Leren van de oude meester

Op 14 december wordt Gerard Reve tachtig jaar. Een nieuwe Reve komt er niet meer, of het zouden opgedoken brieven moeten zijn....

Wie tachtig jaar leeft ziet een paar generaties opgroeien. Ze leren allemaal kruipen, lopen en lezen. Ze hebben allemaal ouders, die misschien aan tafel net zo ergerlijk slurpen, boeren en wauwelen als die van Frits van Egters uit De Avonden. Ze tergen hun leraren en worden getergd, ze moeten boeken lezen omdat het goed voor ze is en leren daardoor boeken haten, soms. Hun uitdossing wisselt, maar hun puistjes komen even snel op als hun liefdes en ze vallen allemaal in dezelfde pubervalkuilen. Het moet vermoeiend zijn, voor een tachtigjarige, zoveel herhaling.

Wie zoals Gerard Reve meer dan vijftigjaar schrijft, wordt telkens weer door een nieuwe generatie lezers ontdekt – of genegeerd. Van beloftevol talent wordt hij een hype, fans laten hem vallen of sluiten ieder nieuw boek in hun hart, voor de media wordt hij een type, altijd goed voor wat hilarische oneliners. Is de schrijver een middelbare man, dan wordt zijn jonge zelf uit het stof gedolven door verrukte schoolmeisjes. Of hij wordt een 'vieze man' bevonden door jongens die liever voetballen dan zich door het lievelingsboek van hun leraar te ploegen.

En de schrijver, die schrijft maar door, voor zijn Geliefd Publiek. 'Warme mensenboeken', noemt hij het zelf maar, uitermate geschikt voor huisvrouwen. Als het moet hangt hij de pias uit, en alle generaties in de zaal liggen in een deuk. Thuis hoort hij de Dood op de deur bonzen.

Toen Gerard (tijdelijk Simon) van het Reve in 1947 De Avonden publiceerde, viel hij voor de eerste en laatste keer samen met 'zijn' generatie. Het leven van Frits van Egters, een jongen die zit opgezadeld met twee goedwillende, stompzinnige ouders en die zijn vrienden verveelt met verhalen over ziektes en kaalhoofdigheid, was toen voor lezers van rond de twintig verpletterend herkenbaar. De wanhoop van kinderen die kennismaakten met de wereld toen die in oorlog was, het suffe gezinsleven onder de lamp, de opgeschroefde vrolijkheid van volwassenen die de schouders er weer onder wilden zetten – dat alles was in die tien dagen uit 1946 samengebald. Reve werd in één klap dé schrijver van zijn tijd, en Frits, die alleen een speelgoedkonijn had om zijn geprangd gemoed bij te luchten, was hun held.

De Avonden bleek geen voorbijgaand 'generatieboek'. De roman wordt tot op de dag van vandaag herdrukt. En intussen schreef Reve schitterende boeken, die de literatuur vernieuwden. Hij ontwikkelde een onnavolgbaar ironisch mengsel van religie, mythologie en liefdesdienst, het revisme.

Hij trad toe tot de Rooms-Katholieke kerk, al zou hij het enige kerklid zijn dat zijn God, in de gedaante van een 'éénjarige, muisgrijze ezel', zou laten opzitten door zijn aanbidder.

En steeds kregen nieuwe jonge lezers de kans om kennis te maken met dit weergaloze werk, tot en met zijn laatste roman uit 1998, Het hijgend hert. Welke indruk heeft dit wonderlijke oeuvre gemaakt op jongeren die opgroeiden in nieuwbouwwijken, de kinderen of kleinkinderen van de Reve-liefhebbers van het eerste uur?

Cicero vroeg het aan acht jonge schrijvers, geboren tussen 1962 en 1975. Zij zijn de generatie-Nix'ers, groeiden meestal op zonder god of gebod, en kennen oorlog slechts van horen zeggen.

Reve is tachtig, Reve leeft nog. Manon Uphoff, Abdelkader Benali, Minke Douwesz, Esther Gerritsen, Hagar Peeters, Désanne van Brederode, Stephan Enter en Arie Storm vertellen over hún Reve.

Hagar Peeters (1972)

'Opgelegde mooi-vinderij'

'Op het gymnasium sprak de leraar Nederlands zo lovend over De Avonden dat het ”niet onopgemerkt zou zijn gebleven” wanneer het boek niet op je eindlijst stond. Daarom las iedereen het en vond het o zo prachtig. Ik hield niet van die opgelegde mooi-vinderij en heb me er met moeite doorheen gewurmd. Het einde van die roman kwam niet alleen voor de hoofdpersoon als een verlossing. Ik denk dat je er als puber te jong voor bent, dan is de saaiheid van je eigen leven nog te veel een realiteit die ontvankelijkheid voor die van Reve in de weg staat. Later heb ik het herlezen. De passages die me eerst deden gapen, vond ik nu wel mooi en ik bewonderde de sobere taal.

'Toen ik nog studeerde las Reve De Avonden integraal voor op de radio. Ik ging er met een stelletje studenten Nederlands naar luisteren en had voor de gelegenheid een fles appel-bessenwijn meegenomen (ik moest er alle reformzaken voor afzoeken). Maar niemand begreep de grap en de fles bleef onaangeroerd.

'Bij het schrijven van mijn gedichten heeft Reve me weinig beïnvloed. Hij wordt me, net als Mulisch of Hermans, te zeer algemeen gewaardeerd. Ik wil liever het idee hebben dat ik de door mij aanbedene een beetje zelf heb ontdekt in plaats van mee te flemen in het koor van flemers. Nescio bijvoorbeeld bewonder ik zeer. Die is ten onrechte in de vergetelheid aan het raken.

'Ik denk dat Reve met zijn werk veel heilige huisjes in de literatuur omver heeft geschopt, waardoor er na hem openhartiger geschreven kon worden over de lelijkheid, de dood, de liefde, en over seks en God.'

Stephan Enter (1968)

'Ik heb weinig met hem'

'Bij mijn debuut in 1999, de verhalenbundel Winterhanden, werd mijn werk met dat van Reve vergeleken. Volgens critici zou de sfeer jarenvijftigachtig zijn, en het gebruik van bijbelcitaten zou Reviaans zijn. Dat verbaasde me, en het irriteerde me ook. Mijn stijl lijkt niet op die van Reve. En hij heeft geen patent op het gebruik van bijbelcitaten. Mijn verhalen spelen in een gereformeerd milieu in een ”Veluwse” omgeving. Lijkt dat een streng communistisch milieu? Zou kunnen, dat soort communisme is ook een religie. Maar het achteloze strooien met zinnen uit de bijbel is voor mij heel natuurlijk, en daar sluipt snel ironie in. In veel gereformeerde gezindten is dat een gebruik. Ik dacht: Reve wordt op latere leeftijd katholiek, ¿ik heb een streng gereformeerde jeugd moeten ondergaan – en dan zou ik hem imiteren!

'Ik heb eigenlijk heel weinig met Reve. Hij schrijft heel goed, formuleert mooi, maar het raakt me niet. De Avonden vond ik wel een mooi boek, toen ik het las rond mijn twintigste, erg komisch, en tragisch. Maar De ondergang van de familie Boslowits, daar vond ik niets aan. En zijn latere werk heb ik al niet meer gevolgd. Zijn gekoketteer met religie stond me tegen. Ik ben een rationalist, ik voel me meer verwant met schrijvers als Rudy Kousbroek en W.F. Hermans. En Karel van het Reve. Nescio, dat vind ik ook mooi.

'Ik lees weinig Nederlandse literatuur. Ooit studeerde ik Nederlands, maar dat heb ik plichtmatig afgemaakt. Nabokov, Proust, Virginia Woolf, dat zijn voor mij grote schrijvers.

'In april verschijnt mijn tweede boek, een roman. En ik weet zeker dat bij dat boek niemand op het idee komt om mij met Reve te vergelijken.'

Esther Gerritsen (1972)

'Hij beschouwt mensen als aliens'

'Ik heb heel weinig van Reve gelezen! Ik begon met De Avonden, waar ik me als puber doorheen heb geworsteld. Ik begreep er helemaal niets van. Ik zag niet de subtiliteit van de humor en zat ook helemaal niet te wachten op dat soort alledaagse onderwerpen. De dodelijke saaiheid van het gezinsleven die Reve beschrijft, lag gewoon te dicht bij mijn eigen leven, dat was veel te confronterend. Als puber wilde ik alleen grootse en meeslepende werken lezen over werelden die ver van me af stonden. Márquez of zo.

'Toen ik wat ouder was heb ik het werk herlezen en begreep ik wel wat er zo uniek is. Reve lijkt in De Avonden uiterlijk heel ”gewoon” te schrijven, heel sober misschien, maar dat is het absoluut niet. Hij combineert drama met veel relativering. De subtiele humor en de afstand die hij van zijn onderwerp neemt is heel bijzonder, soms beschouwt hij mensen als een soort aliens, als hij bijvoorbeeld beschrijft hoe walgelijk het is als mensen samen eten. Dat vergelijkt hij dan met in het openbaar de liefde bedrijven.

'Die afstandelijkheid, de vervreemdende visie op het alledaagse vind je wel terug in mijn werk. Ik heb ook vaak banaliteit als onderwerp. Dat geldt trouwens voor de hele Generatie Nix van de jaren tachtig. Er werd veel geschreven over ”ellende in de nieuwbouwwijk”. Die boeken, zoals het werk van Douglas Coupland, zijn eigenlijk een soort De Avonden van nu.'

Manon Uphoff (1962)

'Ik noem hem mijn geestelijke vader'

'Eigenlijk weet ik niet eens meer wanneer ik m'n eerste Reve las. Wel herinner ik me verhitte discussies met een vriend op een zolderkamertje: hij vond het te heftig, ik vond het prachtig. En bij ons thuis was Reve ook aanleiding tot flinke discussies. Mijn moeder had rode sympathieën en Reves verschrikkelijke rode jeugd was dan een ijkpunt. Maar op school stond de Nederlandse literatuur tegen: boeken van fossiele mannen die je verplicht was te lezen.

'Als volwassene begon ik Reve meer en meer te waarderen. Werther Nieland, Op weg naar het einde, Moeder en Zoon, schitterend. En het was ook een spannende man, altijd provocerend in de media. Je vroeg je als puber af: mag hij dat allemaal zomaar zeggen? Er hing iets geheimzinnigs om hem heen.

'Toen mijn vader twee jaar geleden overleed, realiseerde ik me dat als ik één schrijver mijn geestelijke vader mag noemen, dat Reve is. Mijn vader was ook geïntrigeerd door religie, ook bij hem hingen kunst, erotiek en geloof op een heel eigen manier samen. Reve en mijn vader raakten voor mij met elkaar verweven. Ineens dacht ik inzicht te krijgen in de reis die een mens moet maken naar een soort geestelijke vrijheid.

'Ik hoop in één opzicht met hem verwant te zijn: die enorme inzet. Hij beschreef niet zomaar de werkelijkheid, hij schiep een universum. En hij had een haat-liefdeverhouding met zijn medium. In verhalen was het nooit helemaal te zeggen; dat dreef hem voort.

'Zelf schrijf ik liever geen ik-literatuur, ik onderzoek graag posities van mensen. Ook bij Reve zie je dat hij ensceneert, in verhaaltjes, in sprookjes. Zijn verbeelding is universeel.

'Misschien nog een overeenkomst: Reves personages zijn zich bewust van hun lichamelijkheid, en dat is bij mij net zo. Of je het nu als een cadeau beschouwt of als een gevangenis, zonder dat lichaam besta je niet. Reve laat ook verdriet, woede en wanhoop voluit toe in zijn werk. Dat zie je niet bij veel schrijvers. Ik houd daarvan.'

Désanne van Brederode (1970)

'Zo'n loner ben ik ook'

'Toen ik een jaar of veertien, vijftien was, las ik De Avonden. Ik was erdoor geïntrigeerd geraakt doordat mijn moeder tegen me zei: ”Doe maar niet, dat is zo'n treurig boek.” Toen ze het zelf rond haar twintigste las, kreeg ze het er koud van. Het rakelde alle oorlogsellende op. Ik moest ontzettend lachen om dat boek. En ik herkende mezelf. Zo'n kind dat aan tafel zit met twee volwassenen, de klok tikt, en er wordt alleen flauwekul uitgekraamd, zoals over die fles bessen-appel. Zo'n loner, dacht ik, ben ik nou ook. Je wilt erbij horen en je merkt dat het niet lukt. Dus draag je loner maar als geuzentitel.

'Voor mij was het een ontdekking dat een schrijver op een erotische, ontroerende manier over jongens kon schrijven. Ik was opgevoed met het idee dat vooral het karakter van een jongen telde. Maar toen Reve zomaar schreef over de oortjes van een jongen, dacht ik: ja, dáár kijk ik ook naar.

'Ik ben ook katholiek, net als Reve, maar niet op dezelfde manier. Een vriend van mij typeerde het verschil heel goed: bij jou, zei hij, komt het geloof uit je hart, bij Reve steeds meer uit zijn lever. Ik denk dat zijn geloof oprecht is, maar hij weet te goed hoe hij er een publiek mee kan bespelen. Als mensen altijd maar om je moeten lachen, dan ga je door. Wat dat betreft is Reve net een kind.

'Als schrijver heb ik veel gehad aan het bestuderen van zijn stijl. Ik heb passages bekeken als een partituur: hoe doet hij het? Je moet huilen van het lachen en even later slaat het om in diepe treurigheid. Waar staat de mol in de kantlijn? En ik herken de stoerheid op papier. In het dagelijks leven toon je begrip voor anderen. Maar op papier breekt de woede los en sla je ferm om je heen. Dan ben je met alle plezier een loner.'

Minke Douwesz (1962)

'Wie doet het hem na?'

'Ik heb Reve via mijn oudere broer leren kennen. Hij las De Avonden op de middelbare school en was er zo door geamuseerd dat hij de rest van de familie stukken voorlas. Toen ik op kamers in Amsterdam zat, heb ik meer van hem gelezen. Een vriend van mij studeerde Nederlands en was een Mulisch-adept, ik niet, vond er niet veel aan; werd wellicht van de weeromstuit Reviaan. Met hem ben ik op een warme zomeravond naar een lezing van Reve geweest, we hadden geen kaartjes en zijn stiekem door een open raam naar binnen geklommen.

'Ondanks alle ironie bleek Reve zijn vak heel serieus te nemen, hij hield – met die prachtig zware stem van hem – een verhandeling over de eisen waaraan een goede roman moest voldoen. Zijn ernst en de doordachte eenvoud van het betoog hebben mij zeker beïnvloed (bijvoorbeeld dat je voor je gaat schrijven GOED moet NADENKEN over de compositie).'Ik herken ook de humor die Reve in zijn toon hanteert. De escape van de ironie. Je kunt alles heel ernstig nemen maar je kunt eigenlijk ook om bijna alles lachen. Zoals in Nader tot U, dat is soms hilarisch, soms ontroerend. Die ironie zit ook in mijn boek, Strikt. Sommige lezers herkenden de humor niet en vonden er niet veel aan, anderen hebben er vaak om moeten lachen.

'Reve is Reve en uniek. Dat onverbloemd schrijven over zijn levensstijl. Hij wist onversaagd uit te weiden over homoseksuele obsessies. Ogenschijnlijk ouwehoeren kon hij, in een prachtig overdreven stijl, en toch wist hij een ijzeren compositie neer te zetten. En de brieven, zo geheel in stijl met zijn boeken. Wie doet het hem na?'

Arie Storm (1963)

'Hij kán gewoon niet slecht schrijven'

'Ik heb álles van Reve gelezen. Ik denk dat ik door de Nederlandse literatuurles op school De Avonden als eerste heb gelezen. De leraar hield het boek omhoog en beweerde dat het ”een naargeestig portret van na-oorlogs Nederland” was. Ik vond het alleen maar erg grappig. Misschien omdat ik toen ik zo jong was, de uitzichtloosheid nog niet kende en dus alleen de humor zag.

'Critici zien vaak iets Reviaans in mijn boeken en ik denk dat dat komt door de ironische toon en ook doordat ik, net als Reve, verschillende stijlen combineer. Een soort verhevenheid in taalgebruik, maar dan afgewisseld met platte volkswijsheden, dat deed Reve ook. Zijn stijl en die typische Reve-grapjes inspireerden me bij mijn eigen werk. Je moet daar trouwens wel mee uitkijken. Voor je het weet neem je zijn archaïsch taalgebruik over en schrijf je ineens ”weder” in plaats van ”weer”.

'Geerten Meijsing zei eens: Reve heeft als enige van de Grote Drie zijn stempel gedrukt op wat er na hem komt – daar ben ik het wel mee eens. In de literatuur na hem werd stijl belangrijker. Reve vertrouwt niet alleen op zijn genie, maar ook op de regels van het schrijven. Hij heeft een soort ambachtelijke zorgvuldigheid. Dat zie je terug in Zelf schrijver worden, waarin hij een soort schrijfcursus geeft. Dat is wat ik van hem heb geleerd, het schrijverschap. Mijn denken over literatuur is beïnvloed door Reves denken over literatuur.

'Reve heeft eigenlijk nooit een echte roman geschreven. Een die echt áf was. Uiteindelijk is zijn hele oeuvre één grote roman. Op weg naar het einde en Nader tot U vind ik zijn mooiste werken. Of misschien ook wel Bezorgde ouders of De vierde man. Nou ja, Reve kán gewoon niet slecht schrijven. Ik houd van al zijn boeken.'

Abdelkader Benali (1975)

'Op zijn brommertje door de polder'

'Reve is de belangrijkste schrijver van de na-oorlogse generatie, werd mij op school verteld. En een schrijver met zo'n reputatie, dat wilde ik wel eens zelf beoordelen. Op mijn zestiende las ik De Avonden, maar ik begreep niet meteen waar die unieke humor te vinden was waar iedereen over sprak. Ik heb het nog twee keer herlezen en toen heb ik wel hartelijk zitten lachen. Dat deed ik ook bij het lezen van Het boek van violet en dood, dat vond ik meteen leuk.

'Reve heeft mijn schrijverschap niet echt beïnvloed, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik maar één Reve ken, en er eigenlijk twee zijn. Allereerst natuurlijk de licht ironische schrijver van De Avonden. Dat werk zit zo vast in een tijd, in die sombere jaren vijftig, en is daardoor moeilijk naar nu te vertalen. Maar je hebt ook de Reve van de metafysische ironie die in zijn latere werk duidelijker wordt. Deze Reve is veel vrolijker en daardoor misschien ook inspirerender, maar juist van hem heb ik te weinig gelezen om zijn invloed bij het schrijven te gebruiken.

'Reve is uniek. Hij is de uitvinder van de ”post-oorlogse” ironie. Zijn Reviaanse blik op dingen is zo uit zijn eigen tijd voortgekomen, dat is nu niet meer na te volgen, dat blijft alleen van hem. Net als de lichtvoetigheid van Op weg naar het einde. Als hij met zijn brommertje door de polder rijdt en over God, zichzelf en zijn verwarring schrijft. Dat is Reve op zijn best.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden