Levendig portret van een vergeten verzetsvrouw Frieda Belinfante

Voor haar rol in het verzet heeft de Amsterdamse Frieda Belinfante nooit erkenning gekregen. In de Verenigde Staten is ze zeven jaar lang een gevierd dirigent.

De baton past haar beter dan de cello, ontdekt Frieda Belinfante (1904-1995) als ze in 1937 voor een groot koor en orkest staat. Ze is geregeld gastdirigent van het AVRO-Kamerorkest en doet niets liever dan dat. Maar als de omroep een vaste dirigent zoekt, wordt ze gepasseerd. Een vrouw op de bok, nee, onmogelijk. Ze ontvlucht het naoorlogse Nederland en triomfeert als dirigent in Californië. Na zeven succesvolle jaren loopt ze opnieuw tegen een veto op: een lesbische dirigent op de bok? Toch maar niet. 'Ik ben vijftig jaar te vroeg geboren', zal ze later zeggen.

Tv-journalist Toni Boumans ontmoet Belinfante voor het eerst in 1988 als ze aan een documentaire over verzetskameraad Willem Arondéus werkt. Ze verbaast zich over de geringe bekendheid van Belinfante in Nederland. Na lang aandringen - Belinfante is dan al 90 jaar - mag ze een filmportret maken. Het verschijnt drie jaar na de dood van Belinfante. Nu ligt er de biografie Een schitterend vergeten leven, waarin Boumans gedetailleerd en meeslepend het leven beschrijft van de intrigerende Amsterdamse.

Muziek

Frieda Belinfante wordt in 1904 geboren als het derde kind van concertpianist en muziekpedagoog Ary Belinfante en de niet-joodse Georgine Hesse. Vader Ary is een erudiet man en een gepassioneerd musicus met het uiterlijk van een bohemien. Georgine is een theatrale vrouw die na haar scheiding samenleeft met haar veel jongere stiefzoon. Religieus zijn ze thuis niet, aan joodse rituelen doen ze niet.

Frieda is vrolijk en jongensachtig, altijd verliefd op de meisjes van haar klas. Als ze 9 is, schaft haar vader een cello voor haar aan. Ze heeft eigenlijk te kleine handen voor het instrument, maar de aankoop is beslissend voor haar leven. 'Ik hield meteen van het instrument. De toon leek op een warme menselijke stem', zei ze later. Haar toekomst ligt in de muziek, beslist haar vader. In 1922 wordt ze cellist van de Haarlemse Orkest Vereniging. Ze is 18 jaar en verdient voor het eerst geld met haar cello.

'Vroeger aten we Beethoven', herinnert Belinfante zich. Beethoven blijft lang op haar lijstje staan, maar gaandeweg niet van harte. 'Ik werd er een beetje ziek van, de lengte, de herhalingen, de gerichtheid op zijn eigen gevoelens', denkt ze vaak. Ze heeft dan inmiddels meer met Brahms, Bach en Debussy. Het is een van de weinige keren in Boumans biografie dat Belinfante iets laat zien van haar muzikale voorkeur. Dat is jammer en het enige minpunt van het verder zo levendige en vlot geschreven levensverhaal.

Maatpakken

Belinfante is niet voorspelbaar. Ze gaat haar eigen weg als ze ruzie krijgt in Haarlem. Ze stapt op, haalt de diploma's steno en typen en trouwt met de getalenteerde fluitist Jo Feltkamp. Niet dat ze ooit zoveel van een man kan houden als van een vrouw, waarschuwt ze hem. Pas na de ontbinding van dit huwelijk verruilt ze haar eenvoudige jurken voorgoed voor broek en colbert, geïnspireerd door Marlene Dietrich. Later, als ze het zich kan permitteren, draagt ze maatpakken. Ze is klein en gezegend met een flinke boezem en die past niet in jongenscolberts.

Amsterdam kent in de jaren dertig een netwerk van biseksuele en lesbische vrouwen. Ze treffen elkaar in artiestencafés als Reijnders en Eylders op het Leidseplein. Belinfante krijgt een relatie met Dorry Kahn, de echtgenote van René Kahn, een van de directeuren van Hirsch, destijds het meest vooraanstaande modehuis in Nederland. 'Ik maakte geen geheim van mijn adoratie voor vrouwen. Ik kan seks ook niet los zien van liefde. Ik kon geen seksuele relatie hebben als ik niet van de persoon hield. Ik had veel verschillende relaties. Niet omdat ik niet met één persoon kon zijn, maar omdat de personen meestal getrouwd waren en de situatie gecompliceerd was, of omdat ze ergens anders woonden en we elkaar te weinig zagen.'

Oorlog

Als ze haar liefde voor de baton ontdekt, richt ze zelf een kamerorkest op. Vrouwen komen immers niet verder dan dirigent van koortjes of school- en amateurorkesten. Maar net als haar carrière als dirigent in de lift zit, verklaren Frankrijk en Engeland de oorlog aan Duitsland. Op 15 mei 1940 marcheren de Duitsers Amsterdam binnen. Haar broer, huisarts in Laag Keppel, pleegt samen met zijn joodse vrouw zelfmoord. Als ze in de Achterhoek arriveert, is hij al begraven. Zijn vrouw heeft het overleefd.

De dreiging, de sinistere sfeer maakt Belinfante strijdbaar. Terwijl de lege plekken op de muziekpodia worden ingenomen door Duitsers, NSB'ers en Nederlanders die 'de andere kant opkijken', vervalst ze persoonsbewijzen. Eerst alleen, later met een verzetsgroep. In 1943 neemt zij het initiatief voor een overval op het bevolkingsregister, dat ondergebracht is in een gebouw naast Artis. De overval is mannenwerk. Zij staat op een dak op de uitkijk. Als boven Artis een rode gloed verschijnt, weet ze dat de aanslag is gelukt.

Verzet

Over haar beslissing de muziek in te ruilen voor verzetswerk, zegt ze later: 'Ik zag om me heen wat er gebeurt als mensen keuzen moeten maken. Mensen van wie ik zeker wist dat ze zich zouden verzetten tegen het fascisme zag ik wegkruipen, de andere kant op kijken. Mensen met wie ik intellectueel en muzikaal niet zoveel gemeen had, werden mijn vrienden omdat ze moed hadden. Veel collega's, met wie ik me verwant voelde, vielen weg. Ik was diep teleurgesteld over het grote aantal musici dat meeging met de nieuwe orde. Ik heb toen een andere kijk op mensen gekregen. Ik beoordeel mensen nooit meer op hun ontwikkeling of intelligentie, muziekkennis of boekenwijsheid. Na die tijd ben ik altijd afgegaan op mijn intuïtie.'

De Duitsers zetten grof geld op de hoofden van de daders, deze 'joden, homoseksuelen, kunstenaars en communisten'. Belinfante wijkt uit naar Zwitserland.

Ze krijgt nooit erkenning voor haar rol in het verzet. Als haar zuster in Nederland dat in 1975 wil aankaarten, zegt ze geen prijs te stellen op rehabilitatie. 'De mannen hebben het grootste werk gedaan en de hoogste prijs moeten betalen - hun leven.'

Van haar verzetsgroep zijn er nog maar een paar in leven als zij na de oorlog naar Amsterdam terugkeert. Twintig familieleden zijn dood. Ze is 41 jaar, kan haar draai niet vinden en stoort zich aan de onverschilligheid jegens joden die terugkeren uit de kampen. 'Het was alsof mijn vrienden voor niets gestorven waren.'

New York

Als de AVRO haar passeert, aanvaardt ze een uitnodiging om naar New York te komen. In Californië begint haar American Dream. Van muziekdocent aan de universiteit tot cellist bij het studio-orkest Metro Goldwyn Mayer in Hollywood naar dirigent van het nieuwe filharmonisch orkest van Orange County. Ze rijdt in een Chrysler DeSoto, figureert op societypagina's, wordt briljant en virtuoos gevonden en geprezen om haar dynamische charme.

De droom spat zeven jaar later uiteen als het orkest wordt opgeslokt door de ambitieuze concurrent. Ze wordt aan de kant gezet vanwege haar homoseksualiteit, vermoedt ze zelf. 'Het was in die dagen genoeg om mijn nek te breken.' Intussen heeft ze een ijzersterke reputatie als muzieklerares opgebouwd. Leerlingen stromen van alle kanten toe en zo ontmoet ze ook Bobbie, die haar dochter bij Belinfante als leerling aanmeldt. Zij is 62, Bobbie 32. Ze worden in het geheim geliefden en blijven dat een kwarteeuw lang. 'Ik heb je nooit bedrogen', zal Belinfante op haar sterfbed zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden