tv-recensiefrank heinen

Libero Grassi klom postuum op uit de marge waar Sicilië hem wilde houden

null Beeld

Vroeg of laat belandt alles en iedereen in de marge, een geleidelijk proces is dat, dat in bijna alle gevallen onomkeerbaar is. Soms meen je, in het heetst van de actualiteit van de avond, al een glimp van de marginaliteit van de volgende ochtend te kunnen zien.

Toen tv-producent Simonetta Martone in de zomer van 1991 de Palermitaanse ondernemer Libero Grassi weer ontmoette in het kader van het Rai3-programma Samarcando, zag ze het opeens. Grassi was te gast omdat hij door zijn openlijke weigering om zich door de Cosa Nostra te laten afpersen en beschermingsgeld (pizzo) te betalen een symbool van verzet tegen de maffia was geworden. Journalisten prezen hem, overal in de wereld werd zijn naam vol eerbied opgeschreven en uitgesproken, maar op Sicilië sloten de luiken.

Politici, rechters en collega’s weigerden Grassi te steunen in zijn opstand tegen de vanzelfsprekendheid van de pizzo-praktijk, waarin tot 30 procent van de opbrengst van een onderneming werd ingeleverd bij mannetjesputters die de illegale belastingen kwamen innen. De open brief die Grassi aan zijn afpersers had geschreven, kon niet anders worden opgevat dan als een oorlogsverklaring. In zijn eentje zou Grassi die oorlog onmogelijk kunnen winnen.

‘Libero had de ogen van een man die wist dat hij gemarginaliseerd was’, zegt Martone in Io Sono Libero, een hybride van documentaire en speelfilm uit 2016 die sinds deze week op Netflix is te zien.

Het is een vreemd genre, die mengvorm tussen fictie en non-fictie, omdat de theorie dat de twee elkaar aanvullen in de praktijk vaak neerkomt op een verstoring van het een door het ander. Het is alsof de werkelijkheid van het documentairedeel de waarachtigheid van het drama dwarsboomt, terwijl het drama in de meeste gevallen niet meer is dan een uitleggerig oponthoud van de documentaire. Ook in Io Sono Libero geldt dat het non-fictiedeel, de interviews met vrienden, collega’s en familieleden en de archiefbeelden van Grassi zelf het hart van de film vormen. De nagespeelde en gefictionaliseerde delen zijn de slagroom op een ijshoorntje: te veel van het goede.

Libero Grassi werd op 29 augustus 1991 doodgeschoten. Toen enkele dagen later de begrafenisstoet door de straten van Palermo trok, weigerden veel winkeliers hun luiken te sluiten. Grassi’s verzet diende zo rap mogelijk naar de marge van het geheugen te worden verdreven. Een paar weken later werd Grassi geëerd in een grootschalige tv-estafette. Journalist en senator Sandro Ruotolo stelt in Io Sono Libero dat Grassi’s dood niet werd veroorzaakt door de spotlights die op hem rustten, maar door de onverschilligheid van een overheid die hem vooral een lastpak vond, omdat hij geen genoegen nam met een status quo, en omdat hij de waarheid sprak.

Zo werd Libero Grassi bij leven gemarginaliseerd, maar is de herinnering aan zijn bestaan sinds zijn dood nooit meer bij de marge in de buurt gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden