Leren, verder komen, dat is wat me drijft Voor Skip MacDonald is de computer niet minder dan de gitaar

Hij speelde gitaar in rapgroepen als Grandmaster Flash & The Furious Five en The Sugar Hill Gang en experimenteerde in zijn groep Tackhead met blues en Jamaicaanse dub....

SKIP McDONALD is een uitzonderlijk muzikant. Niet alleen omdat hij een begaafde gitarist en componist is, maar vooral vanwege zijn muzikale carrière, die zo ongeveer de hele popgeschiedenis omspant. Van blues naar rhythm 'n' blues en soul, van disco en rap tot aan de elektronische muziek van de jaren negentig. En nog altijd bevindt McDonald, een vriendelijke, rustige veertiger, zich in de voorste linies. Met zijn groep Little Axe, die dit weekeinde in Nederland is voor concerten in Amsterdam en Eindhoven, is hij weer aan een nieuw hoofdstuk begonnen.

Op The Wolf that House Built, het in 1994 verschenen debuutalbum van Little Axe, combineerden McDonald en zijn medebandleden - bassist Doug Wimbish, drummer Keith LeBlanc en producer Adrian Sherwood - voor het eerst in de geschiedenis van de popmuziek twee haaks op elkaar staande stijlen: blues en dub. Theoretisch leek het een weinig vruchtbare combinatie.

De traditionele blues heeft zich sinds de jaren zestig nauwelijks meer ontwikkeld. Daarbij vergeleken is de van Jamaica afkomstige reggae-dub veel eigentijdser. Met zijn vreemde space- en echo-effecten is ze van grote invloed geweest op de nieuwe Engelse dansmuziek. Brokstukken van de oorspronkelijke dub zijn terug te vinden in het werk van bands als Leftfield en Underworld, en in de nieuwste dansstijlen: jungle en drum 'n' bass.

Maar The Wolf that House Built en de recent verschenen opvolger Short Fuse zijn het beste bewijs dat blues wel degelijk kan worden voorzien van een nieuw jasje.

Skip McDonald is de drijvende kracht achter het Little Axe-project, dat hij begon op een moment dat het met zijn vorige groep Tackhead wat minder ging: 'We waren de voortdurende pressie van de platenmaatschappij om met toegankelijk materiaal te komen een beetje zat, en besloten een lange pauze in te lassen.'

Het idee voor zo'n combinatie van blues en dub was al een paar jaar eerder ontstaan, toen hij met producer Adrian Sherwood de mogelijkheden ervan had besproken. 'Met Tackhead combineerden we blues en dub voor het eerst in een nummer dat Let's Take a Stroll heette. Dat vormde de blauwdruk voor wat we later met Little Axe zouden gaan doen.'

Sherwood is al jaren een van de kopstukken van de Engelse reggae-dub, terwijl McDonald zijn roots heeft in de Amerikaanse blues: 'Mijn vader was bluesgitarist. Thuis hoorde ik veel John Lee Hooker, Jimmy Reed. Maar toen ik zelf in bandjes begon te spelen was het toch vooral James Brown, Wilson Pickett, Sam & Dave, Otis Redding. Geen blues, maar rhythm 'n' blues, zoals het in die tijd werd genoemd. Ik herinner me dat mijn vader zei dat het nog niet half zo goed was als de muziek waar hij zelf naar luisterde. We hadden hele discussies. Hij vond het meeste rotzooi.'

McDonald groeide op in Dayton, Ohio, zo'n twaalfhonderd kilometer ten westen van New York. In 1969 ging hij het huis uit, en vertrok met een band van schoolvrienden richting New York: 'Het liep niet zoals we hadden gehoopt. We hadden weinig werk, konden onszelf nauwelijks onderhouden. Na twee jaar wilden de andere bandleden weer terug naar huis, naar Dayton, maar ik besloot in New York te blijven.'

De jonge gitarist speelde in showbands en op bruiloften en partijen om de eindjes aan elkaar te knopen: 'In 1973 ontmoette ik bassist Doug Wimbish. We besloten samen een band te beginnen, Wood, Brass & Steel, en vonden werk bij All Platinum Records, die onder andere Shirley & Company onder contract had.

'Voor muzikanten in de jaren zeventig was het bijzonder moeilijk om het hoofd boven water te houden', zegt McDonald. 'Er was een revolutie aan de gang in Amerika. Door de dance fever, de eerste elektronische apparatuur en de eerste generatie dj's in clubs, begon het werk voor de traditionele instrumenten - gitaar, bas en drums - op te drogen.'

Er was sprake van een complete oorlog: 'Ik herinner me dat er platen verschenen waarop uitdrukkelijk werd vermeld: gespeeld op echte instrumenten. Met machines wilde de oudere generatie niets te maken hebben.'

Maar de opmars van apparaten als de DMX, een van de eerste professionele drummachines, was niet te stuiten. McDonald: 'Een producer hoefde zich geen zorgen te maken over de vraag of een drummer zich wel goed voelde, hij had geen tien microfoons meer nodig om alle afzonderlijke delen van het drumstel op te nemen. Alles wat je nog hoefde te doen was op de avond voor een opname de partijen te programmeren.' Lacht: 'Muzikanten maakten grappen als: What's the difference between a drummer and a drummachine? You only have to punch out a drummachine once.'

Little Axe-drummer Keith LeBlanc, met wie McDonald al sinds de vroege jaren tachtig in New York samenspeelt, was een van de eerste slachtoffers van de DMX: 'Keith werd in zijn toenmalige band ontslagen als drummer, en vervangen door die machine. Hij haatte het ding uit het diepst van zijn hart, en liep met plannen rond om er ''per ongeluk'' een glas water overheen te laten vallen. Later werd hij toch nieuwsgierig. Hij kocht er zelf een, leerde 'm van binnen en van buiten kennen, en werd er uiteindelijk de beste maatjes mee.'

Keith LeBlanc maakte in de daaropvolgende jaren naam als een van de slagwerkers die live-drums en computerdrums combineerden in een onnavolgbare sound. De opkomende hip hop was een nieuwe bedreiging voor 'echte muzikanten', maar McDonald, Wimbish en LeBlanc hadden het geluk dat ze werk vonden als begeleiders van de eerste generatie New Yorkse rapgroepen. In 1979 werd het trio benaderd door The Sugarhill Gang, die op dat moment een grote hit had met het nummer Rapper's Delight. McDonald: 'The Sugarhill Gang had een band nodig omdat ze wilden gaan optreden. Later werden we ook de vaste begeleiders in de studio. Niet alleen bij Sugarhill Gang, maar ook bij rap-groepen als Grandmaster Flash & The Furious Five, waarmee we nummers als The Message en White Lines opnamen.'

De rap-scene had te kampen met flink wat weerstand van de gevestigde muziekcultuur, zegt McDonald. 'Veel mensen begrepen het niet, wilden er niets van weten, noemden het een bastaardgenre. Maar voor ons klonk het goed en voelde het goed, al was er niets dat er op wees dat rap ooit zo groot zou worden. Dat was achteraf een soort beloning - die ik indertijd niet gekregen had.'

In de late jaren tachtig vormden McDonald, Wimbish en LeBlanc een eigen band: Tackhead. Een eerste tournee door Engeland maakte diepe indruk op de gitarist: 'We kwamen in contact met producer Adrian Sherwood, die ons veel leerde over het werken in de studio, het opnemen van instrumenten, het gebruik van effecten. We konden experimenteren, eigen dingen opnemen. Daar hadden we in Amerika nooit de kans voor gehad, daar is de studio- en producerswereld en de muzikantenwereld streng gescheiden.'

McDonald was 'geïntrigeerd door de studio': 'Wat gebeurt er als ik dit probeer, wat gebeurt als je zo opneemt? Een leerproces, dat tot de dag van vandaag voortduurt.'

Engeland was voor McDonald in meer opzichten een openbaring: 'In Dayton heb ik nauwelijks reggae gehoord. Dat draaiden ze niet op de radio. Hoogstens een nummer van Bob Marley of Third World. Namen als Lee Scratch Perry, Prince Far I, Prince Buster of King Tubby hoorde ik voor het eerst in Engeland. Een geweldige ervaring, het ontdekken van zo'n schatkist vol nieuwe muziek.'

Adrian Sherwoods werkwijze drukte sindsdien zijn stempel op McDonalds muziekmaken en componeren: 'Little Axe is een echt studioproject. We maken schetsen met samples en fragmenten van oude bluesplaten, experimenteren met sounds. Pas later komen er andere muzikanten aan te pas. Ten slotte doet Adrian his radical thing, met echo's en effecten.'

Voor iemand voor wie de gitaar altijd het expressiemiddel is geweest, moet het een flinke overstap zijn naar het werken met computers. McDonald haalt zijn schouders op: 'Als je een plaat maakt, probeer je je ideeën vast te leggen. Een computer is een instrument, net als de gitaar. De computer is alleen jonger, is nog maar zo'n zestien jaar beschikbaar voor het grote publiek. Gevoel kunnen uitdrukken met zo'n nieuw medium is een kwestie van vaardigheid. We staan wat dat betreft nog maar aan het begin.'

McDonalds muzikale carrière omspant inmiddels zo'n 25 jaar, een eeuwigheid in de snel veranderende popwereld. 'Het lijkt helemaal geen lange tijd', bekent hij. 'Of je het lang volhoudt of niet, heeft te maken met de vraag: waarom doe je het? Wil je meteen rijk worden, of populair? Dat heeft er voor mij nooit veel toe gedaan. Me and myself I love music. Ik wil nog steeds een heleboel leren, met andere mensen spelen. Dat is wat me voortdrijft. En ik wil nog zo veel doen. Computerprogramma's als Cubase of Logic Audio moet ik onder de knie krijgen. Amazing stuff. Er is zo ontzettend veel mogelijk met de nieuwe elektronica.

'Hoe dieper ik in de muziek kom, des te meer ik wil weten. Over twee weken krijg ik mijn eerste pianoles.'

Little Axe speelt vanavond in De Melkweg in Amsterdam en morgen in De Effenaar in Eindhoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.