RecensieDocumentaire Letter to the Editor

Letter to the Editor is de fascinerende weerslag van 40 jaar foto’s knippen uit The New York Times

De Amerikaanse kunstenaar en filmmaker Alan Berliner monteert de duizenden foto’s die hij heeft uitgeknipt en gearchiveerd tot een hoogstpersoonlijk essay over de tijd waarin hij leeft.

Uit de Idfa-documentaire ‘Letter to the Editor’

Ergens in 1980 begon de Amerikaanse kunstenaar en filmmaker Alan Berliner foto’s uit de krant te knippen. De krant was The New York Times. Hij begon de foto’s op te slaan in een fijnmazig archiefsysteem met op een bepaald moment 1.600 categorieën, in een immer groeiend systeem – allemaal bewaard in doosjes in zijn atelier in New York. Dat ging zo: in eerste instantie had hij de categorie ‘mannen met wapens’, totdat hij steeds meer ‘vrouwen met wapens’ zag. Een nieuwe categorie was geboren, die later nog gezelschap kreeg van ‘kinderen met wapens’.

De vraag die boven dit project hing – volgens de kunstenaar zelf ‘een routine die uitgroeide tot een ritueel’  – was: waarom? De vraag kan op verschillende manieren beantwoord worden, ook door Berliner zelf, maar een van de antwoorden is op het Idfa te zien. Letter to the Editor is een wonderbaarlijke film, die in zijn geheel bestaat uit een montage van foto’s uit Berliners archief: 7.185 foto’s in totaal. Uitgeknipt, gescand, gerubriceerd en vervolgens ondergebracht in een duizelingwekkende (en neem dat vooral ook letterlijk) montage, waarin Berliner een hoogstpersoonlijk essay vertelt over de tijd waarin hij leeft, zijn liefde voor het nieuws en The New York Times in het bijzonder en zijn diepe zorg over waar het heen gaat met de wereld – en met de papieren krant. Want wat heeft hij aan een onlinekrant? En internet, die eindeloze oceaan aan nieuws, meningen en kattenfilmpjes? Zit hij aan de keukentafel met zijn schaar; niks te knippen.

Het knipsel-archief van Alan Berliner in 2010Beeld Alan Berliner

Ronald Reagan en CNN

Hij was 23 toen hij begon te knippen. 1980, het eerste jaar van Ronald Reagans presidentschap, maar ook het geboortejaar van CNN, het eerste 24-uursnieuwskanaal. Het eerste verhaal dat Berliner een zelfverklaarde ‘nieuwsjunk’ maakte was de Iraanse gijzelingscrisis. Amerikaanse media begonnen de dagen dat de gijzeling voortduurde te nummeren. ’s Avonds schakelde je in voor Day 55, Day 56, en zo verder. 

Voor Berliner vormt de papieren krant de ruggegraat van zijn dag, te beginnen met de wandeling naar de kiosk. Het verhaal dat hij vertelt in Letter to the Editor gaat over van alles; zijn familiegeschiedenis; hoe Amerika is veranderd de afgelopen veertig jaar; zijn liefde voor honkbal, maar eigenlijk verrassend weinig over fotografie zelf. Ja, hij staat stil bij het gedenkwaardige moment dat The New York Times, en kranten wereldwijd, op kleur overgingen en moppert over de gemiste kans op die eerste kleurendag, toen de krant opende met een weinig spectaculair beeld. Hij heeft ook een verzameling misdrukken aangelegd en is gefascineerd door het verschijnsel dat op sommige krantenfoto’s de andere zijde van de pagina als een fantoom aanwezig is. 

Op 9/11 wordt hij, samen met zijn miljoenen stadsgenoten, zelf deel van het grootste nieuwsverhaal van zijn generatie. Maar verwacht geen betoog over de rol van de fotojournalistiek. Oneerbiedig geformuleerd is het werk van die honderden Times-fotografen een geheugensteuntje voor de filmmaker, een manier om de voortrazende tijd in een systeem onder te brengen.

Alan in zijn studio in 2005Beeld Alan Berliner

Berliners eigen rol

Voor het eerste deel van zijn familieverhaal is Berliner, binnen zijn eigen strikt nageleefde spelregels, afhankelijk van foto’s die hij associatief monteert. Maar op een bepaald moment wordt hij een bekende filmmaker en beginnen er foto’s over zijn eigen leven en werk in de krant op te duiken. Op een portret uit de Times kan hij op de achtergrond zijn knipselarchief aanwijzen. In Letter to the Editor maakt hij ook gebruik van een geluidenarchief en hij staat zich soms een kleine kunstgreep toe, waarbij hij het effect van een foto versterkt door subtiele animaties.

Het hele filmoeuvre van Berliner, een vertrouwde verschijning op het Idfa, is gewijd aan een gevecht tegen de vergankelijkheid en het langzaam verdwijnen van zijn familiegeschiedenis. Intimate Stranger uit 1991 was een portret van zijn kleurrijke grootvader aan moeders zijde, deels gebaseerd op memoires. In het tragi-komische Nobody’s Business (1996) richtte hij de camera op zijn nukkige vader. De titel verwees naar het standaard-antwoord van deze onvergetelijke vaderfiguur.

En in First Cousin Once Removed, Berliners meesterwerk wellicht, legt hij vast hoe zijn neef, de dichter en vertaler Edwin Honig, in de greep raakt van Alzheimer. De film won in 2012 de prijs voor beste lange documentaire van het Idfa. De film opent met een montage van een serie ontmoetingen tussen de twee, waarin de filmmaker zich telkens opnieuw aan zijn neef voorstelt, elke keer als de vreemdeling die hij is geworden. Wat gebeurt er als je eigen geschiedenis je door de vingers glipt, de grote nachtmerrie van archivaris Berliner? De man met de schaar probeert de man met de zeis steeds net een fractie voor te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden