Leven van de wind

Aan zee bij IJmuiden valt sinds enige dagen een kleine kudde strandbeesten te bewonderen. Het zijn scheppingen van de beeldend kunstenaar Theo Jansen; skeletten van pvc-buis die wandelen op de wind....

VORIGE WEEK stormde het en gebeurde er een mirakel, zomaar aan de vloedlijn. Theo Jansen, beeldend kunstenaar, neergestreken op strand bij IJmuiderslag, vertelt het met droge ogen. Een wonder, echt.

Passerende wandelaars zagen misschien gewoon een omvergeblazen staketsel van elektriciteitsbuizen, voortrollend in de bulderende wind. Maar in wezen had hij een nieuwe manier van voortbewegen ontdekt. 'Niks lopen als het hard waait. Rollen moet je.' Trots.

Het is donderdagmiddag. Jansen is vanmorgen met twee van zijn zeven strandbeesten vanuit zijn woonplaats Delft naar IJmuiden gereden. Vastgesjord op het dak van zijn Volvo stationcar. Ze hebben de reis overleefd, goeddeels. Er waren wat pvc-sokjes losgeraakt. Een enkele satéprikker was verdwenen.

Maar na wat eerste hulp zijn ze, door hem met zachte hand voortgeduwd, zelf de glooiende verharde weg vanaf de parkeerplaats afgewandeld, de laatste duinrij over, en langs strandpaviljoen Beach-inn het vlakke zandstrand op, de zeewind in. Nummers vijf en zes. Morgen komt de laatste, nummer zeven. Dan is de kleine kudde compleet.

Het is lente in de duinen bij IJmuiderslag. In de verte sturen de schoorstenen van de Hoogovens witte stoom de hemel in, voortgejaagd door de wind. De wolkenfabriek. Jansen zit geknield in het zand. Een bussel gereedschap bij de hand, een tang, zaagje, touwtjes, prikkers, zijn rugzakje met gele elektriciteitsbuis onder handbereik. Met een plakbandtang bevestigt hij een versterking aan een windschoep van een van de nieuwkomers. De eerste proefnemingen hebben uitgewezen: die moeten hoe dan ook groter. Anders loopt er niks.

Hij praat bedachtzaam. Bloedserieus, hoe licht de bijbehorende gedachten soms ook klinken. Hij lacht zonder dat hij zijn tanden ontbloot, waardoor hij soms ironischer lijkt dan hij is. Al mag er best gelachen worden. Wie hem al langer volgt, hoort veel letterlijke citaten uit zijn columns in de Volkskrant. Over strandbeesten die zich kunnen voortplanten. Over de 357 pvc-pijpjes, die samen een skelet vormen, en waarvan je de lengten zou kunnen opvatten als een genetische streepjescode. De blauwdruk van het betreffende exemplaar.

Theo Jansen is, op zijn manier, een onderzoeker. 'Alleen zijn wetenschappers efficiënt, gericht op resultaat. Ik bevind me liever op het talud van de snelweg, ik schutter wat in de bosjes. En kom daarbij soms op plekjes waar nog nooit iemand is geweest. Wat precies de bedoeling is, voor een kunstenaar. Ontdekken.'

Dat idee: alle kaarten weggooien en niet gehinderd door voorkennis op avontuur, precies dat is wat Jansen de komende drie weken ten uitvoer brengt. Zeven verschillende beesten, elk gekarakteriseerd door hun genetische code, zet hij op het strand. Breedenkelige zijn er, langbenige, hoogruggen, exemplaren met een afwijkende krukas. Hij laat ze lopen op de wind, en beslist op gezette tijden welke het goed doet en welke minder of niet.

Streng: 'De langzaamste beesten zijn dus de lijken. Die worden uit elkaar gehaald, omgebouwd volgens het model van de winnaars. Je reinste kannibalisme. Maar wat anders is de evolutie?' Jansen, vader van drie, zal nieuwsgierige passanten het desgewenst tot in detail uitleggen. U en ik, zal hij filosofisch zeggen, zijn gemaakt van lijken. We eten dode koeien, dode sla, trekken in ons binnenste de moleculen ervan uit elkaar, bouwen daar nieuw leven van. Waarvan, immers, dacht u anders dat uw nageslacht wordt opgetrokken? Een kind wordt vaak vergeten in het rijtje van excrementen. Maar ook een kind is iets dat we uitscheiden. Gemaakt van wat we onderweg aten.

Bijna tien jaar heeft hij nu gewerkt aan zijn schepping, de Animaris sabulosa, kortweg: strandbeest. Twaalfpotige skeletten van elektriciteitsbuis, het spul waarvan ieder joch wel ooit een blaaspijp bezat. De poten scharnierend aan een centrale krukas, zeg maar de ruggengraat. Geef hem een duwtje, of vang de wind in de aandrijfschoepen, en de twaalf benen doen knarsend een stap vooruit. En nog een. Een goed ontwerp houdt het een kwartier, twintig minuten vol. Dan slaat de slijtage toe, lopen er dingen aan, breekt er wat. Vroeger, toen hij net begonnen was, was een minuut al een hele prestatie.

Het idee, zegt Jansen, ontstond ooit op papier, in een stukje voor de krant. Zoals er zoveel van zijn gedachten ontstaan. Sterker: zonder de druk van elke twee weken een stukje zou het er niet van komen, waarschijnlijk, het steeds maar weer herdenken van wat hij weet, wat wij weten. Dan zou hij misschien wel schilder zijn gebleven.

De gedachte was eenvoudig. Door het broeikaseffect zal de zeespiegel stijgen. Om de duinen daartegen bestand te maken moeten ze hoger. Dat kunnen we zelf doen. We kunnen ook een nieuwe levensvorm maken die het voor ons doet. Beesten die leven van de wind en die zand vanzelf brengen waar het nodig is. Hij begon te experimenteren met kunststof buis, met scharnierende benen en gewrichten die een draaiende beweging omzetten in een serie stappen. Aanvankelijk nog met schepjes, later toch maar zonder.

In zijn atelier in Delft, een oud schoolgebouw, op de zolder van een bevriend architectenbureau, en in een oude fietsenstalling staan ze opgeslagen, de fossielen van tien jaar evolutie. Ooit heeft hij er een verkocht, aan de gemeente Delft, die hem aan de Technische Universiteit uitleende om tentoon te stellen. De universiteit dus waar Jansen zeven jaar natuurkunde deed. Hij haalde net het derde jaar, schilderde en experimenteerde intussen. Teveel op het talud, nogmaals, zoekend naar de weg van de meeste weerstand. De snelweg naar kennis, die boeide hem toen al niet genoeg.

Want kijk: 'Het zou waarschijnlijk een koud kunstje zijn voor een paar ingenieurs om iets te maken van aluminium, volgestouwd met sensoren en elektromotoren en zonnecellen en weet ik het, om over het strand te draven en de duinen op te hogen, zoals ooit de bedoeling was. Kost ze zes weken. Werkt uitstekend. Maar ze ontdekken onderweg niks, ze doen alleen wat ze weten.'

Het basismodel van de poten heeft hij ooit laten uitrekenen door zijn computertje thuis, dat dagen achtereen heeft staan stampen op de beste van anderhalf duizend varianten en uiteindelijk de geschiktste aanwees. Wetenschap, bijna. Maar echt uitrekenen hoe de beste poot eruit ziet, kost hem waarschijnlijk een jaar of honderdduizend. En al zou hij het willen, zelfs Theo Jansen heeft zoveel tijd niet.

Dus experimenteerde hij jarenlang grotendeels op zijn gevoel met maten en afmetingen, met dikten en breedten, liet de resultaten wandelen in zijn atelier, of op het strand. Jansen ontdekte geleidelijk enkele principes van het wandelende pvc-skelet, maar weet dat de kleinste variatie een heel nieuw soort beest kan opleveren. 'Er zijn domweg te veel parameters om te voorzien wat er zal gebeuren. Dat blijft.'

IJmuiden, waar hij drie weken op werkdagen zal vertoeven, wordt daarom een nieuw hoofdstuk. Niet zijn intuïtie wordt de drijvende kracht van de gebeurtenissen, maar de harde werkelijkheid. Wat niet loopt wordt gesloopt, herboren in de gedaante van de winnaars, van het Überbeest, als dat niet zo'n nare associatie zou hebben. 'Maar ik heb geen idee of we ergens op uit zullen komen', zegt hij volkomen rustig. 'Alles wat gebeurt, is goed.' Behalve op de zondagen. Omdat hij geen zin heeft om een kermis attractie te zijn. En omdat een menigte te veel wind vangt.

EN DAARNA? Na de komende drie weken is het even voorbij. Dan is er een duidelijk punt bereikt in de wordingsgeschiedenis van het strandbeest. Moeten er andere dingen een kans krijgen. Wormen op perslucht, bijvoorbeeld. Jansen: 'Fietspompjes kunnen duwen en trekken. Zet ze aan elkaar, twee, nog meer, en je krijgt een netwerk van cellen die met elkaar communiceren. Als een soort zenuwstelsel en spierstelsel tegelijk. Ik heb er al wat mee zitten hannesen.'

Vanaf het terras van het paviljoen, even uit de wind, zien we wandelaars een van de beesten optillen, in de wind draaien. De schoepen vangen wind. Een eerste stap, en dan opeens een holletje. De geschrokken wandelaar er achteraan. Jansen wipt op het puntje van zijn stoel: 'Wat doen ze nou? Ah, ja, dat kan ook. Gewoon op z'n rug leggen.'

Vooralsnog gaan de strandbeesten elke avond op stal bij het paviljoen. Een beetje uit voorzorg tegen baldadigheden in het donker. En om te voorkomen dat ze er in de nacht op eigen houtje vandoor gaan, de zee in, misschien ook wel. Al hebben proeven uitgewezen dat ze waarschijnlijk zullen blijven drijven - wieweet om mijlen verder door de branding weer op het droge gezet te worden.

Aan gedachten geen gebrek. Als Jansen een paar duizend beesten had, zou hij ze aan hun lot durven overlaten. Dan waren de vandaal en de opkomende vloed gewoon twee van de talloze onverwachte factoren die het voortbestaan van de soort beïnvloeden. Jansen: 'En het aardige is dat je dan waarschijnlijk een heel andere soort zou zien overleven dan de snelste. De meest aandoenlijke die ook nog een beetje vooruit komt.'

Dat is het aardige van zijn manier van werken, wil hij benadrukken. 'De aantrekkelijkheid voor vandalen, dat stop je niet zomaar in een computer. De evolutie kan wel inefficiënt lijken, maar een kortere weg is er niet.'

Motorgeronk in de duinopgang. De brigadier van de plaatselijke politie draait met zijn wit-blauw-oranje Landrover-kloon een soepele bocht en komt ter hoogte van de kunstenaar tot stilstand. Wat meneer aan het doen is. Jansen legt het uit, de korte variant. De getaande kop licht op. Beesten, dat? Van pvc? En lopen op de wind? Juist, kunst zeker. Maar lollig, hoor, begrijp hem goed. Fijn voor de mensen.

Alleen één ding begrijpt hij even niet. Als meneer kunstenaar is, dan zit hij hier bij de Beach-inn helemaal verkeerd. Verderop moet hij zijn, daar hebben ze geld. Veel geld. Verkoopt meneer misschien nog wat ook.

Strandbeesten van Theo Jansen. Beach-inn, IJmuiderslag, t/m 30 april. Maandag t/m zaterdag, 10.30 tot 15.30 uur (niet van 14 t/m 17 april).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden