Hij was hoofdinspecteur bij de Donau-Dampfschiffahrts-Gesellschaft, en socialist; geen partijlid, maar in zijn hart. Met mijn eigen moeder placht hij te musiceren; hij had een prachtige zangstem en zij speelde piano. Mijn oudere zus, die 6 was toen onze moeder stierf, heeft dat nooit vergeten.

‘En hij had een groot gevoel voor humor. Als vader thuiskwam van zijn werk, wisten wij dat het leuk ging worden, wat weinig gezinnen ons konden nazeggen. Es wurde einfach lustig. Lachen was een levensmiddel. Daar heb ik een verlangen aan overgehouden om onderhouden te worden. Als schrijver wil ik de lezer ook onderhouden. Ik ben te ongeduldig voor langdradigheid. Mijn zuster zei altijd: ‘Als ik sterf, en bemerk dat er een lange rij wachtenden voor de hemel staat, en voor de hel staan er maar twee, dan kies ik voor de hel.’ Ik vrees dat zij gelijk had.’

Het ogenschijnlijk onbezorgde, maar herhaaldelijk diep roerende De verloren toon  verscheen oorspronkelijk in 2016, toen de auteur al ver in de 80 was.

Waarom heeft u zo lang met dat verhaal gewacht?

‘Omdat het niet eenvoudig was. Ik kan me alles uit mijn jeugd herinneren. Alles tot en met het einde van oorlog, toen ik 17 jaar was, en geen ouders meer had. Van de periode onmiddellijk daarna, de eerste jaren vanaf 1945, weet ik totaal niets meer. Die jaren zijn in een mist verdwenen. Er kan dus geen vervolg op De verloren toon komen, waar de Duitse uitgever mij om heeft gevraagd. Mijn herinneringen zijn weg.’

Hoe verklaart u dat? Had de oorlog zoveel indruk gemaakt, dat er daarna in uw geheugen niets meer bij kon?

‘Dat heeft een rol gespeeld. Het wennen aan de gedachte dat mijn vader en mijn stiefmoeder in 1942 in Auschwitz omgebracht zijn, het feit accepteren, dat heeft me decennia gekost. In dezelfde tijd dat ik zielsgraag bij de opera wilde komen, zijn er miljoenen mensen gedood. Dat kale feit: mijn vader hebben ze in 1942 in een concentratiekamp vermoord, heb ik in die eerste naoorlogse jaren weggedrukt. Dat heeft die mist veroorzaakt.’

Lida Winiewicz-Lefèvre Beeld Waldthausen Marlena

De eerste 17 levensjaren staan in haar geheugen geëtst. En zo precies en welluidend begint De verloren toon ook, met de geluiden die baby Lida liggend in de kinderwagen opving: ‘Het Wenen van de jaren twintig was rustiger en rumoeriger dan tegenwoordig. Geklingel van de tram, tramway genoemd, aan de achterkant van de bijwagen een open tochtig balkon, sportievelingen sprongen op en af, motorgeknetter, pianospel, gespreksflarden, kindergeschreeuw, zelden een claxon, rammelende emmers, voetstappen, hondengeblaf, hoefgetrappel, ’s zomers lavendelvrouwtjes die hun koopwaar tweestemmig aanbieden: ‘Lavendel te koop! Tien grosche ’t bosje! We hebbe beste lavendel! Wie koop ons los?’

Winiewicz: ‘Alleen in Venetië kun je dat nu nog ervaren, hoe een stad klinkt zonder auto’s.’

Het staat er alsof u zich als baby al lag te verwonderen.

‘Dat klopt ook. En dat is zo gebleven. Ik verwonder me over het gedrag van mensen, tot op de dag van vandaag. Zo vaak als mensen zomaar vriendelijk en behulpzaam zijn! Dat kan mij raken. Als ik aan de feiten van mijn leven denk, zou ik verwachten of erop rekenen dat de wereld vol moordenaars en waanzinnigen zit, tot en met die gevaarlijke Donald Trump aan toe. Hitler is in 1933 geheel legaal aan de macht gekomen.

‘Omdat ik kwartjood ben, mocht ik na de Hauptschule niet naar het gymnasium. Puur uit woede daarover had ik alles op alles gezet om de beste van de klas te worden. Uit diezelfde kwaadheid heb ik mezelf Frans en Spaans en Latijn geleerd. Later heb ik daar bij het vertalen veel aan gehad.

‘Op school kreeg ik te maken met subtiele discriminatie. Een lerares met nazistische sympathieën overhoorde mij niet. Ze sloeg me expres over, zodat ze me geen ‘sehr gut’ hoefde te geven.

‘En toen mijn beste vriendin in een nazi-uitrusting de klas in kwam, werd ze bij de schooldirecteur geroepen. Hij vroeg haar of zij zich als Duits meisje niet schaamde om met mij bevriend te zijn. ‘Een Duits meisje is trouw’, heeft ze toen geantwoord.

‘Wat heb je daar nou voor moeten doen, om rein arisch te zijn, heb ik haar eens gevraagd. Haar antwoord: ‘Ich hab in meinen Vorfahren gelebt.’ Maar hoe dóé je dat, in je voorouders leven? Wonderbaarlijk.

‘Weet u wat me altijd het meest fascineert? De gelijktijdigheid van tegenstellingen. Net zoals het dagelijks leven in de oorlog niet totaal veranderd was. Het gewone was er óók nog. Mijn zus en ik waren niet bang. We waren jong. We waren onsterfelijk. Ons kon niets gebeuren: dat was geen strategie, maar ons gevoel. Angst kenden we niet.

‘Sterven was iets alledaags. We zagen de namen in de krant van de slachtoffers van bomaanslagen, soms wel tweehonderd, en speelden weer verder. Ik weet nog goed dat er een keer, de plek kan ik zó aanwijzen, aan het begin van de Mariahilferstrasse, een huis was afgebrand. De brandweer was al geweest om het meeste op te ruimen. Uit het puin op de grond zag ik een hand omhoogsteken. Van een dode die ze nog niet hadden uitgegraven. Ik heb die hand gezien, en ben verder gelopen.’

De scène in De verloren toon waarin haar vader en zijn vrouw in september 1938 met hun koffers vertrekken, eerst nog stommelen in het trappenhuis, dan doen ze de deur dicht – de gloeiende rode punt van vaders sigaret is het laatste wat ze van hem ziet –, rondt ze af met: ‘Ergens kookt iemand goulash.’

‘Waarom ik dat schrijf? Omdat het zo was. De geur hangt nog in mijn neus.’

Maar doordat het de slotzin is van het eerste deel, de markering van het einde van uw jeugd in een gezin, blijft de lezer aan die zin hangen. U eindigt níét met: ‘Ik zou mijn vader nooit meer terugzien’.

‘Weet u, ik doe dat niet bewust. Toen ik dat noteerde, dacht ik niet aan het effect van de plaats van die zin. Misschien zegt dit iets over mijn gevoel voor theater. Met die goulash-zin, iets heel gewoons en ondramatisch, kun je namelijk goed eindigen. Es ist ein guter Aktschluss. Voordat het doek valt en de pauze begint, moet je altijd een goed slot hebben. Over zoiets denk ik inderdaad wél na.’

Is schrijven voor u een substituut voor zingen geworden? Want op die manier beschouwd, is uw toon niet verloren gegaan.

‘Mooi geprobeerd, maar ik moet u teleurstellen. Het gaat niet op. Nadat mijn stem vast zat, door welke oorzaak dan ook, heb ik moeten toegeven dat ik niet mijn leven lang een stem achterna kon rennen die er niet meer was. Het ging niet meer. En zingen, met een orkest of piano, dat is met niets te vergelijken. Hooguit met liefde misschien. Zingen is niet te vervangen.

‘Schrijven heeft weliswaar te maken met ritme en klank, maar is iets heel anders. De enige troost die ik heb, is dat mijn zangcarrière op mijn 90ste allang voorbij geweest zou zijn. Maar boeken schrijven kan ik nog steeds.

‘Op mijn 9de jaar nam mijn vader me mee naar de Salzburger Festspiele. Das war wunderbar! Toen al hield ik van opera. En mijn liefde voor de pianomuziek van Schubert en Beethoven is nog veel eerder ontstaan: mijn moeder oefende dagelijks urenlang op de piano toen ze zwanger was. Dat was mijn eerste contact met de wereld. Moet u nagaan. Het allereerste geruis, de eerste verre klanken die ik heb opgevangen, zijn Schubert en Beethoven geweest, door mijn moeder gespeeld, negen maanden lang, elke dag! Zoiets heeft invloed op je leven, daar ben ik van overtuigd. Nog steeds als ik die pianomuziek hoor, voelt het als thuiskomen. In die muziek ben ik thuis.’

-

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden