InterviewRegisseur van Les Misérables

Les misérables werd anderhalve eeuw geleden geschreven, maar in de Parijse banlieue is het nog altijd miserabel

Jongeren uit de banlieue in Les misérables.

Ruim 150 jaar na Victor Hugo laat regisseur en banlieuebewoner Ladj Ly met zíjn Les misérables zien dat erbarmelijke omstandigheden in Frankrijk nog steeds voor explosieve situaties zorgen. 

Tien jaar oud was regisseur Ladj Ly (40) toen hij voor het eerst door een stel agenten tegen een muur werd gezet en gefouilleerd. Het ene moment was hij, kind van Malinese ouders, nog rustig aan het voetballen met vriendjes  op een pleintje in een Parijse buitenwijk. Het volgende moment werd hij hardhandig met zijn neus richting muur gedraaid en kreeg hij beledigingen naar zijn hoofd geslingerd.

‘We waren kinderen; we begrepen er niets van. Ik herinner me dat een van de agenten ons voor makaak uitmaakte. Later op school vroeg ik de juf wat dat betekende. ‘Aap’, zei ze, ‘het is een soort aap.’ Toen snapte ik het nóg niet: apen? Waarom werden we door hen nou apen genoemd?’

Dit eerste directe contact met de politie leerde Ly dus wat racisme is.

‘En daarna ben ik nog zeker duizend keer door de politie gecontroleerd.’

Duizend keer – zoiets is voor mij onvoorstelbaar.

‘Spijtig genoeg is dat voor mij de realiteit.’

Maar hoe voelt zoiets? Het moet toch gekmakend zijn?

‘Je blijft boos. Je voelt altijd woede. De bewoners zijn het zat, de omstandigheden in de banlieue. Het is aan politici om een oplossing te zoeken, maar het kan hen niets schelen. Het is vermoeiend.’

Politieke desinteresse, politiegeweld, racisme, de kloof tussen arm en rijk: wie het nieuws volgt, weet dat onvrede en frustratie broeien in de Franse buitenwijken. Maar met zijn naar de keel grijpend speelfilmdebuut Les misérables wil regisseur Ladj Ly (40), die zelf opgroeide in Montfermeil, de kijker laten ervaren hoe het er is, in de hoop mensen nu eens écht wakker te schudden. ‘Sommigen gaan over tot geweld of maken muziek. Filmen is mijn manier om mijn woede te uiten.’

Alleen al de titel valt te lezen als een statement: Les misérables is genoemd naar de beroemde roman van Victor Hugo, die zich in dezelfde wijk afspeelt. Ly laat zien dat we weliswaar ruim een eeuw verder zijn, maar dat de sociaal-economische omstandigheden nog steeds miserabel zijn en tot explosieve situaties kunnen leiden. In zijn politiek geladen drama blijkt tijdens een broeierige zomerdag dat er een leeuwenwelp uit het circus is gestolen. Daardoor lopen de gemoederen tussen de verschillende bevolkingsgroepen hoog op – drie politiemannen moeten de rust zien te bewaren in de wijk.

Ly schetst Montfermeil als een hogedrukpan. Het is een plek waar het traditionele gezag geen grip op krijgt. Waar zich noodgedwongen alternatieve machtsstructuren hebben gevormd, die in stand worden gehouden door mensen die dealtjes met elkaar sluiten om hun eigen belangen te verdedigen. Maar het evenwicht is wankel: als het misgaat, gaat het goed mis. Op het moment dat er in Les misérables een kogel wordt afgevuurd, lijkt een geweldsexplosie onafwendbaar. Ly, die in de wijk zelf filmde, met buurtgenoten als acteurs, zit zijn hoofdrolspelers zo dicht op de huid en filmt met zo veel rauwe energie, dat het je de adem beneemt.

‘Mijn film is een alarmkreet. Er zijn misschien geen eenvoudige oplossingen, maar als er niets verandert in de banlieue, gaat dit onvermijdelijk slecht aflopen. We zeggen het jullie, we zeggen het jullie al jaren, maar jullie luisteren niet. Omdat jullie het niet wíllen weten. Daarom vertel ik het nu nog een keer: zodat, als het fout loopt, je niet kunt zeggen dat je van niets wist.’

De aandacht heeft Ly. Hij leek vanuit het niets te komen toen hij bij de wereldpremière tijdens het filmfestival in Cannes de verzamelde wereldfilmpers wegblies met zijn debuut. Hij won er de juryprijs en maakt sindsdien vrijwel non-stop promotie voor zijn film. Tijdens het interview, in een hotel in Brussel, lijkt Ly het hele circus een beetje zat. Dat Les misérables genomineerd zal worden voor de Oscar voor beste internationale film en dat hij aan de vooravond staat van een zo mogelijk nog zwaardere publiciteitstour, weet hij dan nog niet. Hij zit onderuitgezakt; zijn antwoorden, die door een tolk simultaan in mijn oor worden gefluisterd, zijn zorgvuldig, maar vaak kort. Routineus. Maar als het over die gestolen leeuw gaat, veert hij op.

‘Wacht, ik laat je een foto zien.’

Hij zoekt in zijn telefoon. ‘Kijk, dit is een foto van de leeuw op de set. En dit…’ Swipe, swipe, swipe. ‘… is zo’n twintig jaar geleden.’

Het is een foto van een foto: een waarvan de kleuren al flets zijn geworden. Een jongen in een joggingbroek zit triomfantelijk op een grauw, leren bankstel. Met op zijn schoot, verdomd als het niet waar is, een leeuwenwelp.

Pardon? Is er ooit écht een leeuw in Montfermeil geweest?

‘Ja, dit welpje is daadwerkelijk door een vriend van mij uit het circus gestolen. Alles in Les misérables is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Alles. Van de eerste tot de laatste scène.’

Als inwoner van de wijk – Ly woont er nog steeds, met zijn gezin – kon hij een schat aan ervaringen in zijn film verwerken. Hij weet hoe de politie er opereert; hoe de verhoudingen in de buurt liggen. En hij filmt er al decennia: toen hij een jaar of 16  was, besloot hij met een stel vrienden een videocollectief op te richten. Hun korte documentaires en filmpjes plaatsten ze op YouTube, waar ze langzaam maar zeker een steeds groter publiek bereikten. Zo maakte Ly bijvoorbeeld tien jaar lang ‘copwatch’: als er politie in de wijk kwam en de situatie dreigend werd, wisten buurtbewoners hem te vinden en stond hij er met zijn camera bovenop. In 2008 filmde hij zo hoe een student door de politie werd geslagen. ‘Het materiaal verscheen online en het was de eerste keer dat een politieagent geschorst werd door zo’n video. De pers pikte het op; er werd gesproken over een nieuwe wet om politie-agenten aan te kunnen pakken. ‘Gebeurt dit alles dankzij míjn camera?’, dacht ik toen. ‘Dankzij mijn video? Toen realiseerde ik me pas echt wat de impact van beeld kon zijn.’

In Les misérables gebeurt iets soortgelijks: een jongen met een drone filmt per ongeluk hoe een politieman te ver gaat bij het gebruiken van geweld. Net als Ly destijds, krijgt hij te maken met panikerende agenten die het filmpje koste wat het kost vernietigd willen zien. ‘Dat personage is daardoor geïnspireerd, ja, daarom wordt hij ook gespeeld door mijn zoontje.’ Toch vertelt Ly het verhaal juist níét vanuit de wijkbewoners, maar vanuit het gezichtspunt van Stéphane, een agent die voor het eerst de wijk ingaat en verbaasd is over de manier waarop zijn collega’s te werk gaan.

Jongeren uit de banlieue in Les misérables.

‘Ik háát de politie ook niet. Er zijn agenten bij die zich Christus wanen, maar er zijn er ook die hun werk goed proberen te doen, zoals Stéphane. Ik ben kwaad op degenen die zich slecht gedragen en op het systeem. We hebben net een jaar lang rellen gehad, met de gele hesjes. Daarbij schoot de politie op iedereen, van heel dichtbij. Er waren verwondingen aan ogen, aan armen, maar er is geen enkele agent verhoord. Ik heb het nog niet eens over een veroordeling, hè? Ze zijn niet eens verhóórd over wat er gebeurd is. Agenten kunnen dus straffeloos handelen, doen wat ze willen en ze worden beschermd door de hiërarchie.’

Er was bovendien een belangrijke reden om het verhaal te vertellen via een naïeve buitenstaander, die leert hoe het reilt en zeilt in de banlieue. ‘In zo iemand kan de kijker zich makkelijk verplaatsen. Want die kent de wijken alleen door de media, met hun beelden van brandende auto’s. Maar bijna niemand weet hoe het écht zit.’

Daarom wordt het ook tijd dat er meer stemmen uit de buitenwijken te horen zijn, vindt Ly. Al moeten ze er dan wel zijn. Vorig jaar zette hij een soort filmschool op in zijn eigen buurt. ‘De officiële filmopleidingen in Frankrijk zijn duur, je moet diploma’s hebben en de juiste connecties. Die van ons is gratis. We stellen geen diploma-vereisten. De school is toegankelijk voor iedereen, niet alleen voor wijkbewoners. Je moet alleen 18 zijn. We hadden meer dan achttienhonderd aanmeldingen; de eerste dertig zijn klaar met hun opleiding.’

Zelf kon Ly evenmin naar een officiële filmacademie, al is hij daar niet rouwig om. ‘Ik wilde ook liever mijn eigen wapens creëren - met iets nieuws komen, iets dat op mij lijkt. Ik heb mezelf leren filmen en monteren. Voor mij gaat filmen vanzelf: ik denk er amper over na. Ik weet instinctief wat ik wil laten zien en hoe ik dat moet regisseren. Ik werk al twintig jaar op deze manier en verwacht niets van niemand. Mensen hebben me geprobeerd tegen te werken, maar ik ben altijd gewoon doorgegaan.’

Regisseur Ladj Ly Beeld Getty Images

Hoe was het dan om op het podium in Cannes een belangrijke prijs te ontvangen, te midden van de Franse filmelite?

Grijnst tevreden. ‘Ik heb mijn plaats hier verdiend’, dacht ik toen. ‘Ik sta hier toch maar mooi.’

Steve Tientcheu speelt de officieuze burgermeester van de buitenwijk in Les misérables.

Les misérables draait vanaf volgende week in de Nederlandse bioscopen. Deze week zijn er voorpremières in onder andere Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Nijmegen, Ede en Terneuzen.

De drie agenten die de orde moeten zien te bewaken in de banlieue uit Les misérables.

La Haine

Hoe hij La Haine (1995) in handen gespeeld kreeg, dat weet regisseur Ladj Ly niet meer. Het was gewoon zo’n VHS-band die hij en zijn leeftijdsgenoten in Montfermeil aan elkaar doorgaven met de boodschap ‘dit moet je zien’. Maar deze film zorgde er wel voor dat Ly en zijn vrienden zelf een camera oppakten.

‘Het ging over ónze wijken, we konden ons identificeren met de hoofdpersonages – het was een bron van inspiratie.’

Het in zwart-wit gefilmde La Haine, van de toen 26-jarige regisseur Mathieu Kassovitz, is de absolute oerversie van de banlieue-film. De cinematografische politieke aanklacht speelt zich af na hevige rellen in de Parijse buitenwijk Chanteloup-les-Vignes. Drie vrienden, de Joodse Vincent, de Algerijn Saïd en de donkere Hubert, zwerven door hun buurt en zweren wraak na de mishandeling van een jonge Algerijn tijdens een politieverhoor.

Kassovitz begon uit woede met het schrijven van zijn script in 1993, op de dag dat een jonge Zaïrees werd doodgeschoten door een politie-agent, terwijl hij al gearresteerd was en met handboeien aan een radiator vastgeklonken zat. Ook verwerkte hij zijn boosheid over de dood van Malik Oussekine: de 22-jarige student stierf in 1986 na mishandeling door de politie bij een demonstratie.

Kassovitz filmde in de banlieue zelf, met buurtbewoners, terwijl de rellen nog steeds gaande waren. Het resultaat was een intens, bijna documentair, op de huid gefilmd portret van een Parijse buitenwijk, verteld met sympathie voor de kansloze jongeren uit die buurt. Dit was nieuw in een Franse mainstreamfilm – de banlieue werd daarvoor simpelweg genegeerd. 

In Cannes kreeg La Haine, die vaak wordt vergeleken met Spike Lee’s Do the Right Thing (1989)een staande ovatie en sindsdien levert het semi-documentair portretteren van een Franse, stedelijke onderklasse regelmatig grote prijzen op. Regisseur Laurent Cantet won in 2008 bijvoorbeeld de Gouden Palm met Entre les murs, een film over een multiculturele schoolklas in een arbeiderswijk. Deephan van Jacques Audiard, waarin een uit Sri Lanka geëmigreerd gezin zich staande moet zien houden in een Parijse buitenwijk vol flats, won dezelfde prijs in 2015.

De werkwijze, stijl en onderwerpskeuze van La Haine inspireerde een generatie van jonge filmmakers binnen en buiten Frankrijk – ook in het Nederlandse vriendenportret Rabat is de invloed terug te zien.

Ook Ly’s Les Misérables gaat over klasse en politiegeweld en speelt zich af in een tijdspanne van zo’n 24 uur. Hij liet zich, net als Kassovitz, inspireren door echte rellen: die uit 2005, die uitbraken nadat twee jongeren die op de vlucht waren voor de politie per ongeluk werden geëlektrocuteerd in een transformatorhuisje. Hij heeft één kanttekening. ‘De meeste films over de banlieue zijn gemaakt door mensen die daar niet woonden - daar is niets mis mee. Maar het is wel tijd dat ook wij onze verhalen kwijt kunnen.’

La haine

Geschokt

De Franse president Emmanuel Macron heeft Les Misérables gezien en stelde ‘geschokt’ te zijn door het realisme van de film. Volgens Le Journal du Dimanche heeft hij daarom de regering gevraagd haast te maken met het verbeteren van de levensomstandigheden in de wijk. Dit leverde hem juist ook kritiek op: ‘Het heeft Macron blijkbaar twee jaar gekost voordat hij de problemen in de ‘vergeten’ buitenwijken opmerkte’, schreef een journalist. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden