TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: voor het weglaten van ‘er’ is soms wel iets te zeggen

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om het weglaten van ‘er’ gaat, hangt het er een beetje van af.

‘Tachtig jaar geleden kwam een eind aan de Spaanse Burgeroorlog’, luidde de openingszin van een artikel. ‘Alsof je met een nagel over het schoolbord krast’, meent Tineke van den Hoogen. ‘Het woordje ‘er’ kan hier niet worden weggelaten.’

Deze er-kwestie is al eens aan bod gekomen in ‘Lezerspost’; destijds kwamen woorden als ‘smaak’ en ‘taalgevoel’ voorbij, en was de conclusie dat dat gevoel ons soms inderdaad opdraagt om ‘er’ te laten staan.

Niets mis met taalgevoel, maar het moet toch ook ergens op gebaseerd zijn, zou je zeggen. Laten we daarom even de grammatica in duiken om te kijken wanneer het nu precies schuurt.

Dit brengt ons bij de verschijningsvormen van ‘er’. Dat woord staat te boek als reuze-ingewikkeld om uit te leggen, maar als je de vijf functies ervan onderscheidt, wordt het al een stuk overzichtelijker:
1. plaatsbepaling: ik woon er;
2. met voorzetsel: eraan (= aan het);
3. met telwoord: ik heb er twee;
4. voorlopig onderwerp: er staat een paard in de gang;
5. ‘onderwerp’ in passieve zin: er wordt aangebeld.

Het weglaten van ‘er’ zie je vooral bij geval 4 en 5. Bij 1 is het onmogelijk, en aan het weglaten bij geval 2 en 3 herken je de niet-moedertaalspreker: een geboren Nederlander zou nooit ‘Ik heb hard aan gewerkt’ of ‘Ik heb twee’ zeggen – of we moeten een nieuwe trend in de straattaal hebben gemist; dat lezen we dan binnenkort wel in de rubriek hiernaast.

Maar ook ‘er’ als (voorlopig) onderwerp kun je niet zomaar weglaten: ‘Staat een paard in de gang’ – dat zou niemand zeggen. Wel kan het als er bijvoorbeeld een zinsdeel aan voorafgaat. Maar zet nu uw taalgevoel eens aan en ervaar het verschil tussen de volgende zinnen:
A. Bij buurvrouw Jansen staat een paard in de gang.
B. Vandaag (/Gelukkig/Daarom/...) staat een paard in de gang.

Vlotte conclusie: met een plaatsbepaling ervoor (A) klinkt het prima, maar in overige gevallen (B) kan het gaan wringen – vandaar de nagel en het schoolbord bij Van den Hoogen.

Dat zin A weinig tot geen rillingen veroorzaakt, komt vermoedelijk doordat ‘er’ soms dus ook fungeert als plaatsbepaling. Daardoor klinkt ‘Bij buurvrouw Jansen staat er een paard in de gang’ wellicht dubbelop, ook al duidt ‘er’ hier niet op de plaats, maar is het slechts het voorlopig onderwerp dat ‘een paard’ aankondigt.

Tot zover de grammatica. Vertrouwt u verder vooral op uw gevoel.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden