LICHTING 2007 VAN HOOG NIVEAU

Ze hebben lef, ze zijn geëngageerd en de multiculturele samenleving is eindelijk doorgedrongen in hun films. Het gemiddelde niveau is (wederom) hoog en de variatie is groot: Lichting 2007 van de Nederlandse Film en Televisie Academie – 72 studenten in vakgebieden als regie, productie, scenario, montage en production design –...

Onder de documentaires zijn twee intrigerende egodocumenten van jonge maaksters: Pappa is weg* en ik wilde nog wat vragen van Marijn Frank en Moeders mooiste van Nadine Kuipers.

Toen haar aan drugs verslaafde moeder anderhalf jaar geleden in een rolstoel belandde, kwam Nadine Kuipers na 23 jaar weer met haar in contact. Ze besluit met haar in een camper naar Lourdes te reizen, en hoopt haar onderweg beter te leren kennen. Met de camera aan haar zijde. ‘Stel eens een van je bekende, doordachte vragen’, zegt de charmante en grappige, maar drugsverslaafde en invalide vrouw. Nadine wil weten waarom haar moeder voor de drugs en dus niet voor haar heeft gekozen. Dat antwoord blijft uit, in een ontroerende roadmovie, die nog beter zou zijn zonder de uitleggerige voice-overs.

‘Ik heb het geluk dat ik uit een nogal gestoorde, uit elkaar gevallen familie kom’, was de blijmoedige inleiding van Marijn Frank op haar documentaire Pappa is weg* en ik wilde nog wat vragen. Frank vertelde dat ze lang heeft getwijfeld of ze wel zo’n persoonlijke documentaire wilde maken. Alan Berliner, maker van fraaie familieportretten als Intimate Stranger en Nobody’s Business, trok haar over de streep: een persoonlijke film kan ook universeel zijn.

Dus zien we Frank die zichzelf filmt op het toilet na een bezoek aan haar vader Kurt in het ziekenhuis, en ‘hartstikke aangeschoten’ na zijn bruiloft in de hospice. De dagboekfragmenten worden afgewisseld met na vaders dood geschoten interviews met haar moeder en zus. ‘Ik denk dat het een zegen is dat je niet op hem lijkt’, zegt haar moeder. ‘Papa had een kluizenaarsaard, jou moet je nog geen half uur zonder telefoon ergens parkeren.’

Kurts zus wordt gefilmd terwijl ze beursjes voor haar geheimen maakt op de naaimachine. In de gesprekken met zijn oudste broer wordt de kern van het probleem blootgelegd: hun opa is gedood door de nazi’s; hun vader is ‘vloekend en schoppend uit de oorlog teruggekomen’. Frank besluit ook haar oma op te zoeken. Voor de eerste keer in haar leven.

Pappa is weg* is een indringend portret van een familie die geobsedeerd zwijgt. Of de film de familie nader tot elkaar heeft gebracht, moet nog blijken: er wordt nog gesteggeld of de documentaire ook na het eindexamenfestival mag worden vertoond.

Ane C. Ose werd voordat ze begon te filmen al met een rechtzaak gedreigd, en besloot de beperkingen voor lief te nemen. In haar cri de coeur Catch-22 volgt zij een 13-jarige jongen van Turkse afkomst die sinds zijn vierde in een instelling voor gehandicapten woont. Inmiddels is duidelijk dat zijn dossier zijn enige handicap is. Remzi zelf wil niets liever dan ‘naar hui-huis’, maar de instanties liggen dwars. Catch-22: een probleem zonder oplossing. De instelling is niet blij met haar film, vertelde Ose. Ze mocht er niet filmen, en op haar bijbaantje in de instelling hoeft ze niet meer te verschijnen.

Ook Eva van Pelt haalde het onderwerp voor haar documentaire uit de actualiteit: in De wereld volgens Wagner volgt zij de 17-jarige ‘terror-drieling’ Wagner uit Hoofddorp, die in 2003 na een vechtpartij van school werd gestuurd. De documentaire begint met journaalbeelden van de affaire. Daarna gaat het vooral over de programma-ideeën van de blonde bakvissen. Ze willen ‘iets nieuws toevoegen aan de al zoveel bekeken televisie’, bellen SBS, maar de omroep heeft geen belangstelling. De wereld volgens Wagner is hun troostprijs; de meiden lijken beter te weten wat ze met de documentaire willen dan de regisseuse. ‘Hij komt volgend jaar op televisie’, zeggen ze tegen een agent van de bereden politie. Op de geluidsband laat Van Pelt Dreamer van Supertramp klinken.

De bomaanslagen in de Londense metro waren de oorsprong van Bomber, een van-al-te dik-hout-zaagt-men-planken drama over een Rotterdamse graffitispuiter die ‘iets wil doen dat blijft plakken’ omdat er een ‘fucking oorlog’ gaande is. Een krantenartikel over de terdoodveroordeling van een homoseksuele Iraniër vormde het uitgangspunt voor de fictiefilm Color Me Bad van de Surinaamse Hesdy Lonwijk. Hij vormde het gegeven om tot een gewaagde, want taboedoorbrekende film over een Marokkaanse Thaibokser die met zijn gevoelens worstelt. Color Me Bad werd bekroond met de Cinemeta Award 2007, omdat de film volgens de jury de moeilijke problematiek bespreekbaar maakt bij een grote doelgroep.

Een andere aanmoedigingsprijs, de Nassenstein Startprijs ter waarde van tienduizend euro, ging naar PIJN van de Spanjaard Iván López Núñez, over een fotograaf die op straat net zo lang wildvreemden blijft provoceren totdat ze op hem in gaan timmeren. De getormenteerde ziel wil pijn lijden om zijn verdriet niet meer te voelen. De uitwerking is enigszins clichématig, maar de visuele flair van Núñez vergoedt veel: PIJN doet bij momenten echt pijn om naar te kijken.

De grootste verwachtingen schept Igor Kramer met Gödel, een prikkelende film over de laatste jaren van de Amerikaans-Oostenrijkse wiskundige en logicus Kurt Gödel. Op basis van de onverfilmbaar geachte populair-wetenschappelijke bestseller Gödel, Escher, Bach bedachten regisseur Kramer en scenarist Marko Martens een schrander spel met illusies, realiteiten en de tijd, dat het werk van Peter Greenaway én David Lynch in gedachten brengt.

Een kale loods verandert in een huis en weer terug in een set; een acteur verandert in een personage en weer in een acteur; een sinaasappel verandert in een plastic prop en weer in een sappige sinaasappel. De Nederlands vertalingen van de Duits gesproken film rollen als tekstballonnetjes door het beeld – piepklein als wordt gefluisterd, groot als er wordt geschreeuwd. Achtergrondprojecties en animaties vervolmaken de aanslag op de logica.

Tegen het einde verschijnt regisseur Igor Kramer zelf in beeld. Samen met de Oostenrijke theateracteur Robert Stuc die Kurt Gödel speelt en twee echte filmcritici bespreekt hij de mogelijke einden van zijn film. Het is de zoveelste onmogelijke knoop: de film recenseren op film (met de gefilmde critici weer in de zaal).

‘Ik wil het publiek niet vervelen met een experiment, maar ze verwennen met een warme douche van beeld, geluid, verhaal en drama en filosofie’, zegt Kramer in het productieboek. Hij slaagt met glans. Op alle gebieden, zelfs bij de financiering van Gödel , toonden de makers zich inventief: ze vonden extra geld bij (inter)nationale genootschappen van wiskundigen en logici, die hun film willen gebruiken als lesmateriaal.

De hemelbestormers Kramer en Martens hebben al plannen voor een volgende project: binnen twee jaar willen ze Shallow Orange maken, geïnspireerd op de fameuze schaakpartij tussen wereldkampioen Gary Kasparov en de IBM supercomputer Deep Blue.

Jan Pieter Ekker

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden