Lettinga-stuff

Drie jaar geleden stierf Niels Lettinga, vermaard jazzplatenverzamelaar. Sinds zijn dood raakte zijn 26 duizend albums tellende collectie verspreid over de aardbol....

Dat hij met één van zijn 26 duizend jazzplaten in zijnarmen is gestorven, dat kon niet anders. Maar met welk plaatjedan precies, willen vinylfreaks weten. Niels Lettinga moet zijneinde hebben voelen aankomen, om ten slotte nog één keer dieaftandse pick-up een zet te geven.

Want de dood, dat weten we toch, daar hoort een plaatje bij.

Iets van Stan Kenton op Capitol met die stevige blondinevoorop? Of een Blue Note (eerste persing!) van Hank Mobley,Dexter Gordon of Clifford Jordan, grote Amerikaanse blazers diehij ooit de hand schudde? Of toch iets van zijn vriend Rein deGraaff, de Veendamse bebop-pianist, voor wie hij de hoestekstenschreef?

Hij zou nog één keer doen alsof hij een trompet bespeelde.Pieh! Pie-pe-die! Of zijn handen laten wapperen met denkbeeldigebrushes. Tsjss tsjss... Of murmelend en schuddebuikend eenjazzpianist imiteren. Niels zou nog één keer he-le-maal diemieterse Niels zijn.

Maar toen de grootste jazzcollectioneur van West-Europa driejaar geleden stierf, was hij alleen met zijn immense verzameling,zijn zonnebril, zijn sigaretten en zijn houten been. Niks geenhardgebakken swing of knetterende groove op het moment dat dehuismeester van de Purmerendse flat de deur openmaakte enLettinga daar werd aangetroffen.

Het was voor het eerst stil in het huis van de Mâitre desDisques, zoals hij zichzelf noemde. Hij was in coma geraakt. Op18 december 2002 kwam een einde aan het leven van Eberhard TjeerdLettinga (64) en aan zijn onbeteugelde, bezielde verzameldrift.

Ergens in het voorjaar stond daar opeens een originele plaatvan het fameuze Riverside-label in de bakken van platenzaakConcerto. Wat! Huh?

Wereldwijd wordt jacht gemaakt op authentieke jazzplaten. Opveilingsites op internet worden honderden en soms duizendendollars betaald voor exemplaren van labels als Blue Note,Riverside of Prestige. Japanse verzamelaars kopen alleAmerikaanse en Europese schatkamers leeg. Hippe jonge dj'sstruinen het universum af naar die ene sample op die enejazzplaat.

Dit moest dus een vergissing zijn: zomaar een echte plaat uit1961 van The Jazz Brothers daar in Amsterdam - en ook nog vooreen broederlijke prijs.

Op de achterkant van Hey Baby! waren onrustig gekrabbel en inhet rood geschreven cijfers te lezen. De hoes werd met blauwplakband bij elkaar gehouden. 'Vandaar die lage prijs', zei deverkoper.

Niet veel later lag daar een gehavende, maar originelePrestige-plaat van Stan Getz. Weer later: Lee Konitz met WarneMarsh op het Atlantic-label, Milt Buckner op Argo, Sal Salvadoruit 1956 - alle in houtje-touwtje-toestand.

Wat was hier aan de hand? Maar vooral: wie was in hemelsnaamdie 'E.T. Lettinga' waarmee elke plaat werd gesigneerd? Watbetekenden die vreemde getallen achterop de hoes? Over wie ginghet als hij schreef over 'supercollector', 'hectischesuperbuzzer' en 'bebop-professor'?

Toen Gert Mazurel, toenmalig mede-eigenaar van Concerto, dedeur opende van Lettinga's flat zag hij een enorme ravage.O-ve-ral platen: eerst in de hal, verder in de woonkamer met dieuitpuilende houten stellingkasten. In voorraadkasten, naast dewasmachine en vooral op de grond, rijen dik.

Het was een wonder dat Lettinga niet was vermorzeld door zijneigen verzameling.

Begin 2003 kreeg Mazurel een telefoontje van Titia Lettinga,de halfzus van de verzamelaar. 'We hebben een grote partij jazz.We kunnen niet zeggen van wie het is, maar hebben jullieinteresse?'

Dat het om de collectie-Lettinga ging, was niet zo moeilijkte raden. Van een klant hoorde Mazurel dat hij was overleden.'Dus dan weet je dat die verzameling boven de markt hangt. En danweet je dat dat iets héél bijzonders is.'

Hij stond in de huiskamer en bedacht dat hij toch onmogelijkal die tienduizenden platen kon bekijken en op krassen koncontroleren. Grofweg trok Mazurel er één uit de kast, en nogéén en nog één Hij had alles, daar leek het op. Allejazzplaten gemaakt tussen pak'm beet 1949 en 1969 stonden daarop de vijfde etage van een flat in Purmerend.

Bovendien kende hij Lettinga al jaren en wist hij van zijnongetemde verzamelwoede. Altijd goed voor vijftien stuks perweek, en permanent alert opdat hij niks zou missen.

Lettinga's zeurende stem als hij een stapeltje ongeprijsdvinyl achter de toonbank ontdekte, krijgt hij nooit meer uit zijnhoofd.

Tijdens het lospulken van de platen ontdekte Mazurel ook hetgrote mankement aan zijn verzameling. Er was geen hoesonbeschreven of intact. Met een scheermesje had hij foto's vanmuzikanten uit jaren vijftig-hoezen gesneden - een oorlogsmisdaadin de ogen van verzamelaars. Anderen waren beplakt met 'tietenuit The Hustler' of 'billen uit ouwe Panorama's'.

Dit ondefinieerbare knip- en knutselwerk deed de prijs weiniggoed. Uiteindelijk kocht Concerto de hele partij voor 66 duizendeuro - ongeschonden jazzvinyl had minimaal het vijfvoudigeopgebracht. 'Ik heb in die 40 jaar nog nooit zo'n completeverzameling gezien', zegt Sem van Gelder, jazzplatenhandelaar uitGroningen. 'Uniek voor Europa, en misschien wel voor de wereld.Als hij ze maar niet had gemold.'

Met acht mensen van Concerto waren ze drie dagen bezig om decollectie in kaart te brengen en naar Amsterdam te brengen. Deeerste vinyljunks die lucht hadden gekregen van deze opmerkelijkezending, stonden met hun gezicht tegen de winkel gedrukt, inafwachting van wat er uit de vrachtwagens zou komen. 'Er heersteeen koortsige sfeer', vertelt verzamelaar Albert Smidt. 'Westonden likkebaardend te wachten op wat er in de bakken zoukomen.'

Rein de Graaff maakt de deur van zijn muziekkamer open. Aande wand affiches van optredens van de pianist met grote jazzo'sals Dizzy Gillespie en James Moody. In de hoek zijn piano, en aande andere kant zijn jazzplaten, waaronder zijn sprookjesachtigearsenaal van het formaat ten inch.

En daar is voor het eerst een afbeelding van Lettinga, zijnvriend voor bijna veertig jaar. Dit is dus die E.T. Lettinga: eenkalende man met een zonnebril op die blakend achter een vibrafoonstaat - een paar jaar voor zijn dood gefotografeerd. 'Niels waseen geweldige man', zegt De Graaff. 'Een opgewekte, intellectuelegrootheid. Een groot verzamelaar, dat vooral.'

Ze waren elkaar midden jaren zestig tegengekomen in Concerto.Lettinga kaapte net Le Jazz Cool van Charlie Parker voor zijnneus weg, en ze kwamen in een pingpongende conversatie terechtover jazzplaten die vier decennia duurde.

'Ken jij die niet?'

'Heb jij die dan?'

'Heb jij die niet?'

'Ik heb 'm wel.'

Niels Lettinga bleek toentertijd bij zijn aristocratischegrootmoeder in Amsterdam te wonen. Oma Lotti was eenknipkunstenares uit Lijzig en had hem in huis genomen nadat zijnmoeder was overleden.

Oma's bovenhuis was afgeladen met zeldzaam vinyl, al wist omadat niet. Hij had alle platen in kasten gedaan waarvan hij alleende sleutel had. Ze mocht niet weten dat hij zijn erfenis injazzplaten omzette.

Na zijn rechtenstudie in Leiden kwam hij bij de gemeenteAmsterdam terecht. Maar dat was niks voor hem, zag zijn oudestudievriend Frank van Halstert. 'Hij hield niet van diealledaagse onzin. Daarvoor was hij te veel een vrijgevochtengeest.'

Lettinga werd voltijds platenverzamelaar, en toen zijn omanaar een verzorgingsflat ging, verhuisde hij naar Purmerend. VanHalstert: 'Ik heb 'm nog wel eens gepolst voor een baan op eenreclamebureau, want hij was zo'n creatieve geest: beetje tekenenen het opschrijven van gekkigheid. Maar niks hoor.'

De Graaff verlaat zijn muziekkamer, loopt de gang door en komtin zijn archiefruimte. Nog meer Lettinga-stuff, voorspelt hij.'Dit is ook in zijn huis gevonden.' In een kast liggen tientallenschriften vol fantasierijk gefröbel, de schaduwboekhouding vaneen jazzfreak. Elke plaat heeft een eigen bladzijde: eenallegaartje van foto's van muzikanten, handtekeningen, uitroepen(Hold it!), raceauto's (Blink!), pinguïns (Your move, dad) enveel naakte vrouwen (Voltreffer!).

'Ik denk dat hij met die schriften een verhaal wildevertellen', vertelt Titia Lettinga, die de collages in de flatvan haar halfbroer ontdekte. 'Hij was zeker geen wereldvreemdeweirdo die niet wist wat er in de wereld aan de hand was. Ikmaakte me weleens zorgen om hem: al dat geld in die platen. Latersnapte ik dat hij net zo bevlogen was als een ballerina. Dit waszijn bestaan.'

In het leven naast de plaatjes was er nog één grote liefde,al leefden ze apart. Verderop in de galerij woonde Païvi, eenFinse met een drankprobleem. Toen de alcohol haar steeds fatalerwerd, bleef hij haar verzorgen, totdat ze midden jaren negentigoverleed.

Ook met Lettinga's gezondheid ging het slecht, vooral door desuikerziekte waar hij sinds zijn jeugd aan leed. Hij kwam steedsvaker in het ziekenhuis te liggen, en uiteindelijk werd zijn beenafgezet.

Zijn zucht naar mooie platen leek er niet onder te lijden, netals zijn humeur. Bij Record Mania zette hij eerst zijn houtenbeen bij de deur, en ging dan zoeken. Sem van Gelder van deSwingmaster belde hij op dat hij weer hij kwam snuffelen. Zijnscootmobiel liet hij in de trein naar Groningen zetten, en stoofhij naar de winkel.

'Vloekend van blijdschap kwam hij binnen', vertelt Van Gelder,'Dan vroeg hij of ik zijn tafelbier voor in de trein terug in deijskast wilde zetten, en al ouwehoerend en rokend rommelde hijurenlang in de bakken. Hij ging nooit zonder een stapel platenweg.'

'Hé Niels', vroeg Rein de Graaff een paar jaar voor zijnoverlijden, 'wat moet er eigenlijk na je dood met al die platengebeuren?' 'O, daar ben ik mee bezig. Een conservatorium heeftinteresse', zei Lettinga. Maar De Graaff vond dat eenschlemielige gedachte: 'Je laat die platen toch niet bij eeninstantie achter slot en grendel opsluiten? Die platen zijn jekinderen, man. Die moeten vrij de wereld in. Die moeten opnieuwworden opgehaald.'

En zo gebeurde het dus. Concerto zette overigens niet de heleverzameling in de winkel. Zo nu en dan werd een verhuisdoosuitgepakt, en de bakken bevoorraad. Zo bleef de gretigheid naarnieuwe Lettinga's levend.

Nu, drie jaar na zijn dood, is het voltooid. Op een enkeleachtergebleven dixieland-verschoppeling na zijn de 26 duizendover de wereld verspreid, in handen gekomen van jonge bebop-cats,zoals Albert Smidt die honderd exemplaren scoorde.

'Ik kende 'm niet', zegt hij. 'Maar door zijn platen isLettinga voor mij gaan leven: heb ik een beeld gekregen van eenobsessieve, warmbloedige verzamelaar. Je voelt dat die collectiede reden was van zijn bestaan. Nu is het allemaal uit elkaargespat, net als zijn leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden