Levensechte fantasiewereld

Het zit erop. Zeven jaar lang werkte Peter Jackson aan zijn Lord of the Rings-trilogie: een jaar schreef hij mee aan het scenario, de overige voorbereidingen kostten twee jaar, de draaiperiode besloeg 274 dagen, en drie jaar lang hield de regisseur zich bezig met de cruciale postproductie van de opeenvolgende...

Het is allemaal niet voor niets geweest. Nu het laatste deel van de monumentale Tolkien-verfilming gisteren wereldwijd zijn première beleefde, kan de balans worden opgemaakt. The Lord of the Rings is een commercieel succes zonder weerga – de eerste twee delen brachten tot nu toe 1,8 miljard dollar op, en voor het laatste deel staan de fans alweer te dringen.

Jackson is dus een rijk man, en productiemaatschappij New Line, die het kostbare avontuur financierde op een moment dat weinigen erin geloofden, heeft de jackpot gewonnen. Van meer betekenis dan het financiële succes is dat Jackson met zijn monsterproject filmgeschiedenis heeft geschreven: de trilogie van J.R.R. Tolkien werd onverfilmbaar geacht, maar het tegendeel is bewezen. Het duizend pagina's dikke, mythische verhaal over de strijd tussen Goed en Kwaad in Midden-Aarde – bevolkt door mensen, elfen, dwergen, tovenaars, pratende bomen en andere wonderlijke wezens – is omgezet in een opwindend en meeslependfilmspektakel.

The Return of the King is een overtuigend slotoffensief. In het derde deel breekt de oorlog tussen de Zwarte Vorst Sauron en de witte coalitie van tovenaar Gandalf in alle hevigheid los. Het mensenrijk Gondor wordt aangevallen door een leger van zo'n 200 duizend Orks en andere naarlingen. Het uiteengevallen reisgenootschap van de Ring doet zijn best de aanvallen te weerstaan en de aandacht van Sauron af te leiden terwijl de hobbits Frodo en Sam, op de voet gevolgd door de gluiperige Gollem, de Doemberg proberen te bereiken om de Ring te vernietigen.

De massale gevechtsscènes die in The Two Towers zoveel indruk maakten, blijken slechts een voorproefje van wat Jackson de kijker in The Return of the King voorschotelt. Toch schuilt de kracht van de film niet in het visuele machtsvertoon, maar in Jacksons aandacht voor details. Van de digitaal gecreëerde Gollem (stem en lichaamstaal komen van acteur Andy Serkis, die er een prijs voor verdient) en de zorgvuldige grime en kostuums tot aan de fantastische decors; het 2400 man sterke team heeft een ongekende prestatie geleverd.

The Lord of the Rings is geen onwerkelijk, computergegenereerd plaatjesboek. De Nieuw-Zeelandse landschappen zijn echt, veel decors werden op ware grootte opgebouwd, en de duizenden figuranten kregen elk hun eigen latex protheses. In combinatie met Jacksons voorliefde voor het horrorgenre – met veel genoegen toont hij bloed, slijm en andere lichaamssappen – en de inzet van de acteurs levert dat een realistisch schouwspel op, hoe vreemd het ook klinkt voor een verhaal dat volledig steunt op verbeeldingskracht.

Minpunten zijn er ook; de temerige muziek van Howard Shore wordt in The Return of the King steeds opdringeriger, en het lijkt erop dat Jackson met het einde weinig raad wist. Tolkien zelf kon maar geen afscheid nemen van zijn personages en pakte uit met verschillende finales. In de film is het minder ernstig, maar na de spanning van de voorafgaande drie uur (of negen uur, voor wie de films achter elkaar kan zien) zou een spectaculaire climax op zijn plaats zijn. In plaats daarvan hebben de laatste, omslachtige twintig minuten te weinig zeggingskracht.

Het is een overkomelijk gebrek. The Lord of the Rings is, met minpunten en al, een onmiskenbaar meesterwerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden