Leonie Brandt

FilmLeonie Brandt

Leonie Brandt was net Mata Hari, maar nog veel gewiekster

Leonie Brandt

Ruim veertig jaar na haar dood gaat van dubbelspion Leonie Brandt nog altijd een grote fascinatie uit. Annette Apon maakte een documentaire over de geheim agent die zelfs aan de nazi's wist te ontkomen.

Leonie Brandt heeft echt geleefd, zoveel is zeker. Van 1901 tot 1978. Ze is geboren in Würselen bij Aken en  vestigde zich in 1925 in Amsterdam, waar zij een vermogende producent van amandelkrullen trouwde, en waar zij een bescheiden en kortstondige faam op het toneel verwierf. Ze was de moeder van Loek Kessels – ‘lieve Mona’ voor de lezers van roddelweekblad Story. En ze was dubbelspionne, wier naam met grote regelmaat opduikt in schimmige affaires waarin ook vaak prins Bernhard figureert. Vanaf hier worden de feiten in het levensverhaal van Leonie Brandt steeds schaarser.

Zijzelf was, voor ze aan de alcohol en de spiritus verslingerd raakte, bedreven in het verfraaien en mystificeren van haar biografie. Mensen die kunnen vertellen hoe het écht zat, zijn dood. En toen ze nog niet dood waren, vertelden ze wilde verhalen over Leonie die maar zelden konden worden geverifieerd. Volgens historicus Gerard Aalders bleken daaruit slechts haar kwaliteiten als geheim agent: ze had alle sporen weten uit te wissen. Dit weerhield hem er niet van om, in 2003, een biografie van haar te schrijven met veel aannamen, vraagtekens en cliffhangers.

Een jonge prins Bernhard in de documentaire Leonie, actrice en spionne van Annette Apon.

Daarmee liet hij onbedoeld zien dat het leven van Leonie Brandt zich eigenlijk alleen leent voor een schelmenroman. Of voor een impressionistische documentaire waarin een leven met veel lacunes – zelfs foto’s van Leonie zijn zeldzaam – fungeert als raamwerk van (speel-)filmopnames uit de tijd waarin ze heeft geleefd. 

Met haar bijna anderhalf uur durende documentaire Leonie, actrice en spionne heeft filmmaker Annette Apon dan ook niet willen suggereren dat zij dichter bij de waarheid over haar hoofdpersoon is gekomen dan Gerard Aalders. Zij heeft vooral haar fascinatie willen tonen voor de vrouw die Mata Hari, volgens Aalders, tot ‘een onnozel dorpswicht’ reduceerde.

Reeds als jong meisje voerde Leonie, wier achternaam toen nog Pütz luidde, de regie over haar eigen leven. Ze was de dochter van een mijnwerker, maar die eenvoudige komaf beviel haar niet. Groot was dan ook haar opluchting toen ze als 7-jarige flarden van een gesprek tussen haar ouders opving waaruit ze opmaakte dat haar biologische vader een baron was. ‘Ik ben van adel’, stelde Leonie jubelend vast. En zo is zij zich de rest van haar leven ook blijven presenteren, hoewel het onthullende gesprek tussen haar ouders zich vermoedelijk alleen in een wensdroom heeft afgespeeld.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog – zij was bijna 13 toen die uitbrak – raakte ze, naar eigen zeggen, betrokken bij spionageactiviteiten in het neutrale Nederland. Zij werd door Duitse douaniers (‘een blonde en een dikke’) betrapt bij een illegale grensoverschrijding nadat zij zich in het neutrale buurland van kaarsen voor de kerstboom had voorzien, want die waren op dat moment in Duitsland niet meer verkrijgbaar. In ruil voor eenvoudig inlichtingenwerk waren de Duitse autoriteiten bereid haar vergrijp door de vingers te zien.

Leonie Brandt.

Voor Leonie was niet het door de oorlog verarmde Duitsland, maar het ‘steenrijke Nederland’ de passende plek voor de verwezenlijking van haar dromen. Na een kortstondig huwelijk met een Duitse douanier (de blonde of de dikke) trok zij naar Amsterdam, waar ze de ondernemer Karl Brandt aan de haak sloeg. Om niet van diens gunsten afhankelijk te zijn, ging ze werken. Eerst als verpleegkundige in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, later als actrice bij het Schouwtoneel en het Ensemble Saalborn. Zelf schreef ze ook stukken, die volgens kenners van enig talent getuigden. Met Moeder Worden (1931), een onflatteuze kenschets van het moederschap, ontketende zij zelfs een schandaaltje.

Het toneel bracht haar niet de erkenning waarop Leonie had gehoopt. En evenmin het avontuur waarnaar ze kennelijk smachtte. In die behoefte voorzag, uiteindelijk, nazi-Duitsland. In de late jaren dertig heeft ze voor de (Nederlandse) rijksrecherche en de militaire inlichtingendienst bij de oosterburen gespioneerd. Om makkelijker met Duitse instanties in contact te komen, heeft ze op een zeker moment besloten ook de tegenpartij haar diensten aan te bieden. Niet uit ideële overwegingen, vermoedt Gerard Aalders, maar om haar eigen belangen te dienen. Leonie wilde namelijk nog weleens mensen chanteren met gevoelige informatie.

Haar belangrijkste werkterrein in Amsterdam was de Paneelclub in het Hirschgebouw aan het Leidseplein, een uitgaansgelegenheid die zij met donaties van het bedrijfsleven, de Nederlandse én de Duitse overheid zou hebben bekostigd. Enige tijd wist ze beide opdrachtgevers – misschien waren het er nog wel meer – tevreden te stellen, maar in maart 1939 werd ze tijdens een missie in nazi-Duitsland gearresteerd en vastgezet op beschuldiging van landverraad, een vergrijp waar in principe de doodstraf op stond.

Maar zover liet Leonie het dus niet komen. In de gevangenis zou zij een geprivilegieerde positie als helderziende en als typist van politierapporten hebben verworven. Zij bezorgde zichzelf een miskraam en een bloedvergiftiging, en werd vervolgens, in oktober 1940, door ‘verstandige mensen’ in vrijheid gesteld. Domme mensen zouden haar die gunst niet hebben verleend, vermoedde ze.

De film van Annette Apon is een fraaie beeldcollage van klassieke filmfragmenten. Recensent Berend Jan Bockting geeft drie sterren. ‘De scènes waarin gesprekken worden nagespeeld maken de film onnodig taai.’

Terug in Nederland ging zij opgewekt door met spioneren: in door haar geschreven hoorspelen die door de Nederlandse radio werden uitgezonden, waren codes voor de Britse geheime dienst verwerkt. Ook zou ze hebben geprobeerd om een afspraak te arrangeren tussen de Britten en Duitse Hitler-opponenten. Ze was echter niet gewiekst genoeg om uit handen van de Duitsers te blijven. In april 1942 werd zij opgepakt en overgebracht naar het vrouwenkamp Ravensbrück. Ook daar wist zij een, nooit helemaal opgehelderde, overlevingsstrategie te ontwikkelen. ‘Een tactiek van de wanhoop’, noemde zij het zelf.

Volgens sommigen bestond die uit de verlening van hand-en-spandiensten aan de Duitsers – tot medewerking aan medische experimenten bij medegevangenen aan toe. Anderen waren juist lovend over de hulp die zij van haar hadden ontvangen. Hoe het ook zij: na de oorlog keerde Leonie terug naar Nederland, waar zij eerst door het Bureau Nationale Veiligheid (de voorloper van de BVD) werd gerekruteerd. In die hoedanigheid zou ze Duitse verdachten van oorlogsmisdaden hebben verhoord. Van elk verhoor zou ze twee verslagen hebben gemaakt: een voor officieel gebruik en een als chantagemiddel voor bekende Nederlanders.

Uiteindelijk was de last van het verleden te zwaar. In 1950 werd ze op beschuldiging van hulp aan de (Duitse) vijand gearresteerd. Ze kwam weer vrij, maar was in gevangenschap haar oude bravoure en veerkracht kwijtgeraakt. Zonder succes baatte ze in de buurt van Kerkrade een café annex zwembad uit. Ze ging weer smokkelen – de bezigheid waarmee haar clandestiene avonturen veertig jaar eerder waren begonnen –, verbleef anderhalf jaar in een psychiatrische kliniek, ging zwerven, raakte aan de drank en keerde in 1967 terug naar Amsterdam, waar ze twaalf jaar later in een huurkamer aan de Jacob Catskade overleed.

Na haar dood werd Leonie Brandt nog geregeld in verband gebracht met brisante documenten waarmee gevestigde reputaties verwoest zouden kunnen worden. Daarbij ging het vooral over de zogenoemde stadhoudersbrief waarmee prins Bernhard in 1942 zijn diensten aan Adolf Hitler zou hebben aangeboden. Zelfs historici, onderzoeksjournalisten en complottheoretici die de prins maar wat graag postuum te grazen zouden willen nemen, hebben het bestaan van die brief nooit kunnen aantonen. Dit neemt niet weg dat de stadhoudersbrief nog geregeld in schimmige lectuur opduikt. En zo leeft Leonie Brandt-Pütz dus voort – ruim vier decennia nadat het voormalige dagblad Het Vrije Volk heeft geschreven dat ‘velen in den lande met een zucht van verlichting’ hadden vernomen dat haar lippen nu ‘voor eeuwig waren verzegeld’.

Brief van horen zeggen

Prins Bernhard heeft altijd ontkend dat hij zichzelf bij Hitler heeft aanbevolen als stadhouder van het bezette Nederland. Vlak voor zijn dood, in 2004, heeft hij één miljoen euro uitgeloofd voor de tip die zou leiden tot de vondst van de brief waarin dit aanbod zou zijn vervat. Hoewel niemand zich meldde, en hoewel de meeste historici menen dat de zogenoemde stadhoudersbrief nooit geschreven is, wordt aanhoudend gespeculeerd over zijn inhoud en mogelijke vindplaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden