‘Liberace beklom zijn persagent’

Het notoire schandaalblad Confidential figureerde in..

Voor de gevestigde media in de VS moet het half februari een schok van formaat zijn geweest: The National Enquirer, het weekblad dat de schandaaljournalistiek naar ongekende hoogten voert, mocht meedingen naar de Pulitzer-prijzen. Hoofdredacteur Barry Levine hoopte de meet prestigieuze onderscheiding die de Amerikaanse journalistiek kent, te veroveren met zijn onthullingen over presidentskandidaat John Edwards (die vreemdging met een staflid en daarover zelfs bleef liegen nadat hij een kind bij haar had verwekt). ‘Good, old-fashioned reporting’, noemde Levine zijn ontluisterende verhalen, die hij daarom instuurde voor de Pulitzer-categorieën ‘Investigative Reporting’ en ‘National News Reporting’.

Op 12 april horen we wie de finalisten en winnaars van de Pulitzer-prijzen 2010 zijn, maar de toelating van The National Enquirer tot de procedure is op zichzelf al een bevestiging dat ‘de manier waarop de journalistiek in Amerika wordt beoefend, totaal is veranderd’, zoals Barry Levine het formuleert.

Of lijkt dat maar zo? Toevallig net tegelijk met de Pulitzer-erkenning van The National Enquirer publiceerde voormalig journalist Henry E. Scott het boek Shocking True Story over opkomst en ondergang van Confidential. Vanaf 1952 legde dit blad, met zijn voorkeur voor seksschandalen en zijn bereidheid om voor tips te betalen, in feite het fundament voor het latere succes van The National Enquirer.

In zijn nawoord licht Henry E. Scott toe hoe hij op het idee voor dit boek kwam, na een vlucht van New York naar Istanbul. Op zijn eindbestemming kwam Scott twee dagen lang niet van zijn hotelkamer af, omdat hij zich niet kon losrukken van James Ellroy’s ‘bizarrely fascinating’ L. A. Confidential. Het tijdschrift (omgedoopt in Hush-Hush) speelt een cruciale rol in Ellroy's van leugens, sex en moord vergeven neo-noir roman uit 1990, die in 1997 onder dezelfde titel werd verfilmd met Kevin Spacey en Russell Crowe in de hoofdrollen. ‘Terug in New York’, schrijft Scott, ‘ging ik op zoek naar een boek over Confidential. Toen dat niet bleek te bestaan, besloot ik het zelf maar te schrijven.’

Confidential begon onder het uitdagende motto ‘Uncensored and Off the Record’. Een duidelijke toespeling op het feit dat de redactie haar nieuws vooral uit Hollywood haalde en zich daarbij – anders dan de vele fan-magazines – de wet niet liet voorschrijven door de filmstudio’s. Met verhalen over Marilyn Monroe (haar warme band met de bejaarde studio-boss Joe Schenck, die haar huwelijk met Joe DiMaggio een tijd blokkeerde), over Clark Gable (die zijn eerste ex-vrouw in gruwelijke armoede liet leven) en over sterren als Van Johnson en Tab Hunter (die hun homoseksualiteit angstvallig geheim hielden) haalde Confidential zich de woedende vijandschap van Hollywood op de hals.

Toch konden de filmstudio’s aanvankelijk niet veel tegen het blad beginnen, schrijft Henry Scott in Shocking True Story. Het motto van Confidential werd in 1954 veranderd in ‘Tells the Facts and Names the Names’ – en dat was een kernachtige omschrijving van de journalistieke formule. Volgens Albert DeStefano, de advocaat van Confidential, was het uitgangspunt vanaf het begin: nooit rectificeren. ‘Dat zou onze geloofwaardigheid aantasten. Dus moesten we zorgen dat onze verhalen klopten.’

Naast de feitelijke accuratesse (vaak ondersteund door beëdigde verklaringen die DeStefano had vastgelegd) hanteerde Confidential nog een effectief wapen om processen te voorkomen. Doorgaans publiceerde de redactie niet alle bezwarende feiten. Wanneer het nieuws bijvoorbeeld was dat een beroemdheid zijn echtgenote bedroog, werd een saillant detail achtergehouden: het meisje in kwestie was minderjarig. Mocht de ster naar de rechter lopen, dan kon hij er zeker van zijn dat ook dit feit in de openbaarheid zou komen.

Met die aanpak bereikte Confidential een miljoenenoplage, maar na vijf lucratieve jaren liep het in 1957 toch spaak. Ironisch genoeg draaide een van de succesvolle processen tegen het blad om een aantijging waarvan iedereen in Hollywood wist dat ze waar was: de homoseksualiteit van Liberace. Alleen was de verslaggeving slordig: de glamour-pianist kon bewijzen dat hij elders was geweest op de data dat hij volgens Confidential te Dallas en Akron, Ohio, had geprobeerd op schoot te klimmen bij zijn knappe jonge persagent.

Op vergelijkbare gronden verloor Confidential ook processen van onder anderen Robert Mitchum, Maureen O’Hara en Dorothy Dandridge. Dat sterkte de filmindustrie in haar pressie op de Californische Attorney General om frontaal in de aanval te gaan tegen dit ‘lasterlijke’ en ‘obscene’ tijdschrift. In november 1957 ging Confidential door de knieën. Voortaan zou het blad voornamelijk over consumentenzaken berichten, en dat was natuurlijk het begin van het einde.

Maar de oorzaak van de ondergang was uiteindelijk niet de bedenkelijke inhoud van Confidential, maar de omstandigheid dat de redactie haar belangrijkste principe verloochende: ‘tell the facts’ op basis van ‘good, old-fashioned reporting’.Bert Vuijsje

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden