Lekker weg in eigen land

Dezelfde middag dat prinses Máxima voor de NOS-camera eigenaardige sprongetjes maakte naar een virtuele plak ontbijtkoek in Almere, zag ik bij de NCRV 21 dominees op het scherp van de snede met elkaar in gevecht voor een finaleplaats in de competitie Preek van het Jaar....

Televisie kun je niet missen - geen dag.

De capriolen van de koninklijke familie die zich één dag per jaar moet encanailleren met haar minderen, had ik vaker gezien. Die wedstrijdpreken nog nooit.

Toch schijnen ze al van 1997 te dateren - dat wil zeggen toen de èchte Idols nog moesten worden uitgevonden! Zeker niet opgelet, toen.

Mijn fascinatie bij het kijken was gemengd met een zekere gêne.

Dat komt vermoedelijk omdat ik nooit kerkganger ben geweest. Het dichtst in de buurt was ik als jongetje, op zondagen dat ik samen met mijn vader mee mocht naar zijn broer die, staand in Utrecht, soms een predikbeurt in Amsterdam kwam vervullen.

De oom was vrijzinnig, ofschoon niet half zo vrijzinnig als mijn vader. Die was, zonder Nietzsche ooit te hebben gelezen, eigenstandig tot de conclusie gekomen dat God dood moest zijn. Mijn oom, bij wie het misschien niet veel scheelde, moest de naam van de Schepper beroepshalve natuurlijk nog wel eens noemen. Maar dan boog hij z'n stem op een zo onwaarschijnlijke manier van hoog via laag naar allerlaagst, dat je nauwelijks meer hoorde dat hij het woord God inderdaad had uitgesproken.

Ook een soort gêne. Als je vroom bent, kun je beter tegen een stootje dan wanneer je die dingen achter je hebt gelaten. Ik voel me ook altijd schuldig tegenover Leon de Winter als ik een mop over Sam en Moos vertel.

Die 21 prekende rivalen leken er geen enkele moeite mee te hebben dat ze in een Endemol-format terecht waren gekomen, en luisterden na afloop aandachtig naar de opmerkingen van de juryleden Anne van der Meiden en Jacobine Geel. Die gedroegen zich trouwens haast vanzelfsprekend als de Henkjan Smits en de Jerney Kaagmans van Gods woord.

Preekten de kandidaten mooi?

Tja, hoe beoordeel je dat als je niet in het vak zit?

Wat ik me - uit ochtendwijdingen en dagsluitingen op de radio - van preken herinner, is dat ze altijd begonnen met een variatie op de standaardzin: 'In de trein ontmoette ik laatst een oude man'. Alle predikanten waren in dat opzicht voorlopers van de dominee Gremdaat die later zou worden geschapen door Paul Haenen. Alle dominees van daarna werden zijn epigonen.

Mijn vader vertelde ooit van een zondagschooljuffrouw uit de provincie die onderweg naar haar kindertjes was ontroerd door de aanblik van een eekhoorntje tussen de meibomen.

Eenmaal voor de klas, vertelde ze meteen hoe heerlijk ze door Gods vrije natuur naar de school was gefietst - en raad eens wat ze daar ineens midden in het bos een beukennootje had zien oppeuzelen?

Waarop een jongetje op de voorste bank zijn vinger opstak, en zei:

'Het zal Jezus Christus wel weer zijn geweest.'

Voor zulke vertellingen kon je mijn vader 's nachts wakker maken.

Ik bleef kijken. Een vrouwelijke pastor uit Twente - moest je op haar boodschap letten, op haar dictie, of op haar jurk? - sprak van een boer die dominee zijn vruchtbare velden liet zien. 'Dat heb je samen met God mooi voormekaar gekregen, boer', zei de dominee. En de boer antwoordde: 'U had het moeten zien toen God het nog in z'n eentje deed'.

Humor op de kansel.

En ik, altijd snel afgeleid, dacht aan James Thurber die na de première van Cecil B. de Mille's Tien geboden uit 1925 zei:

'Nou zie je eens wat het had kunnen worden als God er de centen voor had gehad.'

De finale is op 14 mei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden