INTERVIEW

'Let maar op, volgend jaar sta ik waar ook ter wereld op een podium'

Jimmy Page heeft 'IV' geremasterd, het meesterwerk van Led Zeppelin, met het onverwoestbare Stairway To Heaven. Een gigantisch werk, waarvoor hij jaren de studio indook. 'Natuurlijk dacht ik weleens: goh, wat waren we goed.'

Robert van Gijssel
Led Zeppelin in 1971: Robert Plant, John Paul Jones, John Bonham en Jimmy Page. Beeld Warner Music
Led Zeppelin in 1971: Robert Plant, John Paul Jones, John Bonham en Jimmy Page.Beeld Warner Music

Een vreemde aanblik: Jimmy Page zonder gitaar. Er lijkt iets niet te kloppen, hier in de oud-Londense loungebar The Gore, op de hoek bij de Royal Albert Hall. Een gitaargod zonder zijn scepter. Een gemankeerde rockgrootheid, lichtelijk onthand, die zich dan ook wat aarzelend door het vertrek verplaatst. Elegant, dat wel. Een hyperslanke 70-jarige. De sneeuwwitte haren in een strakke staart, afgekleed in onberispelijk zwart. En uiterst voorkomend, zoals hij zich voorstelt met die uitgestoken gitaarhand die een dagje vrij heeft - 'Jimmy. Nice to meet you'.

Alsof Jimmy Page zich zou moeten voorstellen: componist, gitarist én producer van de megaband Led Zeppelin, een van de invloedrijkste popmusici, ooit uitgeroepen tot 'grootste en mysterieuste gitarist aller tijden', uitvinder van de hardrock; en hamer nog maar wat eretitels op dat voetstuk. Dit soort jubelende kwalificaties moeten de heer Page zelf toch ook onbescheiden door het hoofd zijn geschoten toen hij zich jaren geleden opsloot in een Londense geluidsstudio tussen dozen vol mastertapes, met duizenden 'takes' van analoge studio-opnamen van zijn band Led Zeppelin. Toch best een lekker bandje.

Page had ergens begin deze eeuw besloten dat de nalatenschap van Led Zeppelin moest worden veiliggesteld. De catalogus van klassieke rockplaten uit de jaren zeventig moest nog één keer opgepoetst worden uitgebracht, vond Page, begeleid door vondsten uit de schatkist van Led Zeppelin: alternatieve mixages, nooit eerder gehoorde opnamen. 'Ik wilde een raam openen naar de geschiedenis. Iedereen kent die platen, maar ik wilde iets meer vertellen over onze tijd, hoe we destijds werkten. Doen aan geschiedschrijving, verdieping aanbrengen.' Jaren zat Page dus verstopt in de geluidsarchieven en werkte hij als een monnik aan zijn serie heruitgaven, koptelefoon vastgeschroefd op het hoofd.

'Natuurlijk dacht ik dat weleens: goh, wat waren we goed. En ik werd ook weleens overmand door emoties als ik drumtakes van John Bonham (overleden in 1980 in het huis van Jimmy Page, red.) zat te beluisteren: wat een inventieve en technisch begaafde drummer was dat toch. Maar dat waren geen nieuwe inzichten. Mijn geheugen heeft me goddank nooit in de steek gelaten. Misschien was dat wel een van de grootste verrassingen voor mezelf: hoe nauwgezet ik me alles kon herinneren. Je moet je voorstellen: ik zat echt tussen honderden dozen met geluidsbanden, waarop niets meer stond genoteerd dan het nummer waar de take voor was opgenomen. Maar als ik een band afluisterde, wist ik het precies, o ja, de vierde take, overdub gitaarpartij, die en die dag, opgenomen in die en die studio, voor The Song Remains The Same, plaat Houses Of The Holy.'

'De foto op de cover is mijn favoriete portret. Iedereen kan erin zien wat hij wil. Die oogopslag: stoer, zelfverzekerd, of vertroebeld door verdovende middelen. Zeg het maar. Ik weet er het mijne van.' Beeld -
'De foto op de cover is mijn favoriete portret. Iedereen kan erin zien wat hij wil. Die oogopslag: stoer, zelfverzekerd, of vertroebeld door verdovende middelen. Zeg het maar. Ik weet er het mijne van.'Beeld -

Heruitgaven

Dit weekeinde verschijnt de tweede worp van de serie Led Zeppelin-heruitgaven: Houses Of The Holy uit 1973, en het titelloze vierde album uit 1971, beter bekend als IV. Met daarop de rockstandaardwerken Black Dog en Rock And Roll, en natuurlijk Stairway To Heaven, het uitgesponnen rockanthem waarbij volwassen kerels nog altijd als kleuters kunnen gaan zitten janken, zoals twee dagen voor het interview al bleek bij een eerste presentatie van de nieuwe mix in de Londense Olympic Studio. 'Ja, het ging weer mis hè? Iemand in tranen. Mooi toch?'

Wat is dat toch met dat nummer? Kan Jimmy Page dan zelf misschien eens uitleggen waarom dat bijna tien minuten durende rocklied kennelijk nog altijd weet te ontroeren? 'Toen ik het componeerde, thuis, alleen met mijn gitaar, dacht ik niet: ik ga nu eens een episch en tijdloos rocklied schrijven. Helemaal niet. Maar ik wilde wel iets doen wat nog nooit eerder gedaan was. Een popnummer opbouwen als klassieke, symfonische muziek. Dat begon met een fragiele akoestische gitaar, waar zich langzaam een tweede gitaar bij zou voegen, waarna het crescendo zou gaan in een soort rockexplosie van elektrisch geluid. Het ging me om die opbouw, de beweging van het lied, de lange tocht naar de finale, de ontlading. Toen ik het met Robert Plant ging uitwerken en hij er die prachtige teksten bij schreef, dacht ik wel: oef, het is donker en intens. Maar ik had absoluut niet het idee dat Stairway To Heaven zo'n klassieker zou worden. Dat had ik bijvoorbeeld wel bij de riff van Whole Lotta Love, of het intro van When The Levee Breaks, die gitaarriff met de kolossale drums van Bonham. Toen ik dat schreef, dacht ik: hm, ja, dit is een killer, dat gaan de mensen wel mooi vinden. Stairway To Heaven was meer een experiment dat verrassend goed heeft uitgepakt.'

Dat kan ook worden gezegd over de huidige heruitgave van het nummer, en eigenlijk al het remasterwerk van Page. De overbekende nummers klinken werkelijk anders en dat is een vreemde luisterervaring. De instrumentatie lijkt op de huidige remasters uit elkaar getrokken: ieder instrument heeft een eigen volume en dynamiek gekregen. De gitaren fonkelen, de toetsen en baspartijen van John Paul Jones ronken zwaar en de soms zo heerlijk snerpende gilzang van Robert Plant klinkt scherper dan ooit: een mes door de ziel. Alsof de luisteraar zelf aanwezig is in de studio en hoort hoe alle losse delen van een nummer live aan elkaar geplakt worden. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

'Het is een kwestie van investeren', zegt Page. 'Toen ik aan de klus begon wist ik dat het jaren zou gaan duren. Begin je aan de eerste plaat, dan zul je tot die laatste moeten gaan. Ik heb iedere losse opname afzonderlijk geremasterd. Dus helemaal afgestoft, een nieuwe zwaarte gegeven en weer in het nummer gevoegd. Want al ben ik van de oude stempel - ik zweer bij vinyl - er kan tegenwoordig veel meer. In onze tijd konden we gewoon niet zoveel bas in onze nummers stoppen als we wilden, want dan zouden de naalden over de platen gaan stuiteren. Met de productietechnieken van nu kan er veel meer diepte aan de afzonderlijke instrumenten worden gegeven, meer dynamiek, meer punch en warmte. Daarom klinken bijvoorbeeld de gitaren en mandolines in The Battle Of Evermore zo sprankelend, zo etherisch.'

Led Zeppelin. Beeld Warner Music
Led Zeppelin.Beeld Warner Music

Geschiedsvervalsing

Maar toch ook: anders. Was Page niet bang dat hem geschiedvervalsing zou worden verweten? Platen als IV zijn heilige relikwieën uit de glorietijd van de rock, mag je daar wel aankomen? 'Zeker wel, al was het maar omdat ik de baas ben over mijn eigen werk. Maar er verschenen de afgelopen jaren zoveel opnamen van Led Zeppelin: live-uitvoeringen, zoals ons reünieconcert in 2007, bootlegs. Ik wilde die stroom vergezeld laten gaan van het echte werk, de basis van al die liveshows, en dan nu eens zo goed mogelijk opgenomen en zo heavy als we het destijds graag hadden uitgebracht.'

Hij is gewetensvol te werk gegaan, zegt Page, en natuurlijk begrijpt hij ook de gevoeligheden. 'Het orgel van No Quarter zit nog steeds verpakt in een witte ruis, dat kenmerkende zuchtende geluid. Natuurlijk heb ik die ruis niet weggepoetst, dat zou de essentie van de muziek hebben aangetast. Je moet niet alles doen wat technisch mogelijk is, en de ziel van de muziek intact laten, dat zware analoge geluid zien te behouden. Want dat hoorde bij Led Zeppelin.'

Dus is in de serie heruitgaven als nooit tevoren die brute oerkracht achter de muziek van Led Zeppelin te horen, de muzikale essentie van de band, voortgekomen uit een psychedelische benadering van folk en bluesrock die de weg zou wijzen naar de hardrock, het startschot zou geven voor het rocktijdperk. 'Ja, we waren gruwelijk heavy', zegt Page. 'Maar ook fijnbesnaard, en juist dat viel me de afgelopen jaren op, in de studio. Het bijzondere aan Led Zeppelin was dat we in deze band allemaal compleet anders gingen spelen. John Bonham had natuurlijk al wat gedrumd, had enige bekendheid in een paar rock-'n'-rollbandjes, maar in Led Zeppelin zou hij een totaal andere drummer worden. Dat gold ook voor mij. Zeker, ik had best verdienstelijk gitaar gespeeld in The Yardbirds, maar in Led Zeppelin werd alles anders. Iedereen probeerde de ander bij te benen en we dreven elkaar tot het uiterste. Robert Plant ontwikkelde een heel nieuwe zangtechniek, werd bij ons pas die ongelooflijke rockzanger. Dat was Led Zeppelin.

'Er was een nieuw tijdperk in de muziek aangebroken, wij wilden vooroplopen, alles anders doen, vernieuwend zijn, en we zweepten elkaar op. Daarom klinkt iedere plaat van Led Zeppelin ook anders. Ik hoor een totaal andere Jimmy Page op onze debuutplaat uit 1969 dan op de opvolger, tien maanden later. Iedereen ontwikkelde zich bij Led Zeppelin tot een compleet nieuwe muzikant. Die opwinding hoor je op de platen. We waren ook heel overtuigd van onszelf, zeker bij de opnamen van IV. We voelden ons in topvorm, konden de wereld aan en dachten echt: niemand kan op het moment spelen zoals wij het doen. Alles klopte.

'We hadden ons voor het vierde album voor het eerst opgesloten in een landhuis, niemand mocht eruit, we hadden een prachtige tijd. Een studio gebouwd in de woonkamer, de drums opgesteld in de hal. Allemaal een slaapkamertje, samen eten. Het was onze triomftijd, we waren zielsgelukkig en we wisten dat we de popmuziek in beweging gingen zetten.'

Jimmy Page. Beeld Nucky Johnson
Jimmy Page.Beeld Nucky Johnson

Inspiratiebron

Led Zeppelin werd de inspiratiebron voor generaties popmusici, wordt steevast genoemd als voornaamste invloed, of je het nu vraagt aan indiebandjes, alternatieve folkjongens, psychedelische bluesrockers of metalheads. 'Het oeuvre van Led Zeppelin is textbook-muziek geworden ja, lesmateriaal. Daar ben ik heel dankbaar voor. Waarom? Omdat mijn tijdgenoten en ik ook zo diep in het werk van anderen waren gedoken, eind jaren vijftig en begin jaren zestig. Ik, Keith Richards, Jeff Beck, Eric Clapton, noem maar op, wij zaten helemaal ingegraven in de Amerikaanse blues, de Chicagoblues, de opkomende rockabilly, Elvis en Buddy Holly. Het was zo'n mooie tijd, die muziek was zo nieuw en wild, je moest er echt heel hard naar zoeken en langzaam kwam het dan vanuit de Verenigde Staten naar Groot-Brittannië.

'Ik stond destijds versteld wat zes snaren konden voortbrengen, steeds onder de handen van iemand anders. Ik werd compleet opgezogen door de muziek van mijn voorbeelden, en dat wij als Led Zeppelin nu ook een voorbeeld mogen zijn, daar word ik echt heel blij van. Dat de kids zich nog altijd over ons werk buigen, geweldig. Ook daarom ben ik aan dit hele proces begonnen, om dat werk van ons nog eens goed aan te kunnen bieden.'

Verboden onderwerp bij een gesprek met Jimmy Page. 'Don't mention Robert Plant', had het management van Page de interviewer nog ingefluisterd. 'Dan verpest je het voor jezelf.' De relatie tussen de twee is veelbesproken en niet altijd even zachtzinnig, maar Page heeft simpelweg geen zin erover uit te weiden. En nee, nog een reünie van Led Zeppelin zit er echt niet in, dus hou maar op.

Maar een plaagstootje Plant mag best, als het gesprek weer eens aanbelandt bij productietechnieken en geluidskwaliteit. De heruitgaven van Led Zeppelin verschijnen niet alleen op vinyl en cd, maar ook op het door audiofielen zo verfoeide mp3-formaat, een muzikale verschijningsvorm waarover Robert Plant onlangs opmerkte dat die toch wel heel erg te wensen overliet. Page schiet als verwacht naar het puntje van de lederen fauteuil, waarin hij even daarvoor nog zo relaxed hing. 'O, zei hij dat? Echt joh? Nou, wat verrassend. Ik zeg het al jaren. Origineel van hem.'

Dat zit dus nog niet helemaal lekker. En Page ziet de volgende bui ook al overtrekken. Robert Plant heeft na Led Zeppelin een boeiende muzikale carrière afgelegd, brengt nog altijd belangwekkende platen uit. Jimmy Page blikt vooral terug, op de mooie jaren van Led Zeppelin, en in een deze week verschenen fotobiografie. Kunnen we van Page nog eens wat verwachten de komende jaren, ook gezien het feit dat hij nu niet bepaald een uitgebluste indruk maakt?

'Had je me drie jaar geleden gevraagd 'Speel je nog iedere dag gitaar, Jimmy?', dan had ik gezegd: nee, ik speel niet. Ik zat in die monsterklus in de studio, weet je nog? Vraag je het me nu, dan zeg ik: ja, ik speel. Elke dag. Het werk van de heruitgaven zit erop en ik ben dus nieuwe muziek aan het schrijven. Of ik weer live wil gaan spelen? Ja, zeker. Een lange tournee? Nou, nee; of, nou ja, waarom ook eigenlijk niet? Ik mis het contact met het publiek. Ik ga weer een band vormen, let maar op, volgend jaar sta ik ergens, waar ook ter wereld op een podium. Het terugblikken is nu wel even klaar. En ja: dat beloof ik.'

De heruitgaven van IV en Houses Of The Holy zijn verkrijgbaar, in luxe vinyl, op cd en via iTunes, met extra opnamen en alternatieve geluidsmixen. De ruim 500 pagina's tellende fotoautobiografie Jimmy Page by Jimmy Page is verschenen bij Genesis, 45 euro.

Het was lang wachten op de autobiografie van Jimmy Page, maar nu ligt die dan zwaar op de koffietafel. Een kolossaal fotoboek: Jimmy Page by Jimmy Page.,Louter beeld. 'Het leek me beter een geschreven biografie pas na mijn dood te laten verschijnen', zegt Page. 'Dan merk ik in ieder geval niets van de rechtszaken en hoef ik ook niet aan promotie te doen. Een fotobiografie leek me een prachtig idee, omdat het nooit eerder is gedaan. Je krijgt een perfect tijdsbeeld, alleen in foto's. Als je zelf een biografie in handen krijgt, blader je toch ook direct naar dat fotogedeelte ergens middenin? De foto op de cover is mijn favoriete portret. Iedereen kan erin zien wat hij wil. Die oogopslag: stoer, zelfverzekerd, of vertroebeld door verdovende middelen. Zeg het maar. Ik weet er het mijne van.'

Het beste van de nieuw uitgebrachte Led Zeppelin-platen IV en Houses Of The Holy

IV: Stairway To Heaven - Sunset Sound Mix. Iedere rockliefhebber herinnert zich die eerste keer dat hij Stairway To Heaven hoorde en tegen de vlakte sloeg. Nu komt er een tweede keer, in de destijds afgekeurde Amerikaanse mix van het nummer, geleverd op de bonus-cd. Het nummer heeft minder slagkracht, maar dankzij kleine subtiele echo's in de toetsen en gitaren klinkt vooral de ouverture nog mystieker.

IV: When The Levee Breaks - Alternate U.K. Mix. Kan dat, een nog brutere John Bonham? Ja, het kan. De klagende en jankende blueszang van Plant gaat door merg en been.

IV: The Battle Of Evermore - Mandoline/Guitar Mix From Headley Grange. De instrumentale versie van het fijnzinnige folklied richt de volle concentratie op het mandoline- en gitaarwerk van Page. Geen virtuoze, gierende solo's maar een prachtig sfeerspel in sublieme akkoorden.

Houses Of The Holy: No Quarter - Original Mix. Geen nieuwe mix, maar een scherp geremasterde versie van het slepende en experimentele bluesrocklied. Het orgel van John Paul Jones zoemt, kreunt en zuigt en is dus in alle analoge glorie bewaard gebleven. Het geluid is moddervet en oprecht angstaanjagend.

De Olympische Jimmy Page

De Britse rockband Led Zeppelin was gedurende de jaren zeventig het grootste reizende rockcircus ter wereld. De band verplaatste zich per eigen vliegtuig en toerde van honkbalarena naar voetbalstadion.

Jimmy Page is dus wat gewend, zou je zeggen, maar gevraagd naar de hoogtepunten van zijn carrière komt Page toch met een verrassende mijlpaal: zijn bijdrage aan de slotceremonie van de Olympische Spelen van Beijing in 2008. Daar speelde Page de onverwoestbare rockclassic Whole Lotta Love, terzijde gestaan door de Londense zangeres Leona Lewis, die destijds deelnam aan de talentenjacht The X Factor.

Page: 'Eerste werd mij gevraagd of het lied mocht worden gebruikt bij de ceremonie. Natuurlijk, zei ik. Leuk! Later kwam de organisatie vragen of ik het misschien niet zelf wilde spelen, live, in dat enorme Nationale Stadion van Beijing. Ik vroeg nog: weten jullie het zeker? Want dan wil ik het wel helemaal spelen, en het duurt best even. Dat was geen enkel probleem. Dus toen moest ik eraan geloven.

'Het nummer moest de overhandiging van de Olympische Spelen van Beijing aan Londen begeleiden. Leuk idee, want die Leona Lewis, wat ik trouwens een geweldige zangeres vind, kwam ook uit Londen. Dus wij moesten samen die Olympische Spelen even binnenhalen. Of ik dat leuk vond om te doen, na alles wat ik al had meegemaakt? Goodness gracious me, maar natúúrlijk! Ik kan je vertellen dat het angstzweet in mijn handen stond. Mijn ass stond op het spel, zo voelde dat echt. Zo'n publiek had ik nog nooit gehad natuurlijk, er keken 250 miljoen mensen naar de die uitzending. Het was echt geweldig en ontegenzeggelijk een hoogtepunt in mijn carrière.'

De gitaarsolo die Page gaf bij zijn olympische uitvoering van Whole Lotta Love brak een record. Het werd de meest live bekeken gitaarsolo in de geschiedenis.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden