Leren praten als mevrouw zelve

Het Nederland waar mensen netjes gingen praten als ze beambten ontmoeten en dienstmeisjes de taal van mevrouw leerden, bestaat niet meer....

Taalpuristen spreken geregeld hun bezorgdheid uit over de oprukkende vreemde elementen in in het Nederlands, en vrezen zelfs dat de taal onherstelbaar zal worden verminkt door straattaal en Engels.

In welk maatschappelijk licht je die angst voor verloedering moet zien beschrijft Piet van Sterkenburg, woordenboekenmaker en gepensioneerd directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. In Een kleine taal met een grote stem geeft hij vooral een sociologische studie van het ‘hedendaags Nederlands’, in verleden, heden en toekomst.

Van Sterkenburg begint zijn verhaal rond 1900, met een warmhartig, intiem portret van de families waaruit hij zelf voortkomt. Hij schetst de kleinsteedse, provinciaalse wereld waarin zijn voorvaderen leefden. Hun middelen van bestaan, de manier waarop ze spraken, en hoe zij opeens ‘netjes’ gingen praten wanneer ze hooggeplaatsten ontmoetten.

Dankzij dat autobiografische verhaal ontstaat een beeld van de wereld waarin het Nederlands werd gesproken dat taalpuristen koesteren. Het is een maatschappij waarin aan huis een varken wordt geslacht, waarin dienstbodes de taal van hun mevrouw proberen over te nemen, waarin de auto in opkomst is; een en ander voorzien van een bijpassende, verkalkte of zelfs verloren gegane woordenschat.

Doordat die tijd zo duidelijk voorbij is, maakt Van Sterkenburg aannemelijk dat dat gekoesterde authentieke Nederlands nu helemaal niet meer bruikbaar is. De vriendelijke naïviteit van de vooroorlogse generaties heeft plaats gemaakt voor een gedigitaliseerde, multiculturele samenleving die ook voor wat betreft de taal niet leeft in een isolement.

De standaardtaal is wat Van Sterkenburg betreft het ‘kleurloze Nederlands’ dat in de media gangbaar is, terwijl de werkelijke taal bestaat uit een conglomeraat van klanken en accenten, van groepstalen, stadstalen en dialecten. Het is een misvatting dat de standaardtaal een vastliggend corpus zou zijn: die verandert evenzeer onder invloed van de tijdgeest. Uitspraak noch woordenschat liggen vast. Er ontstaan voortdurend makkelijk hanteerbare nieuwvormingen zoals ‘sofinummer’, ‘infotainment’, ‘roerbakken’. Maar ondanks alle aanpassingen, concludeert Van Sterkenburg, is er aan het Nederlands meer gelijk gebleven dan veranderd.

Het enige nadeel aan dit genoeglijke betoog is dat Van Sterkenburg zich expliciet profileert als de gezaghebbende woordenboekenmaker, terwijl zijn overpeinzingen deels persoonlijke meningen zijn, en niet allemaal even onomstotelijk wetenschappelijk bewezen. Met dat voorbehoud in het achterhoofd is dit een goed geschreven, uiterst leesbare gedachtenoefening over het hedendaags Nederlands.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden