Lehning, man van een hele eeuw

P.C. Hooftprijs-winnaar Arthur Lehning, op honderdjarige leeftijd in Frankrijk gestorven, wordt niet alleen herinnerd om zijn eigen geschriften. Ook om zijn instinct voor talent en oog voor het nieuwe....

ZELDEN of nooit is in een juryrapport van een literaire prijs zoveel biografisch materiaal verwerkt als in het rapport bij de toekenning van de laatste P. C. Hooft-prijs van deze eeuw aan Arthur Lehning. In de eerste alinea's worden zijn vroege politieke en literaire bemoeiingen beschreven. Wat de literatuur betreft: in 1923 zorgt hij ervoor dat de debuten van Marsman en Slauerhoff - beiden vrienden van hem - konden worden gedrukt. Hij woont dan in Berlijn, toen het culturele - sterk poliiek gekleurde - vernieuwingscentrum van Europa, broedplaats van de nieuwe vrijheden ook.

Leven en werk van Arthur Lehning hebben bijna alles met elkaar van doen. In 1921 woont hij het Internationaal Anarchistisch Congres bij. Het jaar daarvoor - hij studeerde toen economie in Rotterdam - had hij kennis gemaakt met de revolutionair-antimilitarist Bart de Ligt. Het anarchisme, dat verzet tegen elk gezag, zal zijn leven gaan bepalen. Het was de keuze voor de menselijke vrijheid. In 1919 had hij - samen met Marsman - een tentoonstelling van grafiek van Duitse expressionisten georganiseerd, in de boekhandel van Marsmans vader in Zeist. De avant-garde in de beeldende kunst heeft hem heel intens beziggehouden, artistiek natuurlijk, maar toch vooral, denk ik, vanwege het opstandige karakter ervan: tegen alle gezag in, voor een nieuwe vrijheid.

In 1927 verscheen onder zijn hoofdredactie het eerste nummer van het maandblad Internationale Revue i10. De redacteuren waren J. J. P. Oud (voor architectuur), Willem Pijper (voor muziek) en L. Moholy-Nagy (voor film en foto). De in Nederlands, Duits, Frans en Engels afgedrukte korte verantwoording was van Lehning. Alles staat meteen in de eerste alinea: 'De Internationale Revue i10 wil een orgaan zijn van alle uitingen van den modernen geest, een documentatie van de nieuwe stroomingen in kunst en wetenschap, philosophie en sociologie.'

Lehning duldde geen scheiding van geestesgebieden. Het tijdschrift - in een schitterende moderne typografie uitgegeven - zal tot juli 1929 blijven bestaan. Het was werkelijk internationaal van karakter, en nogal wat namen van de medewerkers, toen alleen in de kleine kring van avant-gardisten bekend, zijn nu wereldberoemd. Ze waren bijna allen persoonlijke vrienden van Lehning. Hij had het instinct voor en inzicht in het belangrijke nieuwe. En de vernieuwers zelf werden zijn vrienden.

In 1963 verscheen een door Lehning en de typograaf Jurriaan Schrofer gemaakt keuze uit i10. Het begin van Lehnings inleiding kan typerend zijn: 'In het voorjaar van 1925 leerde ik te Parijs Piet Mondriaan kennen. Hij woonde toen reeds vele jaren in het wat vervallen huis met zijn legendarisch geworden atelier, 26, Rue du Départ, achter de Gare Montparnasse. (. . .). Mijn bewondering voor zijn werk was groot en is nooit verminderd, evenmin als mijn waardering voor de uitzonderlijke mens die Mondriaan was. Wij zagen elkaar voor het laatst in Londen.' Dat was in 1938.

De grote hoofdsteden van Europa zijn gevallen: Lehning bewoog zich artistiek, wetenschappelijk en politiek internationaal. Ook grenzen moeten voor hem gezagvolle vrijheidsbeperkers zijn geweest. Als men - wat ik doe - de twintiger jaren ziet als het tijdperk van bijna alle vernieuwingen zonder welke de rest van de twintigste eeuw niet te begrijpen is, heeft Lehning door zijn vele bemoeienissen en geschriften in het centrum van die tijd en daarmee van deze eeuw gestaan.

De getallen dringen symboliek haast vanzelf op: geboren op de rand van de negentiende eeuw - 1899 - gestorven op de eerste dag van de eenentwintigste eeuw. Hij vertegenwoordigt in veel opzichten de ertussen liggende eeuw, en dat in wat voor die eeuw kenmerkend is: een voortdurende hang naar vrijheid op vele terreinen, veroorzaakt door een even voortdurende hang naar gezagsherstel (ook in de kunsten) en onderdrukking.

In 1951 begon Lehning aan wat zijn levenswerk zou worden: de uitgave van de werken van Michail Bakoenin, de negentiende-eeuwse Russische anarchistische denker en tegenstander van Marx, die hij als de vertegenwoordiger van een autoritair communisme zag. Of Lehning de uitgave heeft kunnen voltooien, weet ik niet.

Hoewel hij al veel geschreven had, noemde Lehning zijn in 1954 verschenen H. Marsman, de vriend van mijn jeugd zijn 'literair debuut'. Hij zou deze prachtige en persoonlijke documentaire literatuur overtreffen met zijn in 1959 gepubliceerde Marsman en het expressionisme. Deze kleine studie is het beste dat in Nederland over het expressionisme is geschreven.

Het meeste van wat hij heeft geschreven, is in zijn essaybundels bijeengebracht: De draad van Ariadne (1966), Ithaka (1980), Prometheus en het recht van opstand (1987). Van de titel van de tweede bundel heeft hij zelf een prachtige verklaring gegeven: ze typeert de realistische utopist die hij altijd is geweest en tot het laatst gebleven: 'Ithaka verbeeldt de ''concrete utopie'', die geen hersenschimmig ideaal is, maar een cultuur-scheppende kracht, die inspireert tot handelen. Het is het Prinzip Hoffnung van Blochs filosofie, dat ik op allegorische wijze maar toch in essentie verwoord vond in het gedicht Ithaka van de Griekse dichter Kaváfis: ''Ithaka gaf u de schone tocht, zonder dat waart ge niet op weg gegaan.'''

Mijn bewondering voor de essays is altijd gewekt en bevestigd door de krachtige stijl, die ook uitdrukking is van gezag. Dat gezag werd versterkt door de vele citaten en beschrijvingen van persoonlijke ervaringen. Hier sprak - en dat bijna altijd over de vrijheid! - een bijna dwingende autoriteit. Zijn persoon straalde een gelijke autoriteit uit. Misschien wel veertig jaar geleden sprak hij mij aan in de Stadsschouwburg van Haarlem. Die avond zou A. Roland Holst daar uit eigen werk voorlezen. Hij keek mij zeer ernstig, bijna streng aan (zoals hij, naar ik op foto's kon vaststellen, altijd keek) met zijn zeer donkere ogen en sprak: 'Wees je ervan bewust dat je vanavond voor de laatste keer de grootste Nederlandse dichter zult horen.' Toen liep hij door, mij met zeer veel bewustzijn achterlatend.

Bij zijn negentigste verjaardag verscheen het boek Voor Arthur Lehning. Daarin staat het beste over hem bijeen. Daaronder een tien jaar eerder verschenen heel uitgebreid interview, dat de breedte van Lehning en de eeuw die hij zo intens heeft beleefd, meer dan alle recht doet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden